Bereken de pH pH van een 0,001 mol/L-oplossing NaOH, een sterke base, bij 25 °C.
Werkblad pH & buffers met antwoorden
1.Makkelijk
c = 0,001 mol/L
pH =
2.Makkelijk
Een oplossing heeft een pH van 3,2. Bereken de concentratie oxoniumionen [H₃O⁺] in mol/L.
pH = 3,2
[H₃O⁺] = mol/L
3.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,05 mol/L-oplossing azijnzuur (Ka = 1,8 × 10⁻⁵).
c = 0,05 mol/LKa = 1,8 × 10⁻⁵
pH =
4.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,25 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,25 mol/LKa = 0,00068
pH =
5.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,1 mol melkzuur en 0,25 mol van de geconjugeerde base (Ka = 0,00014). Er wordt 0,01 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,1 moln(A⁻) = 0,25 moln(OH⁻) = 0,01 molKa = 0,00014
pH =
6.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,1 mol mierenzuur en 0,25 mol van de geconjugeerde base (Ka = 0,00018). Er wordt 0,01 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,1 moln(A⁻) = 0,25 moln(OH⁻) = 0,01 molKa = 0,00018
pH =
Antwoordenblad
- 1. pH = 11
- 2. [H₃O⁺] = 0,000631 mol/L
- 3. pH = 3,027
- 4. pH = 1,896
- 5. pH = 4,315
- 6. pH = 4,205
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.