Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.
1Formules en methoden
Limieten
Direct invullen
probeer eerst x = a; 0/0 betekent vereenvoudigen
Ontbinden en wegdelen
xⁿ − aⁿ = (x − a)(xⁿ⁻¹ + a·xⁿ⁻² + … + aⁿ⁻¹)
Geconjugeerde
(√x − √a)(√x + √a) = x − a
Limieten naar oneindig
deel door de hoogste macht van x; bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten
Standaardlimiet
limx→∞ (1 + a/x)bx = eab
Regel van L'Hôpital
lim f/g = lim f′/g′ (0/0 or ∞/∞)
Afgeleiden
Machtsregel
(xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹
Productregel
(uv)′ = u′v + uv′
Quotiëntregel
(u/v)′ = (u′v − uv′)/v²
Kettingregel
f(g(x))′ = f′(g(x))·g′(x)
Standaardafgeleiden
(eˣ)′ = eˣ, (ln x)′ = 1/x, (sin x)′ = cos x, (cos x)′ = −sin x
Methode
Herken de structuur: som, product, quotiënt of samenstelling.
Pas de machtsregel toe op elke macht van x.
Gebruik waar nodig de product-, quotiënt- of kettingregel.
Vereenvoudig, en vul het punt in als daarom wordt gevraagd.
Optimalisatie
Methode
schrijf Q(x) met één variabele, los Q′(x) = 0 op, controleer Q″ of de randpunten
Maximum
Q′(x) = 0, Q″(x) < 0
Minimum
Q′(x) = 0, Q″(x) > 0
Gesloten cilinder
V = πr²h, A = 2πr² + 2πrh
Winst
P = R − C, R = p·q, maximum where MR = MC
Integralen
Machtsregel
∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1) + C
Bepaalde integraal
∫ab f dx = F(b) − F(a)
Standaardintegralen
∫eˣ dx = eˣ, ∫1/x dx = ln|x|, ∫sin x dx = −cos x
Oppervlakte tussen grafieken
∫ab (f − g) dx
Methode
Schrijf de integrand waar mogelijk als een som van eenvoudige termen.
Pas de machtsregel toe: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1), en de standaardintegralen voor ex, 1/x, sin en cos.
Gebruik substitutie als je een functie en haar afgeleide samen ziet.
Bereken bij een bepaalde integraal F(b) − F(a).
Differentiaalvergelijkingen
Exponentiële groei/afname
dy/dt = ky → y = y0ekt
Halveringstijd
k = ln 2 / t½
Afkoelingswet van Newton
T(t) = Ta + (T0 − Ta)e−kt
Integrerende factor
y′ + p(x)y = q(x): μ = e∫p dx, (μy)′ = μq
Mengtank
dm/dt = r·c − (r/V)·m
Rijen & reeksen
Rekenkundige rij
aₙ = a₁ + (n − 1)d, Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2
Meetkundige rij
aₙ = a₁rⁿ⁻¹, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r)
Oneindige meetkundige reeks
S = a₁/(1 − r), |r| < 1
p-reeks
Σ1/kᵖ converges only for p > 1
Quotiëntcriterium
L = lim |ak+1/ak|: L < 1 converges, L > 1 diverges
Convergentiestraal
R = lim |ck/ck+1|
Taylorpolynoom
Pₙ(x) = Σ f⁽ᵏ⁾(a)(x − a)ᵏ/k!
Maclaurinreeks
eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + …, cos x = 1 − x²/2! + …, ln(1 + x) = x − x²/2 + …
Lagrange-foutgrens
|Rₙ| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!
Methode
Bepaal het type: rekenkundig (constant verschil), meetkundig (constante reden), een standaardreeks, een machtreeks of een Taylorpolynoom.
Gebruik voor sommen Sₙ = n(a₁ + aₙ)/2, Sₙ = a₁(1 − rⁿ)/(1 − r), of S = a₁/(1 − r) als |r| < 1, met a₁ de eerste term van de som.
Gebruik voor convergentie eerst de test op de n-de term, vergelijk dan met Σ1/kᵖ of een meetkundige reeks, en gebruik het quotiënt- of wortelcriterium bij faculteiten en k-de machten.
Noteer voor Taylorpolynomen f(a), f′(a), f″(a), …, deel de k-de afgeleide door k!, en begrens de fout met M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!.
2Oefenopgaven
1.LimietenGemiddeld
Bereken de limiet L = limx→∞ (6x3 − 2x + 5)/(5x3 + 2x + 4).
f(x) = (6x3 − 2x + 5)/(5x3 + 2x + 4)x → ∞
L =
2.LimietenMoeilijk
Bereken de limiet L = limx→0 (e3x − 1 − 3x)/x².
f(x) = (e3x − 1 − 3x)/x²x → 0
L =
3.AfgeleidenGemiddeld
Gegeven f(x) = (3x + 5)4. Bereken f′(−1).
f(x) = (3x + 5)4x = −1
f′(−1) =
4.AfgeleidenMoeilijk
Gegeven f(x) = x3 + 1,5x2 − 6. Bereken de x-coördinaat x van het lokale maximum.
f(x) = x3 + 1,5x2 − 6
x =
5.OptimalisatieGemiddeld
Een gesloten cilindrisch blik (met deksel en bodem) moet 500 cm³ bevatten. Het gebruikte metaal is evenredig met de totale buitenoppervlakte. Bereken de hoogte h van het blik waarbij het minste materiaal nodig is.
