Basis informatica: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 20 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Talstelsels

Plaatswaarden
binair 2k, octaal 8k, hex 16k
Naar decimaal
Σ dk·bk
Vanuit decimaal
deel door het grondtal en lees de resten van onder naar boven
Hex ↔ binair
één hexcijfer = 4 bits
Two's complement
inverteer de bits en tel 1 op

Propositielogica & bewijzen

Rijen van een waarheidstabel
2ⁿ
Implicatie
p → q ≡ ¬p ∨ q ≡ ¬q → ¬p
Ontkende implicatie
¬(p → q) ≡ p ∧ ¬q
Bi-implicatie
p ↔ q ≡ (p → q) ∧ (q → p)
De Morgan
¬(p ∧ q) ≡ ¬p ∨ ¬q, ¬(p ∨ q) ≡ ¬p ∧ ¬q
Distributieve wetten
p ∨ (q ∧ r) ≡ (p ∨ q) ∧ (p ∨ r), p ∧ (q ∨ r) ≡ (p ∧ q) ∨ (p ∧ r)
Ontkende kwantoren
¬∀x P(x) ≡ ∃x ¬P(x), ¬∃x P(x) ≡ ∀x ¬P(x)
Modus ponens, modus tollens
p → q, p ⊢ q; p → q, ¬q ⊢ ¬p

Methode

  1. Tel de verschillende variabelen: de waarheidstabel heeft 2ⁿ rijen, beginnend met alle variabelen op 1.
  2. Geef elke deelformule een eigen kolom en vul de kolommen van binnen naar buiten in.
  3. Pas de regel van elk voegwoord toe: → is alleen 0 bij 1 → 0, ↔ is 1 als beide kanten gelijk zijn.
  4. Vergelijk bij equivalenties de laatste kolommen rij voor rij; kijk bij een redenering alleen naar de rijen waarin alle premissen 1 zijn.
  5. Om een bewering met kwantor te ontkennen, schuif je ¬ naar binnen, verwissel je ∀ en ∃ en ontken je de binnenste formule.

Digitale logica: poorten, K-kaarten & flip-flops

Basispoorten
A·B, A + B, A′, (A·B)′, (A + B)′, A ⊕ B
Booleaanse regels
X + X′ = 1, X·X′ = 0, X + XY = X, XY + XY′ = X
De Morgan
(X·Y)′ = X′ + Y′, (X + Y)′ = X′·Y′
Volgorde van de Karnaugh-kaart
00, 01, 11, 10 (Gray code)
Groep van 2ᵏ cellen
verliest k variabelen
4-naar-1-multiplexer
F = A′B′I0 + A′BI1 + AB′I2 + ABI3
Flip-flops
D: Q⁺ = D, T: Q⁺ = T ⊕ Q, JK: Q⁺ = JQ′ + K′Q
Tellers
n-bits: 2ⁿ toestanden; mod-N: kleinste n met 2ⁿ ≥ N; fuit = fklok/N
Ripple-teller
fmax = 1/(n·tpd)
Ring- en Johnson-tellers
n en 2n toestanden

Methode

  1. Werk bij een schakeling van de ingangen naar de uitgang, één poort tegelijk, en schrijf de waarde op elke draad, of schrijf de uitdrukking op en vul de waarheidstabel in.
  2. Zet voor vereenvoudiging de enen (en de don’t-cares als X) in een Karnaugh-kaart met rijen en kolommen in Gray-code: 00, 01, 11, 10.
  3. Dek de enen met zo weinig en zo grote groepen van 1, 2, 4, 8 of 16 cellen als mogelijk, met terugloop om de randen; elke groep is één productterm van de variabelen die constant blijven. Groepeer de nullen voor de POS-vorm.
  4. Lees bij flip-flops en tellers de ingangen af op elke actieve klokflank, schrijf de toestand na elke flank op, en onthoud dat een n-bits teller na 2ⁿ toestanden terugloopt.

