Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal specificiteit Sp als percentage. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal negatief voorspellende waarde NPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 84% en een specificiteit van 74%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). In een gerandomiseerde studie kregen 970 patiënten een nieuwe behandeling en 500 de controlebehandeling. De tabel toont hoeveel patiënten in elke groep de uitkomst (een ongewenste gebeurtenis zoals een beroerte) hadden. Bepaal de absolute risicoreductie ARR als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een screeningstest heeft een sensitiviteit van 80% en een specificiteit van 94%. Hij wordt gebruikt in een populatie met een prevalentie van 5%. Bepaal de positief voorspellende waarde PPV als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt heeft een voortestkans van 30% op een ziekte. Een test met sensitiviteit 72% en specificiteit 85% geeft een negatief uitslag. Bepaal de natestkans p′ op de ziekte als percentage. Rond af op één decimaal.
Antwoordenblad
- 1. Sp = 70 %
- 2. NPV = 99,4 %
- 3. LR− = 0,22
- 4. ARR = 15 %
- 5. PPV = 41,2 %
- 6. p′ = 12,4 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.