1.LimietenGemiddeld
Bereken de limiet L = limx→∞ (1 + 3/x)2x. Geef een decimale waarde.
f(x) = (1 + 3/x)2xx → ∞
L =
2.LimietenMoeilijk
Bereken de limiet L = limx→0 (1 − cos 4x)/(2x²), met x in radialen.
f(x) = (1 − cos 4x)/(2x²)x → 0
L =
3.AfgeleidenGemiddeld
Gegeven f(x) = ln(x2 + 2). Bereken f′(3).
f(x) = ln(x2 + 2)x = 3
f′(3) =
4.AfgeleidenMoeilijk
De raaklijn aan f(x) = 0,5x2 − 1 in x = 1 snijdt de y-as in y = b. Bereken b.
f(x) = 0,5x2 − 1x = 1
b =
5.OptimalisatieGemiddeld
Een gesloten cilindrisch blik (met deksel en bodem) moet 1000 cm³ bevatten. Het gebruikte metaal is evenredig met de totale buitenoppervlakte. Bereken de straal r waarbij het minste materiaal nodig is.
V = 1000 cm³
r = cm
6.OptimalisatieMoeilijk
Een bedrijf verkoopt q eenheden per week. De prijs waartegen het die kan verkopen is p = 200 − 2q euro per eenheid, en de kosten zijn C(q) = 2000 + 35q euro. Bereken de maximale weekwinst P.
p = 200 − 2qC = 2000 + 35q
P = €
7.IntegralenGemiddeld
Het gebied onder y = 0,5x van x = 0 tot x = 2 wordt om de x-as gewenteld. Bepaal het volume V van het lichaam (een kegel).
y = 0,5x0 ≤ x ≤ 2
V =
8.IntegralenMoeilijk
Bereken de oppervlakte A van het gebied tussen de parabool y = 4 − x² en de x-as.
y = 4 − x²
A =