Getaltheorie & modulair rekenen

Deling met rest
a = q·n + r, 0 ≤ r < n
Euclides
gcd(a, b) = gcd(b, a mod b)
Kleinste gemene veelvoud
lcm(a, b) = a·b/gcd(a, b)
Inverse
a·a⁻¹ ≡ 1 (mod n), gcd(a, n) = 1
Lineaire congruentie
a·x ≡ b → x ≡ a⁻¹·b (mod n)
Eulers φ-functie
φ(n) = n·∏(1 − 1/p), φ(pᵏ) = pᵏ − pᵏ⁻¹
Fermat
aᵖ⁻¹ ≡ 1 (mod p)
RSA
n = pq, φ = (p − 1)(q − 1), d = e⁻¹ mod φ, c = mᵉ mod n, m = cᵈ mod n

Methode

  1. Reduceer eerst elk getal modulo n; resten liggen tussen 0 en n − 1.
  2. Deel voor een ggd herhaaldelijk met het algoritme van Euclides; de laatste rest ongelijk aan nul is de ggd.
  3. Laat voor een inverse het uitgebreide algoritme lopen en houd de coëfficiënt van a; tel n erbij op als die negatief is.
  4. Los a·x ≡ b op door met a⁻¹ te vermenigvuldigen; combineer twee congruenties door x = r₁ + m₁k te schrijven.
  5. Schrijf bij machten de exponent binair en kwadrateer herhaaldelijk; in RSA is d = e⁻¹ mod φ(n) met φ(n) = (p − 1)(q − 1).

Grafentheorie

Handenschudlemma
Σ deg(v) = 2|E|
Volledige grafen
|E(Kn)| = n(n − 1)/2, |E(Km,n)| = m·n
Reguliere graaf
|E| = n·k/2
Boom en bos
|E| = n − 1, |E| = n − c
Bladeren van een boom
L = 2 + Σ (deg(v) − 2) over deg(v) ≥ 3
Euler
circuit: alle graden even; pad: precies 2 oneven graden
Hamiltoncircuits in Kn
(n − 1)!/2
Dijkstra-update
d(v) = min(d(v), d(u) + w(u, v))
Wandelingen van lengte L
(Mᴸ)ij

Methode

  1. Schrijf de graad van elk hoekpunt op; de graden zijn samen twee keer het aantal kanten.
  2. Controleer bij Eulervragen of de graaf samenhangend is en tel de hoekpunten met oneven graad.
  3. Gebruik bij bomen n − 1 kanten en het handenschudlemma.
  4. Houd bij Dijkstra een tabel met voorlopige afstanden bij en leg elke ronde het onafgehandelde hoekpunt met de kleinste afstand vast.
  5. Sorteer voor een minimaal opspannende boom de kanten op gewicht en sla elke kant over die een cykel sluit (Kruskal), of laat één boom groeien vanuit een beginpunt (Prim).

IPv4-subnetting

Hosts per subnet
2(32 − prefix) − 2 (/31: 2, /32: 1)
Blokgrootte
256 − (mask octet)
Netwerkadres
IP AND masker
Broadcastadres
IP OR (NOT masker): alle hostbits op 1
Subnetten uit n geleende bits
2n

2Oefenopgaven

1.TalstelselsGemiddeld
plaatswaarden in two's complement1−12806413201618040211

Het 8-bits patroon 1010 1001 slaat een geheel getal met teken op in two's complement. Wat is de waarde N in decimaal?

1010 10018 bit
N =
2.TalstelselsMoeilijk
1284 codes, b = ? bits?2ᵇ⁻¹…?4?2?1

Een systeem moet elk van 1284 items een eigen binaire code van gelijke lengte geven. Wat is het kleinste aantal bits b dat nodig is?

1284
b = bit
3.Propositielogica & bewijzenGemiddeld
¬p ∧ ¬r¬¬p → ¬rr → ¬p¬r → ¬¬p

Je wilt ¬p → r bewijzen met de contrapositie. Welke implicatie bewijs je in plaats daarvan? Klik erop.

