Bereken de pH pH van een 0,004 mol/L-oplossing NaOH, een sterke base, bij 25 °C.
Werkblad pH & buffers met antwoorden
1.Makkelijk
c = 0,004 mol/L
pH =
2.Makkelijk
Een oplossing heeft een pH van 3,2. Bereken de concentratie oxoniumionen [H₃O⁺] in mol/L.
pH = 3,2
[H₃O⁺] = mol/L
3.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,5 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,5 mol/LKa = 0,00068
pH =
4.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,1 mol/L-oplossing benzoëzuur (Ka = 6,3 × 10⁻⁵).
c = 0,1 mol/LKa = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
5.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,2 mol hypochlorigzuur en 0,2 mol van de geconjugeerde base (Ka = 3 × 10⁻⁸). Er wordt 0,01 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,2 moln(A⁻) = 0,2 moln(OH⁻) = 0,01 molKa = 3 × 10⁻⁸
pH =
6.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,3 mol benzoëzuur en 0,1 mol van de geconjugeerde base (Ka = 6,3 × 10⁻⁵). Er wordt 0,02 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,3 moln(A⁻) = 0,1 moln(OH⁻) = 0,02 molKa = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
Antwoordenblad
- 1. pH = 11,6
- 2. [H₃O⁺] = 0,000631 mol/L
- 3. pH = 1,742
- 4. pH = 2,606
- 5. pH = 7,566
- 6. pH = 3,833
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.