Oefenopgaven AP Calculus: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 12 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Limieten

Direct invullen
probeer eerst x = a; 0/0 betekent vereenvoudigen
Ontbinden en wegdelen
xⁿ − aⁿ = (x − a)(xⁿ⁻¹ + a·xⁿ⁻² + … + aⁿ⁻¹)
Geconjugeerde
(√x − √a)(√x + √a) = x − a
Limieten naar oneindig
deel door de hoogste macht van x; bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten
Standaardlimiet
limx→∞ (1 + a/x)bx = eab
Regel van L'Hôpital
lim f/g = lim f′/g′ (0/0 or ∞/∞)

Afgeleiden

Machtsregel
(xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹
Productregel
(uv)′ = u′v + uv′
Quotiëntregel
(u/v)′ = (u′v − uv′)/v²
Kettingregel
f(g(x))′ = f′(g(x))·g′(x)
Standaardafgeleiden
(eˣ)′ = eˣ, (ln x)′ = 1/x, (sin x)′ = cos x, (cos x)′ = −sin x

Methode

  1. Herken de structuur: som, product, quotiënt of samenstelling.
  2. Pas de machtsregel toe op elke macht van x.
  3. Gebruik waar nodig de product-, quotiënt- of kettingregel.
  4. Vereenvoudig, en vul het punt in als daarom wordt gevraagd.

Optimalisatie

Methode
schrijf Q(x) met één variabele, los Q′(x) = 0 op, controleer Q″ of de randpunten
Maximum
Q′(x) = 0, Q″(x) < 0
Minimum
Q′(x) = 0, Q″(x) > 0
Gesloten cilinder
V = πr²h, A = 2πr² + 2πrh
Winst
P = R − C, R = p·q, maximum where MR = MC

Integralen

Machtsregel
∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1) + C
Bepaalde integraal
∫ab f dx = F(b) − F(a)
Standaardintegralen
∫eˣ dx = eˣ, ∫1/x dx = ln|x|, ∫sin x dx = −cos x
Oppervlakte tussen grafieken
∫ab (f − g) dx

Methode

  1. Schrijf de integrand waar mogelijk als een som van eenvoudige termen.
  2. Pas de machtsregel toe: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1), en de standaardintegralen voor ex, 1/x, sin en cos.
  3. Gebruik substitutie als je een functie en haar afgeleide samen ziet.
  4. Bereken bij een bepaalde integraal F(b) − F(a).

Differentiaalvergelijkingen

Exponentiële groei/afname
dy/dt = ky → y = y0ekt
Halveringstijd
k = ln 2 / t½
Afkoelingswet van Newton
T(t) = Ta + (T0 − Ta)e−kt
Integrerende factor
y′ + p(x)y = q(x): μ = e∫p dx, (μy)′ = μq
Mengtank
dm/dt = r·c − (r/V)·m

Rijen & reeksen

Rekenkundige rij
aₙ = a₁ + (n − 1)d, Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2
Meetkundige rij
aₙ = a₁rⁿ⁻¹, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r)
Oneindige meetkundige reeks
S = a₁/(1 − r), |r| < 1
p-reeks
Σ1/kᵖ converges only for p > 1
Quotiëntcriterium
L = lim |ak+1/ak|: L < 1 converges, L > 1 diverges
Convergentiestraal
R = lim |ck/ck+1|
Taylorpolynoom
Pₙ(x) = Σ f⁽ᵏ⁾(a)(x − a)ᵏ/k!
Maclaurinreeks
eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + …, cos x = 1 − x²/2! + …, ln(1 + x) = x − x²/2 + …
Lagrange-foutgrens
|Rₙ| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!

Methode

  1. Bepaal het type: rekenkundig (constant verschil), meetkundig (constante reden), een standaardreeks, een machtreeks of een Taylorpolynoom.
  2. Gebruik voor sommen Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r), of S = a₁/(1 − r) als |r| < 1, met a₁ de eerste term van de som.
  3. Gebruik voor convergentie eerst de test op de n-de term, vergelijk dan met Σ1/kᵖ of een meetkundige reeks, en gebruik het quotiënt- of wortelcriterium bij faculteiten en k-de machten.
  4. Noteer voor Taylorpolynomen f(a), f′(a), f″(a), …, deel de k-de afgeleide door k!, en begrens de fout met M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!.

2Oefenopgaven

1.LimietenGemiddeld
xyy = L

Bereken de limiet L = limx→∞ (−4x2 + 6x + 3)/(5x2 + 4x + 9).

f(x) = (−4x2 + 6x + 3)/(5x2 + 4x + 9)x → ∞
L =
2.LimietenMoeilijk
xyx = 0

Bereken de limiet L = limx→0 (e−x − 1 + x)/x².

f(x) = (e−x − 1 + x)/x²x → 0
L =
3.AfgeleidenGemiddeld
xyx = 2

Gegeven f(x) = x3·e−x. Bereken f′(2).

f(x) = x3·e−xx = 2
f′(2) =
4.AfgeleidenMoeilijk
xyx = 1

De raaklijn aan f(x) = 3x2 − 3x − 2 in x = 1 snijdt de y-as in y = b. Bereken b.

f(x) = 3x2 − 3x − 2x = 1
b =
5.OptimalisatieGemiddeld
xhxgeen deksel

Een open doos (zonder deksel) met een vierkant grondvlak moet 108000 cm³ bevatten. Gebruik zo weinig mogelijk materiaal, dus de kleinste oppervlakte van bodem plus vier zijkanten. Bereken de zijde x van het grondvlak.

