Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een stad heeft 23 500 inwoners. Aan het begin van een jaar hebben 501 van hen een chronische ziekte. In de loop van het jaar worden nog 168 mensen nieuw gediagnosticeerd (ga ervan uit dat niemand verhuist of overlijdt). Bepaal de cumulatieve incidentie CI over het jaar per 1000 mensen die risico lopen. Rond af op één decimaal.
Werkblad Statistiek voor evidence-based practice met antwoorden
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een nieuwe test is in een studie vergeleken met de referentiestandaard (zie de 2 × 2-tabel). Bepaal prevalentie in de studie p als percentage. Rond af op één decimaal.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een patiënt-controleonderzoek vergelijkt 320 patiënten met een ziekte (cases) en 750 mensen zonder die ziekte (controles). De tabel toont hoeveel mensen in elke groep aan een risicofactor waren blootgesteld. Bepaal de odds ratio OR voor de blootstelling. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een test heeft een sensitiviteit van 89% en een specificiteit van 68%. Bepaal de negatieve likelihoodratio LR−. Rond af op twee decimalen.
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 83% en specificiteit 98%. De prevalentie van de ziekte is 13%. Hoeveel onterecht positieve uitslagen FP worden verwacht?
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). 10 000 mensen worden gescreend met een test met sensitiviteit 75% en specificiteit 88%. De prevalentie van de ziekte is 29%. Hoeveel terecht positieve uitslagen TP worden verwacht?
Antwoordenblad
- 1. CI = 7,3 per 1000
- 2. p = 6,5 %
- 3. OR = 0,5
- 4. LR− = 0,16
- 5. FP = 174
- 6. TP = 2175
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.