Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal prevalentie in de studie p als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 76% en een specificiteit van 87%. Bepaal de positieve likelihoodratio LR+. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 650 patiënten een nieuwe behandeling en 520 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal het number needed to treat NNT om één gebeurtenis te voorkomen. Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 20% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 96% en specificiteit 83% geeft een negatief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 25% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 75% en specificiteit 96% geeft een positief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Sp = 90 %
- 2. p = 15,5 %
- 3. LR+ = 5,85
- 4. NNT = 11
- 5. p′ = 1,2 %
- 6. p′ = 86,2 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.