V = 108000 cm³
x = cm
6.OptimalisatieMoeilijk
qP(q)maximum

Een bedrijf verkoopt q eenheden per week. De prijs waartegen het die kan verkopen is p = 130 − 0,1q euro per eenheid, en de kosten zijn C(q) = 15100 + 20q euro. Bereken de maximale weekwinst P.

p = 130 − 0,1qC = 15100 + 20q
P = €
7.IntegralenGemiddeld
xy03

Bereken I = ∫03 e−0,5x dx.

f(x) = e−0,5x[0, 3]
I =
8.IntegralenMoeilijk
xy1y = x²eˣ

Bereken I = ∫₀1 x²·eˣ dx.

∫₀1 x²eˣ dx
I =
9.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
t (min)T (°C)17Ta​T = ?

Een blikje frisdrank van 3 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 27 °C gezet. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,08 min⁻¹ de temperatuur T na 17 min.

T0 = 3 °CTa = 27 °Ck = 0,08 min⁻¹t = 17 min
T = °C
10.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
xy12(1, 5)y(2) = ?

Los het beginwaardeprobleem y′ + y/x = 5x2 op voor x > 0, met y(1) = 5. Bereken y(2).

y′ + y/x = 5x2y(1) = 5
y(2) =
11.Rijen & reeksenGemiddeld
AΣ 5/k⁴k = 1 … ∞BΣ (k + 5)/k²k = 1 … ∞CΣ (5/4)ᵏk = 1 … ∞DΣ (1 + 1/k)ᵏk = 1 … ∞

Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.

A: Σ 5/k⁴B: Σ (k + 5)/k²C: Σ (5/4)ᵏD: Σ (1 + 1/k)ᵏ
  1. 1A: Σ 5/k⁴
  2. 2B: Σ (k + 5)/k²
  3. 3C: Σ (5/4)ᵏ
  4. 4D: Σ (1 + 1/k)ᵏ
12.Rijen & reeksenMoeilijk

Bepaal de coëfficiënt c₄ van (x − 1)⁴ in de Taylorreeks van f(x) = ln x rond a = 1.

f(x) = ln xa = 1k = 4
c₄ =

3Oplossingen

1.Limieten

Antwoord: L = −0,8

Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).

Deel door de hoogste macht

(−4 + 6/x + 3/x2)/(5 + 4/x + 9/x2)

Laat x → ∞

L = −4/5 = −0,8

Antwoord

L = −0,8

Bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten.

2.Limieten

Antwoord: L = 0,5

Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).

Eerste toepassing

(−1·e−x + 1)/(2x) → 0/0

Tweede toepassing

1·e−x/2

Vul x = 0 in

L = 1·1/2 = 0,5

Antwoord

L = 0,5
3.Afgeleiden

Antwoord: f′(2) = 0,5413

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Productregel

f′(x) = u′v + uv′ = e−x·(3x2 + (−1)·x3)

Invullen

f′(2) = 0,1353·(12 + (−8)) = 0,5413

Antwoord

f′(2) = 0,5413
4.Afgeleiden

Antwoord: b = −5

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Punt en helling

f(1) = −2
f′(x) = 6x − 3 → f′(1) = 3

Raaklijn bij x = 0

b = f(x₀) − f′(x₀)·x₀ = −2 − 3·1 = −5

Antwoord

b = −5
5.Optimalisatie

Antwoord: x = 60 cm

Optimalisatie: schrijf de te optimaliseren grootheid als functie van één variabele en gebruik de randvoorwaarde om de andere te elimineren. Stel de afgeleide gelijk aan nul en los op. Controleer dat het stationaire punt een maximum of minimum is (tweede afgeleide of tekenwisseling van de eerste afgeleide) en dat het binnen het toegestane bereik ligt; een randpunt zoals een zijde van lengte nul is niet het antwoord.

Oppervlakte als functie van x

S(x) = x² + 432000/x

Afgeleide gelijk aan nul stellen

S″(x) = 2 + 864000/x³ > 0, dus dit is een minimum.

x³ = 216000 → x = 60 cm

Hoogte en oppervlakte

h = 108000/60² = 30 cm
S = 60² + 432000/60 = 10800 cm²

Antwoord

x = 60 cm

De beste open doos is half zo hoog als breed.

6.Optimalisatie

Antwoord: P = 15150 €

Optimalisatie: schrijf de te optimaliseren grootheid als functie van één variabele en gebruik de randvoorwaarde om de andere te elimineren. Stel de afgeleide gelijk aan nul en los op. Controleer dat het stationaire punt een maximum of minimum is (tweede afgeleide of tekenwisseling van de eerste afgeleide) en dat het binnen het toegestane bereik ligt; een randpunt zoals een zijde van lengte nul is niet het antwoord.

