Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 200 patiënten een nieuwe behandeling en 650 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal het relatieve risico RR op de gebeurtenis met behandeling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 82% en een specificiteit van 85%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 25% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 89% en specificiteit 86% geeft een negatief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 81% en specificiteit 82%. De prevalentie van de ziekte is 3%. Hoeveel terecht positieve uitslagen TP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. Sp = 95 %
- 2. PPV = 61,3 %
- 3. RR = 0,6
- 4. LR− = 0,21
- 5. p′ = 4,1 %
- 6. TP = 243
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.