Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B ∪ A′|, het aantal elementen van B ∪ A′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 2, 3, 12, 16}B = {3, 12, 14, 16}|U| = 9
|B ∪ A′| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A − B)′|, het aantal elementen van (A − B)′.
A = {3, 6, 11, 12, 13, 15, 16, 17}B = {2, 4, 10, 12, 13, 16, 17}|U| = 14
|(A − B)′| =
3.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |C − A|.
|U| = 52
|C − A| =
4.Gemiddeld
Uit een enquête onder 51 mensen blijkt dat 17 een laptop (L) hebben, 32 een tablet (T) en 22 een smartwatch (W). 9 hebben L en T, 11 hebben L en W, 14 hebben T en W, en 5 hebben alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
|U| = 51
|(L ∪ T ∪ W)′| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, c), (2, d), (3, a), (4, b)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
De bijectie f op {1, 2, 3, 4, 5} is gegeven door haar tabel. Bepaal f−1(2).
f: 1 ↦ 1, 2 ↦ 3, 3 ↦ 2, 4 ↦ 5, 5 ↦ 4
f−1(2) =
Antwoordenblad
- 1. |B ∪ A′| = 7
- 2. |(A − B)′| = 10
- 3. |C − A| = 13
- 4. |(L ∪ T ∪ W)′| = 9
- 5. bijectief
- 6. f−1(2) = 3
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.