Winstfunctie

P(q) = (130 − 0,1q)·q − (15100 + 20q) = −0,1q2 + 110q − 15100

Afgeleide gelijk aan nul stellen

P″(q) = −0,2 < 0, dus dit is een maximum.

q = 110/0,2 = 550

Prijs en winst

p = 130 − 0,1·550 = €75
P = 110·550 − 0,1·550² − 15100 = €15150

Antwoord

P = €15150
7.Integralen

Antwoord: I = 1,554

Bepaalde integralen: ∫ₐᵇ f(x) dx is de georiënteerde oppervlakte tussen de grafiek en de x-as van a tot b. Zoek een primitieve F (met F′ = f) en bereken F(b) − F(a). Machtsregel: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1). De oppervlakte tussen twee krommen is ∫(bovenste − onderste) dx.

Primitieve

F(x) = e−0,5x/(−0,5)

Grenzen invullen

I = (e−1,5 − 1)/(−0,5) = (0,2231 − 1)/(−0,5) = 1,554

Antwoord

I = 1,554
8.Integralen

Antwoord: I = 0,7183

Partiële integratie: ∫u·dv = u·v − ∫v·du, afgeleid uit de productregel. Kies voor u de factor die eenvoudiger wordt als je hem differentieert (een macht van x, of ln x), en voor dv de factor die je kunt integreren (eˣ, sin x, cos x, of x als u = ln x). Bereken bij een bepaalde integraal u·v op beide grenzen: ∫ₐᵇ u dv = [u·v]ₐᵇ − ∫ₐᵇ v du. Een factor x² vraagt om twee rondes.

Eerste ronde

∫x²eˣ dx = x²eˣ − ∫2x eˣ dx

Tweede ronde

∫2x eˣ dx = 2x eˣ − 2eˣ
∫x²eˣ dx = eˣ(x² − 2x + 2)

Limieten

2,718·(1) − 1·2 = 0,7183

Antwoord

I = 0,7183
9.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: T = 20,84 °C

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Oplossing van de afkoelingswet

T(t) = 27 + (−24)·e−0,08t

Vul t in

T(17) = 27 + (−24)·0,2567 = 20,84 °C

Antwoord

T = 20,84 °C
10.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: y(2) = 11,88

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Integrerende factor

μ = e∫1/x dx = x1

Integreren

(x1y)′ = 5x3 → x1y = 5x4/4 + C

Beginvoorwaarde

5 = 5/4 + C → C = 3,75

Bereken

y(2) = (5·24/4 + 3,75)/21 = 11,88

Antwoord

y(2) = 11,88
11.Rijen & reeksen

Antwoord: A: Σ 5/k⁴

Convergentie: als de termen niet naar 0 gaan, divergeert de reeks (test op de n-de term). Σ1/kᵖ convergeert alleen voor p > 1, en Σrᵏ alleen voor |r| < 1. Vergelijk een reeks met een van deze als haar termen voor grote k zich zo gedragen. Quotiëntcriterium: L = lim |ak+1/ak|; wortelcriterium: L = lim |ak|1/k. L < 1 convergeert, L > 1 divergeert, L = 1 beslist niets. Een machtreeks Σck(x − x₀)ᵏ convergeert voor |x − x₀| < R met R = lim |ck/ck+1|; een alternerende reeks met termen die naar 0 afnemen convergeert.

Test elke reeks

A: Σ 5/k⁴ → p-reeks met p = 4 > 1: convergeert.
B: Σ (k + 5)/k² → Gedraagt zich als 1/k voor grote k: divergeert door vergelijking met de harmonische reeks.
C: Σ (5/4)ᵏ → Meetkundig met r = 5/4 > 1: de termen groeien, dus hij divergeert.
D: Σ (1 + 1/k)ᵏ → De termen gaan naar e, niet naar 0: divergeert door de test op de n-de term.

Het antwoord

A: Σ 5/k⁴

Antwoord

A: Σ 5/k⁴
12.Rijen & reeksen

Antwoord: c₄ = −0,25

Taylorpolynomen: nabij x = a wordt een gladde functie benaderd door Pₙ(x) = f(a) + f′(a)(x − a) + f″(a)(x − a)²/2! + … + f⁽ⁿ⁾(a)(x − a)ⁿ/n!; voor a = 0 is dit het Maclaurinpolynoom. Standaardreeksen: eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + x⁵/5! − …, cos x = 1 − x²/2! + x⁴/4! − …, ln(1 + x) = x − x²/2 + x³/3 − …, 1/(1 − x) = Σxᵏ. Lagrange-foutgrens: |f(x) − Pₙ(x)| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!, waarbij M de grootste waarde van |f⁽ⁿ⁺¹⁾| tussen a en x is.

Afgeleide f⁽⁴⁾

f⁽⁴⁾(x) = −6/x⁴

Coëfficiënt

c₄ = f⁽⁴⁾(1)/4! = −6/(1⁴·24) = −0,25
c₄ = −0,25

Antwoord

c₄ = −0,25

ExamProblems · examproblems.com/courses/ap-calculus-practice