Bereken de pH pH van een 0,5 mol/L-oplossing zoutzuur (HCl), een sterk zuur.
Werkblad pH & buffers met antwoorden
1.Makkelijk
c = 0,5 mol/L
pH =
2.Makkelijk
Een oplossing heeft een pH van 1,5. Bereken de concentratie oxoniumionen [H₃O⁺] in mol/L.
pH = 1,5
[H₃O⁺] = mol/L
3.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,1 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,1 mol/LKa = 0,00068
pH =
4.Gemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,01 mol/L-oplossing melkzuur (Ka = 0,00014).
c = 0,01 mol/LKa = 0,00014
pH =
5.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,1 mol melkzuur en 0,2 mol van de geconjugeerde base (Ka = 0,00014). Er wordt 0,05 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,1 moln(A⁻) = 0,2 moln(OH⁻) = 0,05 molKa = 0,00014
pH =
6.Moeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,2 mol azijnzuur en 0,2 mol van de geconjugeerde base (Ka = 1,8 × 10⁻⁵). Er wordt 0,025 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
n(HA) = 0,2 moln(A⁻) = 0,2 moln(OH⁻) = 0,025 molKa = 1,8 × 10⁻⁵
pH =
Antwoordenblad
- 1. pH = 0,301
- 2. [H₃O⁺] = 0,03162 mol/L
- 3. pH = 2,102
- 4. pH = 2,953
- 5. pH = 4,553
- 6. pH = 4,854
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.