1.IntegralenGemiddeld
Het gebied onder y = 0,5x van x = 0 tot x = 1 wordt om de x-as gewenteld. Bepaal het volume V van het lichaam (een kegel).
y = 0,5x0 ≤ x ≤ 1
V =
2.IntegralenMoeilijk
Bereken I = ∫₀2 x²·eˣ dx.
∫₀2 x²eˣ dx
I =
3.Rijen & reeksenGemiddeld
De machtreeks Σk=1∞ (x + 2)ᵏ/(1/2)ᵏ convergeert op een interval rond x₀ = −2. Bepaal het linkeruiteinde x van dat interval.
Σ (x + 2)ᵏ/(1/2)ᵏx₀ = −2
x =
4.Rijen & reeksenMoeilijk
Herken de reeks en bepaal haar som: S = Σk=1∞ k·(1/3)ᵏ.
ak = k·(1/3)ᵏ
S =
5.Multivariabele analyseGemiddeld
Bepaal voor f(x, y) = −2x³y² − 3x² − y³ + 4xy de maximale veranderingssnelheid van f in het punt (1, 2), dat is |∇f|.
f(x, y) = −2x³y² − 3x² − y³ + 4xyP = (1, 2)
|∇f| =
6.Multivariabele analyseMoeilijk
De integraal I = ∫01,5 ∫y1,5 1/(1 + x²)² dx dy kan niet in deze volgorde worden uitgerekend. Keer de volgorde van integratie om en bereken haar.
f = 1/(1 + x²)²0 ≤ y ≤ x ≤ 1,5
I =
7.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
Los y″ + 6y′ + 5y = 0 op met y(0) = 3 en y′(0) = 2. Bepaal y(1).
y″ + 6y′ + 5y = 0y(0) = 3y′(0) = 2
y(1) =
8.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
Een tank bevat 1000 L water waarin 20 kg zout is opgelost. Pekel met 0,25 kg zout per liter stroomt in met 4 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 158 kg zout?
V = 1000 Lm0 = 20 kgc = 0,25 kg/Lr = 4 L/min
t = min