Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.
Naam: ____________________ Datum: ____________
1.Makkelijk
Welke vitamine heeft de lever nodig om verschillende stollingsfactoren te maken?
AVitamine B12
BVitamine D
CVitamine C
DVitamine K
2.Makkelijk
Welke klier wordt vaak de "hoofdklier" genoemd omdat hij veel andere hormoonklieren aanstuurt?
ABijnier
BPijnappelklier
CHypofyse
DSchildklier
3.Makkelijk
Welk enzym begint de eiwitvertering in de maag?
ALactase
BLipase
CPepsine
DAmylase
4.Gemiddeld
Waarom kan hartspierweefsel niet in tetanus raken zoals skeletspierweefsel?
AHet is niet dwarsgestreept
BHet heeft geen calcium in het sarcoplasmatisch reticulum
CHet wordt alleen door hormonen aangestuurd
DDe lange refractaire periode duurt bijna even lang als de contractie
5.Gemiddeld
Waarom verschijnt er bij ongecontroleerde diabetes mellitus glucose in de urine?
ADe gefilterde hoeveelheid overschrijdt het tubulaire transportmaximum
BDe glomerulus stopt met het filtreren van glucose
CDe verzamelbuis scheidt actief glucose af
DInsuline is nodig voor de glucoseterugresorptie in de tubulus
6.Gemiddeld
Welke cellen in de maag scheiden zoutzuur af?
AG-cellen
BPariëtale cellen (wandcellen)
CHoofdcellen
DSlijmbekercellen
7.Moeilijk
Een patiënt met diabetische ketoacidose ademt diep en snel. Welk patroon wordt op het bloedgas verwacht?
AHoge pH, laag bicarbonaat en lage PaCO₂
BLage pH, normaal bicarbonaat en hoge PaCO₂
CLage pH, laag bicarbonaat en lage PaCO₂
DLage pH, hoog bicarbonaat en hoge PaCO₂
8.Moeilijk
Welke uitslagen van de schildklierfunctie worden bij de ziekte van Graves verwacht, en waarom?
AHoog T4 en hoog TSH, omdat de hypofysevoorkwab overactief is
BLaag T4 en laag TSH, omdat de hypothalamus faalt
CHoog T4 en laag TSH, omdat antistoffen de TSH-receptor stimuleren
DLaag T4 en hoog TSH, omdat antistoffen de klier vernietigen
Antwoordenblad
1. D · Vitamine K
2. C · Hypofyse
3. C · Pepsine
4. D · De lange refractaire periode duurt bijna even lang als de contractie
5. A · De gefilterde hoeveelheid overschrijdt het tubulaire transportmaximum
6. B · Pariëtale cellen (wandcellen)
7. C · Lage pH, laag bicarbonaat en lage PaCO₂
8. C · Hoog T4 en laag TSH, omdat antistoffen de TSH-receptor stimuleren
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.