1.IntegralenGemiddeld
Bereken I = ∫24 1/x dx.
f(x) = 1/x[2, 4]
I =
2.IntegralenMoeilijk
Bereken I = ∫₀3 x²·eˣ dx.
∫₀3 x²eˣ dx
I =
3.Rijen & reeksenGemiddeld
Bepaal de convergentiestraal R van de machtreeks Σk=1∞ (1/2)ᵏ·(x + 1)ᵏ/(k + 1).
Σ (1/2)ᵏ·(x + 1)ᵏ/(k + 1)x₀ = −1
R =
4.Rijen & reeksenMoeilijk
f(x) = sin x wordt in x = 2 benaderd door zijn Maclaurinpolynoom van graad n. Bepaal met de Lagrange-grens M·|x|ⁿ⁺¹/(n + 1)! en M = 1 de kleinste graad n die een fout kleiner dan 1 × 10⁻⁵ garandeert.
f(x) = sin xx = 2M = 1ε = 1 × 10⁻⁵
n =
5.Multivariabele analyseGemiddeld
Het raakvlak aan z = −x³y³ + x³ − 3y³ + xy in het punt waar (x, y) = (−1, −2) kan worden geschreven als z = px + qy + c. Bepaal c.
f(x, y) = −x³y³ + x³ − 3y³ + xy(a, b) = (−1, −2)
c =
6.Multivariabele analyseMoeilijk
Bepaal de kritieke punten van f(x, y) = x³ − 12x + y² − 6y, classificeer ze en geef de waarde fmin van f in het lokale minimum.
f(x, y) = x³ − 12x + y² − 6y
fmin =
7.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
Los y″ + 3y′ + 2y = 0 op met y(0) = 5 en y′(0) = 0. Bepaal y(2).
y″ + 3y′ + 2y = 0y(0) = 5y′(0) = 0
y(2) =
8.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
Een tank bevat 200 L zuiver water. Pekel met 0,2 kg zout per liter stroomt in met 20 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 20 min in de tank?
V = 200 Lm0 = 0 kgc = 0,2 kg/Lr = 20 L/min
m = kg