¬p → r
  1. 1¬p ∧ ¬r
  2. 2¬¬p → ¬r
  3. 3r → ¬p
  4. 4¬r → ¬¬p
4.Propositielogica & bewijzenMoeilijk

In hoeveel van de 16 rijen van de waarheidstabel is (p ∨ (p → ¬q)) → ((s ↔ ¬r) ↔ q) waar? Noem dit aantal N.

(p ∨ (p → ¬q)) → ((s ↔ ¬r) ↔ q)
N =
5.Digitale logica: poorten, K-kaarten & flip-flopsGemiddeld
ABCD000111100001111010110302040517160120130150140819111010

Gebruik de Karnaugh-kaart om de minimale som-van-productenvorm (SOP) van F(A, B, C, D) = Σm(0, 1, 6, 7, 9, 11) te vinden. Hoeveel literals L bevat die in totaal (een variabele met accent telt als één literal)?

F(A, B, C, D) = Σm(0, 1, 6, 7, 9, 11)
L =
6.Digitale logica: poorten, K-kaarten & flip-flopsMoeilijk
CLKT12345678

Een T-flip-flop, getriggerd op de stijgende flank, begint met Q = 0 en krijgt de getoonde ingangen. Klik op de eerste klokflank waarop Q van 1 terugkeert naar 0.

Q₀ = 0T
  1. 1klokflank 1
  2. 2klokflank 2
  3. 3klokflank 3
  4. 4klokflank 4
  5. 5klokflank 5
  6. 6klokflank 6
  7. 7klokflank 7
  8. 8klokflank 8
7.Getaltheorie & modulair rekenenGemiddeld

Los 7x ≡ 9 (mod 30) op. Geef de oplossing x met 0 < x < 30.

7x ≡ 9 (mod 30)
x =
8.Getaltheorie & modulair rekenenMoeilijk

71 is een priemgetal. Gebruik de kleine stelling van Fermat om 185547 mod 71 te vinden.

p = 71k = 5547
185547 mod 71 =
9.Algoritmen & complexiteitGemiddeld

Waarom levert dynamisch programmeren geen echte versnelling op voor mergesort?

  1. ADynamisch programmeren werkt alleen op grafenproblemen, niet op arrays
  2. BMergesort heeft geen recursieve structuur
  3. CMergesort is al O(n)
  4. DDe deelproblemen overlappen niet, dus er valt niets te hergebruiken
10.Algoritmen & complexiteitMoeilijk

Topologisch sorteren is alleen mogelijk voor:

  1. AVolledige grafen
  2. BGrafen met negatieve gewichten
  3. COngerichte grafen
  4. DGerichte acyclische grafen (DAG)
11.DatastructurenGemiddeld

Wat is de waarde van de postfixexpressie 3 4 + 2 * ?

  1. A10
  2. B24
  3. C11
  4. D14
12.DatastructurenMoeilijk

Wat is onder simple uniform hashing de verwachte zoektijd in een hashtabel met chaining, n sleutels en m buckets?

  1. AO(log n)
  2. BO(m)
  3. CO(1 + α), waarbij α = n / m
  4. DO(n)
13.GrafentheorieGemiddeld

Een samenhangende graaf heeft 15 hoekpunten en 25 kanten. Hoeveel kanten k moeten worden verwijderd om een opspannende boom over te houden?

|V| = 15|E| = 25
k =
14.GrafentheorieMoeilijk
115131310131114ABCDEFG

Gebruik het algoritme van Dijkstra om de lengte d(F) van het kortste pad van A naar F in de gewogen graaf te vinden.

start: Aeinde: F
d(F) =
15.Databases & SQLGemiddeld

Een tabel slaat het adres van de klant op in elke bestelrij. Het adres in één rij wijzigen maar niet in de andere is een voorbeeld van:

  1. AEen phantom read
  2. BEen update-anomalie
  3. CEen delete-anomalie
  4. DEen insert-anomalie
16.Databases & SQLMoeilijk

Er is een samengestelde index op (last_name, first_name). Welke voorwaarde kan die het effectiefst gebruiken?

