Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal prevalentie in de studie p als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 250 patiënten een nieuwe behandeling en 550 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep een bijwerking hadden. Bepaal het number needed to harm NNH: hoeveel patiënten moeten worden behandeld om één extra patiënt de bijwerking te laten krijgen? Rond naar boven af op een geheel aantal patiënten.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 250 patiënten met een ziekte (cases) en 490 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 92% en specificiteit 83%. De prevalentie van de ziekte is 6%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 77% en een specificiteit van 83%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 0,5%. Bepaal de negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. p = 23,4 %
- 2. NPV = 96,5 %
- 3. NNH = 32
- 4. OR = 0,5
- 5. FP = 1598
- 6. NPV = 99,9 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.