Een oplossing heeft een pH van 2,3. Bereken de concentratie oxoniumionen [H₃O⁺] in mol/L.
Werkblad pH & buffers met antwoorden
1.Makkelijk
pH = 2,3
[H₃O⁺] = mol/L
2.Makkelijk
Bereken de pH pH van een 0,5 mol/L-oplossing zoutzuur (HCl), een sterk zuur.
c = 0,5 mol/L
pH =
3.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,05 mol/L-oplossing azijnzuur (Ka = 1,8 × 10⁻⁵).
c = 0,05 mol/LKa = 1,8 × 10⁻⁵
pH =
4.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,1 mol/L-oplossing hypochlorigzuur (Ka = 3 × 10⁻⁸).
c = 0,1 mol/LKa = 3 × 10⁻⁸
pH =
5.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,25 mol waterstoffluoride en 0,1 mol van de geconjugeerde base (Ka = 0,00068). Er wordt 0,05 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,25 moln(A⁻) = 0,1 moln(OH⁻) = 0,05 molKa = 0,00068
pH =
6.Moeilijk
Een buffer bevat 0,1 mol/L waterstoffluoride en 0,5 mol/L van het natriumzout. Ka = 0,00068. Bereken de pH pH van de buffer.
[HA] = 0,1[A⁻] = 0,5Ka = 0,00068
pH =
Antwoordenblad
- 1. [H₃O⁺] = 0,005012 mol/L
- 2. pH = 0,301
- 3. pH = 3,027
- 4. pH = 4,262
- 5. pH = 3,043
- 6. pH = 3,866
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.