  1. AWHERE first_name LIKE '%a'
  2. BWHERE UPPER(first_name) = 'EVA'
  3. CWHERE last_name = 'Jansen'
  4. DWHERE first_name = 'Eva'
17.ComputernetwerkenGemiddeld

Welk bereik van TCP/UDP-poortnummers is gereserveerd als "well-known" poorten?

  1. A0–65535
  2. B0–1023
  3. C1024–49151
  4. D49152–65535
18.ComputernetwerkenMoeilijk

Een remote-terminalapplicatie voelt traag aan omdat kleine pakketten met toetsaanslagen worden tegengehouden. Welk TCP-mechanisme is hier vaak verantwoordelijk voor?

  1. AHet algoritme van Nagle
  2. BSlow start
  3. CFast retransmit
  4. DDe three-way handshake
19.IPv4-subnettingGemiddeld
255.255.255.25211111111111111111111111111111100netwerkbitshostbits

Een subnet gebruikt het masker 255.255.255.252. Hoeveel bruikbare hostadressen H heeft het?

255.255.255.252
H =
20.IPv4-subnettingMoeilijk

Het netwerk 192.168.15.0/24 wordt met VLSM verdeeld over deze LAN’s: A: 13 hosts, B: 27 hosts, C: 32 hosts, D: 120 hosts. Subnetten worden vanaf .0 omhoog toegewezen, het LAN met de meeste hosts eerst, elk met het kleinste subnet dat past. Wat is het vierde octet x van het netwerkadres van LAN B?

A: 13B: 27C: 32D: 120
x =

3Oplossingen

1.Talstelsels

Antwoord: N = −87

Positionele talstelsels: elk cijfer is zijn waarde maal een macht van het grondtal waard. Binair zijn de posities 1, 2, 4, 8, 16, … waard, hexadecimaal 1, 16, 256, …, met A–F voor 10–15. In 8-bits two's complement is het meest linkse bit −128 waard in plaats van +128; zo worden negatieve getallen opgeslagen.

Plaatswaarden optellen

De andere bits houden hun gewone positieve waarde.

−128 + 32 + 8 + 1 = −87

Antwoord

N = −87
2.Talstelsels

Antwoord: b = 11 bit

Positionele talstelsels: elk cijfer is zijn waarde maal een macht van het grondtal waard. Binair zijn de posities 1, 2, 4, 8, 16, … waard, hexadecimaal 1, 16, 256, …, met A–F voor 10–15. In 8-bits two's complement is het meest linkse bit −128 waard in plaats van +128; zo worden negatieve getallen opgeslagen.

Machten van twee

210 = 1024 < 1284
211 = 2048 ≥ 1284

Antwoord

b = 11
3.Propositielogica & bewijzen

Antwoord: ¬r → ¬¬p

Logische equivalentie: twee formules zijn equivalent (≡) als ze in elke rij van de waarheidstabel dezelfde waarde hebben. Een tautologie is in elke rij 1, een contradictie in elke rij 0, en een contingentie is geen van beide. Nuttige wetten: De Morgan, ¬(a ∧ b) ≡ ¬a ∨ ¬b en ¬(a ∨ b) ≡ ¬a ∧ ¬b; a → b ≡ ¬a ∨ b ≡ ¬b → ¬a (contrapositie); ¬(a → b) ≡ a ∧ ¬b; en de distributieve wetten, a ∨ (b ∧ c) ≡ (a ∨ b) ∧ (a ∨ c).

Delen van de implicatie

a = ¬p, b = r

Contrapositie

¬b → ¬a = ¬r → ¬¬p

Antwoord

¬r → ¬¬p

De contrapositie is equivalent met de oorspronkelijke uitspraak, dus door haar te bewijzen bewijs je de uitspraak.