V = 500 cm³
h = cm
6.OptimalisatieMoeilijk
Een bedrijf verkoopt q eenheden per week. De prijs waartegen het die kan verkopen is p = 200 − 1q euro per eenheid, en de kosten zijn C(q) = 3600 + 30q euro. Bereken de prijs p die de winst maximaliseert.
p = 200 − 1qC = 3600 + 30q
p = €
7.IntegralenGemiddeld
Bereken I = ∫28 5/x dx.
f(x) = 5/x[2, 8]
I =
8.IntegralenMoeilijk
Het gebied tussen de lijn y = x en de parabool y = x² wordt om de x-as gewenteld. Bepaal het volume V van het lichaam.
y = xy = x²
V =
9.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
Los y″ + 8y′ + 16y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 2. Bepaal y(1,5).
y″ + 8y′ + 16y = 0y(0) = 2y′(0) = 2
y(1.5) =
10.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
Los het beginwaardeprobleem y′ + 2y/x = x op voor x > 0, met y(1) = 0. Bereken y(3).
y′ + 2y/x = xy(1) = 0
y(3) =
11.Rijen & reeksenGemiddeld
Precies één van de vier reeksen convergeert. Klik erop.
A: Σ 5/k²B: Σ 1/kC: Σ (7/4)ᵏD: Σ k!/2ᵏ
1A: Σ 5/k²
2B: Σ 1/k
3C: Σ (7/4)ᵏ
4D: Σ k!/2ᵏ
12.Rijen & reeksenMoeilijk
Herken de reeks en bepaal haar som: S = Σk=1∞ (−1)k+1·0,25ᵏ/k.
ak = (−1)k+1·0,25ᵏ/k
S =
3Oplossingen
1.Limieten
Antwoord: L = 1,2
Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).
Deel door de hoogste macht
(6 + (−2)/x2 + 5/x3)/(5 + 2/x2 + 4/x3)
Laat x → ∞
L = 6/5 = 1,2
Antwoord
L = 1,2
Bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten.
2.Limieten
Antwoord: L = 4,5
Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).
Eerste toepassing
(3·e3x − 3)/(2x) → 0/0
Tweede toepassing
9·e3x/2
Vul x = 0 in
L = 9·1/2 = 4,5
Antwoord
L = 4,5
3.Afgeleiden
Antwoord: f′(−1) = 96
Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.
Kettingregel
f′(x) = 4·(3x + 5)3·3
Invullen
f′(−1) = 4·23·3 = 96
Antwoord
f′(−1) = 96
4.Afgeleiden
Antwoord: x = −1
Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.
Afgeleide
f′(x) = 3x2 + 3x = 3·(x2 + x)
f′(x) = 0 oplossen
x = −1 of x = 0
Welke is welke
f″(x) = 6x + 3: negatief in een maximum, positief in een minimum.
f″(−1) = −3, f″(0) = 3
x = −1
Antwoord
x = −1
5.Optimalisatie
Antwoord: h = 8,603 cm
Optimalisatie: schrijf de te optimaliseren grootheid als functie van één variabele en gebruik de randvoorwaarde om de andere te elimineren. Stel de afgeleide gelijk aan nul en los op. Controleer dat het stationaire punt een maximum of minimum is (tweede afgeleide of tekenwisseling van de eerste afgeleide) en dat het binnen het toegestane bereik ligt; een randpunt zoals een zijde van lengte nul is niet het antwoord.
Oppervlakte als functie van r
h = 500/(πr²)
A(r) = 2πr² + 1000/r
Afgeleide gelijk aan nul stellen
A″(r) = 4π + 2000/r³ > 0, dus dit is een minimum.
4πr − 1000/r² = 0 → r = ∛(500/(2π)) = 4,301 cm
Hoogte en oppervlakte
h = 500/(π·4,301²) = 2r = 8,603 cm
A = 2π·4,301² + 1000/4,301 = 348,7 cm²
Antwoord
h = 8,603 cm
Het zuinigste gesloten blik is even hoog als breed: h = 2r.
6.Optimalisatie
Antwoord: p = 115 €
Optimalisatie: schrijf de te optimaliseren grootheid als functie van één variabele en gebruik de randvoorwaarde om de andere te elimineren. Stel de afgeleide gelijk aan nul en los op. Controleer dat het stationaire punt een maximum of minimum is (tweede afgeleide of tekenwisseling van de eerste afgeleide) en dat het binnen het toegestane bereik ligt; een randpunt zoals een zijde van lengte nul is niet het antwoord.
