1.Makkelijk
Welke spreidingsmaat is het verschil tussen de hoogste en de laagste score?
- ADe variatiebreedte (range)
- BDe variantie
- CDe standaarddeviatie
- DDe interkwartielafstand
2.Makkelijk
Een dubbelblinde procedure betekent dat:
- ATwee onafhankelijke onderzoekers dezelfde dataset analyseren en daarna hun conclusies vergelijken
- BDeelnemers het materiaal niet kunnen zien
- CDeelnemers twee keer getest worden
- DNoch de deelnemers noch de onderzoekers die data verzamelen weten wie in welke conditie zit
3.Makkelijk
Bij een naturalistische observatie zal de onderzoeker:
- AGedrag in de gewone omgeving observeren zonder variabelen te manipuleren
- BDeelnemers een vragenlijst over hun alledaagse gedrag laten invullen
- CDe omgeving in een laboratorium controleren
- DDeelnemers aselect aan condities toewijzen
4.Gemiddeld
Een onderzoeker onderzoekt het effect van gender op geheugenscores. Waarom is dit een quasi-experiment en geen echt experiment?
- ADe AV wordt niet gemeten
- BHet onderzoek vindt plaats in een laboratorium
- CEr zijn maar twee condities en een echt experiment heeft minstens drie niveaus van de OV nodig
- DDe OV is een al bestaand kenmerk, dus deelnemers kunnen er niet aselect aan worden toegewezen
5.Gemiddeld
Een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde van 50 loopt van 46 tot 54. Wat is de meest accurate interpretatie?
- A95% van de individuele deelnemers in de steekproef scoorde tussen 46 en 54 op de maat
- BHet resultaat is niet significant
- CDe gebruikte procedure levert intervallen op die in 95% van de gevallen het ware gemiddelde bevatten
- DEr is 95% kans dat het steekproefgemiddelde 50 is
6.Gemiddeld
Bij een correlatie is r = 0,40. Welk deel van de variantie van de ene variabele wordt gedeeld met de andere?
- A60%
- B4%
- C16%
- D40%
7.Moeilijk
Een grotere steekproef in een onderzoek zorgt het meest direct voor:
- AEen groter effect
- BEen gegarandeerd significant resultaat als er enig effect bestaat
- CMeer statistisch onderscheidingsvermogen (power) om een echt effect te vinden
- DHet verdwijnen van alle vertekening uit de steekproef
8.Moeilijk
Een onderzoeker meet het effect van lawaai op concentratie. Deelnemers in de lawaaiconditie werden toevallig 's ochtends getest en die in de stille conditie 's middags. Wat is het probleem?
- AHet tijdstip van de dag is een confounder
- BHet tijdstip van de dag is de afhankelijke variabele
- CHet onderzoek heeft te veel condities
- DDe data zijn van nominaal niveau
Antwoordenblad
- 1. A · De variatiebreedte (range)
- 2. D · Noch de deelnemers noch de onderzoekers die data verzamelen weten wie in welke conditie zit
- 3. A · Gedrag in de gewone omgeving observeren zonder variabelen te manipuleren
- 4. D · De OV is een al bestaand kenmerk, dus deelnemers kunnen er niet aselect aan worden toegewezen
- 5. C · De gebruikte procedure levert intervallen op die in 95% van de gevallen het ware gemiddelde bevatten
- 6. C · 16%
- 7. C · Meer statistisch onderscheidingsvermogen (power) om een echt effect te vinden
- 8. A · Het tijdstip van de dag is een confounder
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.