4.Propositielogica & bewijzen

Antwoord: N = 8

Waarheidstabellen: een formule met n verschillende variabelen heeft 2ⁿ rijen, één voor elke combinatie van waarheidswaarden (1 = waar, 0 = onwaar). Werk van binnen naar buiten en geef elke deelformule een eigen kolom. ¬a draait de waarde om; a ∧ b is alleen 1 als beide 1 zijn; a ∨ b is alleen 0 als beide 0 zijn; a → b is alleen 0 als a = 1 en b = 0; a ↔ b is 1 als beide kanten gelijk zijn.

Kolommen

¬q; p → ¬q; p ∨ (p → ¬q); ¬r; s ↔ ¬r; (s ↔ ¬r) ↔ q; (p ∨ (p → ¬q)) → ((s ↔ ¬r) ↔ q)

Splits op p

p = 1: 4
p = 0: 4
N = 4 + 4 = 8

Antwoord

N = 8
5.Digitale logica: poorten, K-kaarten & flip-flops

Antwoord: L = 9

Karnaugh-kaarten: de cellen staan in Gray-code (00, 01, 11, 10), dus naburige cellen, ook die over de randen heen, verschillen in precies één variabele. Groepeer de enen in rechthoeken van 1, 2, 4, 8 of 16 cellen, zo groot en zo weinig mogelijk, totdat elke 1 gedekt is. Elke groep is één productterm: de variabelen die erin constant blijven. Een groep van 2ᵏ cellen verliest k variabelen. Don’t-cares (X) mogen worden gebruikt om groepen groter te maken maar hoeven nooit gedekt te worden. Groepeer je in plaats daarvan de nullen, dan krijg je de minimale POS-vorm.

ABCD000111100001111010110302040517160120130150140819111010

Groepeer de enen

Elke groep is een rechthoek van 2ᵏ cellen; randcellen zijn buren van de cellen op de tegenoverliggende rand.

AB′D
A′B′C′
A′BC

Minimale SOP-vorm

F = AB′D + A′B′C′ + A′BC
L = 9

Antwoord

L = 9
6.Digitale logica: poorten, K-kaarten & flip-flops

Antwoord: klokflank 3

Flip-flops en tellers: een flip-flop verandert alleen op de actieve klokflank. D kopieert zijn ingang (Q⁺ = D); T wisselt als T = 1; JK houdt vast bij 00, reset bij 01, zet bij 10 en wisselt bij 11. Een n-bits binaire teller heeft 2ⁿ toestanden en telt modulo 2ⁿ; een mod-N-teller telt 0, 1, …, N − 1 en dan weer 0, en heeft de kleinste n met 2ⁿ ≥ N flip-flops nodig. Elke trap van een ripple-teller halveert de frequentie, dus de laatste uitgang van een mod-N-teller loopt op fklok/N. Een Johnson-teller van n flip-flops heeft 2n toestanden, een ringteller n.

Q na elke flank

Een T-flip-flop wisselt bij elke stijgende flank met T = 1 en houdt vast met T = 0.

1: T = 0 → Q = 0
2: T = 1 → Q = 1
3: T = 1 → Q = 0
4: T = 0 → Q = 0
5: T = 0 → Q = 0
6: T = 0 → Q = 0
7: T = 1 → Q = 1
8: T = 1 → Q = 0

Eerste verandering van 1 naar 0

klokflank 3

Antwoord

klokflank 3
7.Getaltheorie & modulair rekenen

Antwoord: x = 27

Inversen en congruenties: a heeft een inverse modulo n precies als ggd(a, n) = 1. Het uitgebreide algoritme van Euclides schrijft 1 = s·n + t·a, en dan is a⁻¹ ≡ t (mod n). Een congruentie a·x ≡ b (mod n) met ggd(a, n) = 1 heeft de oplossing x ≡ a⁻¹·b. Twee congruenties x ≡ r₁ (mod m₁) en x ≡ r₂ (mod m₂) met onderling ondeelbare moduli hebben één oplossing modulo m₁·m₂ (Chinese reststelling). Eulers φ(n) telt de getallen van 1 tot n die onderling ondeelbaar zijn met n: φ(n) = n·∏(1 − 1/p).