Bepaalde integralen: ∫ₐᵇ f(x) dx is de georiënteerde oppervlakte tussen de grafiek en de x-as van a tot b. Zoek een primitieve F (met F′ = f) en bereken F(b) − F(a). Machtsregel: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1). De oppervlakte tussen twee krommen is ∫(bovenste − onderste) dx.
Primitieve
F(x) = 5·ln x
Grenzen invullen
I = 5·(ln 8 − ln 2) = 5·ln 4 = 6,931
Antwoord
I = 6,931
8.Integralen
Antwoord: V = 0,4189
Omwentelingslichamen: als je het gebied onder y = f(x) van x = a tot x = b om de x-as wentelt, ontstaat een lichaam waarvan de doorsnede bij x een schijf met straal f(x) is. Het optellen van de schijven geeft V = π∫ₐᵇ f(x)² dx. Ligt het gebied tussen een buitenste kromme R(x) en een binnenste kromme r(x), dan is elke plak een ring: V = π∫ₐᵇ (R(x)² − r(x)²) dx. Kwadrateer de stralen voordat je ze van elkaar aftrekt.
Snijpunten
1x = 1x² → x = 0, x = 1
Ringmethode
V = π∫₀1 ((1x)² − (1x²)²) dx
Integreren
V = π(1·1³/3 − 1·1⁵/5) = π·0,1333 = 0,4189
Antwoord
V = 0,4189
9.Differentiaalvergelijkingen
Antwoord: y(1.5) = 0,04214
Lineaire tweede-ordevergelijkingen: probeer voor y″ + b·y′ + c·y = 0 y = ert: dit geeft de karakteristieke vergelijking r² + b·r + c = 0. Twee reële wortels r₁ ≠ r₂ geven y = A·er₁t + B·er₂t (overgedempt); een dubbele wortel r geeft y = (A + Bt)·ert (kritisch gedempt); complexe wortels −α ± jω geven y = e−αt(A cos ωt + B sin ωt) (ondergedempt, oscillerend). De beginwaarden y(0) en y′(0) leggen A en B vast. Geschreven als y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 is ωn de eigenfrequentie en ζ de dempingsfactor: bij ζ < 1 oscilleert de oplossing. Bij een constante ingang, y″ + by′ + cy = c·K, is de oplossing de eindwaarde K plus de vrije respons.
Dubbele wortel
(r + 4)² = 0 → r = −4
Constanten
A = y(0) = 2
y′(0) = B − 4A → B = 2 + 8 = 10
Bereken
y(1,5) = (2 + 10·1,5)·e−6 = 0,04214
Antwoord
y(1,5) = 0,04214
10.Differentiaalvergelijkingen
Antwoord: y(3) = 2,222
Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.
Integrerende factor
μ = e∫2/x dx = x2
Integreren
(x2y)′ = x3 → x2y = 1x4/4 + C
Beginvoorwaarde
0 = 1/4 + C → C = −0,25
Bereken
y(3) = (1·34/4 + (−0,25))/32 = 2,222
Antwoord
y(3) = 2,222
11.Rijen & reeksen
Antwoord: A: Σ 5/k²
Convergentie: als de termen niet naar 0 gaan, divergeert de reeks (test op de n-de term). Σ1/kᵖ convergeert alleen voor p > 1, en Σrᵏ alleen voor |r| < 1. Vergelijk een reeks met een van deze als haar termen voor grote k zich zo gedragen. Quotiëntcriterium: L = lim |ak+1/ak|; wortelcriterium: L = lim |ak|1/k. L < 1 convergeert, L > 1 divergeert, L = 1 beslist niets. Een machtreeks Σck(x − x₀)ᵏ convergeert voor |x − x₀| < R met R = lim |ck/ck+1|; een alternerende reeks met termen die naar 0 afnemen convergeert.
Test elke reeks
A: Σ 5/k² → p-reeks met p = 2 > 1: convergeert.
B: Σ 1/k → Een veelvoud van de harmonische reeks (p = 1): divergeert.
C: Σ (7/4)ᵏ → Meetkundig met r = 7/4 > 1: de termen groeien, dus hij divergeert.
Taylorpolynomen: nabij x = a wordt een gladde functie benaderd door Pₙ(x) = f(a) + f′(a)(x − a) + f″(a)(x − a)²/2! + … + f⁽ⁿ⁾(a)(x − a)ⁿ/n!; voor a = 0 is dit het Maclaurinpolynoom. Standaardreeksen: eˣ = Σxᵏ/k!, sin x = x − x³/3! + x⁵/5! − …, cos x = 1 − x²/2! + x⁴/4! − …, ln(1 + x) = x − x²/2 + x³/3 − …, 1/(1 − x) = Σxᵏ. Lagrange-foutgrens: |f(x) − Pₙ(x)| ≤ M·|x − a|ⁿ⁺¹/(n + 1)!, waarbij M de grootste waarde van |f⁽ⁿ⁺¹⁾| tussen a en x is.