Bereken de pH pH van een 0,5 mol/L-oplossing zoutzuur (HCl), een sterk zuur.
Werkblad pH & buffers met antwoorden
1.Makkelijk
c = 0,5 mol/L
pH =
2.Makkelijk
Een oplossing heeft een pH van 4,7. Bereken de concentratie oxoniumionen [H₃O⁺] in mol/L.
pH = 4,7
[H₃O⁺] = mol/L
3.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,01 mol/L-oplossing benzoëzuur (Ka = 6,3 × 10⁻⁵).
c = 0,01 mol/LKa = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
4.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,01 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,01 mol/LKa = 0,00068
pH =
5.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,2 mol waterstoffluoride en 0,25 mol van de geconjugeerde base (Ka = 0,00068). Er wordt 0,025 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,2 moln(A⁻) = 0,25 moln(OH⁻) = 0,025 molKa = 0,00068
pH =
6.Moeilijk
Een buffer bevat 0,25 mol/L benzoëzuur en 0,3 mol/L van het natriumzout. Ka = 6,3 × 10⁻⁵. Bereken de pH pH van de buffer.
[HA] = 0,25[A⁻] = 0,3Ka = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
Antwoordenblad
- 1. pH = 0,301
- 2. [H₃O⁺] = 1,995 × 10⁻⁵ mol/L
- 3. pH = 3,118
- 4. pH = 2,64
- 5. pH = 3,364
- 6. pH = 4,28
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.