Inverse van 7

r = 30, t = 0
r = 7, q = 4, t = 1
r = 2, q = 3, t = −4
r = 1, q = 2, t = 13
7−1 ≡ 13 (mod 30)

Oplossen

x ≡ 13·9 = 117 ≡ 27 (mod 30)
controle: 7·27 = 189 ≡ 9 (mod 30)

Antwoord

x = 27
8.Getaltheorie & modulair rekenen

Antwoord: 185547 mod 71 = 2

Modulaire machten en RSA: bereken aᵏ mod n door herhaald kwadrateren: schrijf k binair, kwadrateer, reduceer na elke stap en vermenigvuldig de machten waarvan de bit 1 is. Fermat: aᵖ⁻¹ ≡ 1 (mod p) voor een priemgetal p dat a niet deelt, dus de exponent kan modulo p − 1 gereduceerd worden. RSA: kies priemgetallen p en q, n = p·q en φ(n) = (p − 1)(q − 1); de publieke exponent e is onderling ondeelbaar met φ(n), en de privé-exponent is d = e⁻¹ mod φ(n). Versleutel met c = mᵉ mod n en ontsleutel met m = cᵈ mod n.

Reduceer de exponent

5547 mod 70 = 17
185547 ≡ 1817 (mod 71)

Kleine macht

1817 mod 71 = 2

Antwoord

185547 mod 71 = 2
9.Algoritmen & complexiteit

Antwoord: D · De deelproblemen overlappen niet, dus er valt niets te hergebruiken

Waarom dit het antwoord is

De helften van mergesort zijn disjunct en worden elk één keer opgelost; DP helpt alleen als deelproblemen terugkomen, zoals bij Fibonacci.

Antwoord

D · De deelproblemen overlappen niet, dus er valt niets te hergebruiken
10.Algoritmen & complexiteit

Antwoord: D · Gerichte acyclische grafen (DAG)

Waarom dit het antwoord is

Een topologische volgorde bestaat dan en slechts dan als de gerichte graaf geen cycli heeft; die is te vinden in O(V + E) met DFS of het algoritme van Kahn.

Antwoord

D · Gerichte acyclische grafen (DAG)
11.Datastructuren

Antwoord: D · 14

Waarom dit het antwoord is

Push 3 en 4, + geeft 7; push 2, * geeft 7 × 2 = 14.

Antwoord

D · 14
12.Datastructuren

Antwoord: C · O(1 + α), waarbij α = n / m

Waarom dit het antwoord is

Het berekenen van de hash kost O(1) en de verwachte ketenlengte is α, dus α begrensd houden door de tabel te vergroten geeft een verwachte tijd van O(1).

Antwoord

C · O(1 + α), waarbij α = n / m
13.Grafentheorie

Antwoord: k = 11

Euler, Hamilton en bomen: een samenhangende graaf heeft een Eulercircuit (elke kant één keer, terug naar het begin) als elk hoekpunt even graad heeft, en een Eulerpad dat geen circuit is als precies twee hoekpunten oneven graad hebben; het pad loopt dan van het ene oneven hoekpunt naar het andere. Een Hamiltoncircuit bezoekt elk hoekpunt één keer; Kn heeft er (n − 1)!/2. Een boom op n hoekpunten heeft n − 1 kanten, en een samenhangende graaf met m kanten houdt een opspannende boom over na het verwijderen van m − n + 1 kanten.

Kanten van een opspannende boom

15 − 1 = 14

Te verwijderen kanten

k = 25 − 14 = 11

Antwoord

k = 11
14.Grafentheorie

Antwoord: d(F) = 12

Kortste paden en opspannende bomen: het algoritme van Dijkstra legt per ronde één hoekpunt vast: het onafgehandelde hoekpunt met de kleinste voorlopige afstand. Zijn afstand is dan definitief, en elke buur v krijgt d(v) = min(d(v), d(u) + w(u, v)). Het algoritme van Kruskal bouwt een minimaal opspannende boom door de kanten van licht naar zwaar te nemen en elke kant over te slaan die een cykel zou sluiten; het algoritme van Prim laat één boom groeien vanuit een beginpunt door steeds de lichtste kant toe te voegen die eruit vertrekt. Een opspannende boom van n hoekpunten heeft n − 1 kanten.

Dijkstra ronde voor ronde

Elke regel: het vastgelegde hoekpunt, zijn definitieve afstand en de buren waarvan de afstand verbetert.

A (0): B: 1, C: 15
B (1): D: 2, G: 12
D (2): E: 15, F: 12, G: 3
G (3): E: 7
E (7): C: 10
C (10)
F (12)

Kortste pad

A → B → D → F
d(F) = 12

Antwoord

d(F) = 12
15.Databases & SQL

Antwoord: B · Een update-anomalie

Waarom dit het antwoord is

Redundante opslag betekent dat één wijziging in veel rijen moet worden doorgevoerd; als er rijen worden overgeslagen, worden de gegevens inconsistent, wat normalisatie voorkomt.

Antwoord

B · Een update-anomalie
16.Databases & SQL

Antwoord: C · WHERE last_name = 'Jansen'

Waarom dit het antwoord is

Een samengestelde B-tree-index is geordend op last_name en daarna op first_name, dus zoeken op de voorste kolom werkt, maar first_name alleen kan de ordening niet gebruiken.

Antwoord

C · WHERE last_name = 'Jansen'
17.Computernetwerken

Antwoord: B · 0–1023

Waarom dit het antwoord is

Poorten 0–1023 zijn well-known poorten voor standaarddiensten. 1024–49151 zijn geregistreerde poorten en 49152–65535 dynamische of privépoorten.

Antwoord

B · 0–1023
18.Computernetwerken

Antwoord: A · Het algoritme van Nagle

Waarom dit het antwoord is

Het algoritme van Nagle wacht met kleine segmenten om ze te bundelen zolang eerdere data onbevestigd is. Dat bespaart bandbreedte, maar geeft extra vertraging bij interactief verkeer.

Antwoord

A · Het algoritme van Nagle
19.IPv4-subnetting

Antwoord: H = 2

IPv4 subnetting: an address has 32 bits. The prefix /p says how many leading bits identify the network; the remaining 32 − p bits number the hosts. A subnet has 2³²⁻ᵖ addresses, but the first (network address) and last (broadcast address) cannot be given to hosts, so 2³²⁻ᵖ − 2 hosts fit. Exceptions: a /31 (point-to-point link, RFC 3021) uses both of its 2 addresses for hosts, and a /32 is one single address (a single host or a loopback).

Prefixlengte

255.255.255.252 = /30

Bruikbare hosts

22 − 2 = 2

Antwoord

H = 2
20.IPv4-subnetting

Antwoord: x = 192

VLSM: elk LAN krijgt het kleinste subnet met 2ʰ − 2 ≥ het aantal hosts, dus prefix 32 − h. Door de grootste subnetten eerst toe te wijzen begint elk blok op een veelvoud van zijn eigen grootte, zodat de netwerkadressen volgen door de blokgroottes op te tellen.

Blokgrootte per LAN

D: 120 hosts → 27 = 128 (/25)
C: 32 hosts → 26 = 64 (/26)
B: 27 hosts → 25 = 32 (/27)
A: 13 hosts → 24 = 16 (/28)

Toewijzing, grootste eerst

D: .0 – .127
C: .128 – .191
B: .192 – .223
A: .224 – .239

Antwoord

x = 192

LAN B: 192.168.15.192/27.

ExamProblems · examproblems.com/courses/computer-science-fundamentals