Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.
1Formules en methoden
Tijdswaarde van geld
Eindwaarde
FV = PV·(1 + i)n
Contante waarde
PV = FV/(1 + i)n
Meerdere perioden per jaar
i = r/m, N = m·n
Annuïteit, contante waarde
PV = PMT·[1 − (1 + i)−n]/i
Annuïteit, eindwaarde
FV = PMT·[(1 + i)n − 1]/i
Methode
Teken een tijdlijn met elke kasstroom en het moment waarop die valt.
Laat de rente aansluiten bij de periode: een maandrente voor maandelijkse betalingen.
Gebruik FV = PV·(1 + i)ⁿ voor losse bedragen en de annuïteitenformules voor gelijke betalingen.
Controleer het teken en de orde van grootte van het antwoord.
NCW & IRR
Netto contante waarde
NPV = −C0 + Σ CFt/(1 + r)t
Gelijke kasstromen
NPV = −C0 + CF·[1 − (1 + r)−n]/r
Interne rentevoet
de r waarbij NPV = 0
Beslissing
accepteren als NPV > 0 (of IRR > vereist rendement)
Methode
Zet alle kasstromen met hun jaar op een rij; de investering in jaar 0 is negatief.
Disconteer elke kasstroom: CFt/(1 + r)t.
Tel ze op om de NCW te krijgen. Positief betekent dat het project meer oplevert dan r.
Zoek voor de IRR de rente waarbij de NCW nul wordt, door proberen of interpoleren.
Obligatiekoers en rendement
Obligatiekoers
P = C·(1 − (1 + y)−n)/y + F/(1 + y)n
Halfjaarlijks
C/2, y/2 en 2n perioden
Lopend rendement
C/P
Koers en rendement
rendement omhoog → koers omlaag
Methode
Bepaal de coupon per periode en het rendement per periode.
Prijs = contante waarde van de coupons (een annuïteit) + contante waarde van de nominale waarde.
Gebruik bij halfjaarlijkse coupons de halve coupon, het halve rendement en twee keer zoveel perioden.
Controle: als het rendement boven de couponrente ligt, ligt de prijs onder de nominale waarde.
CAPM en WACC
CAPM
re = rf + β·(rm − rf)
WACC
E/V·re + D/V·rd·(1 − T)
Ondernemingswaarde
V = E + D
Break-evenanalyse
Dekkingsbijdrage
CM = p − v
Break-evenafzet
QBE = FC/(p − v)
Doelwinst
Q = (FC + profit)/(p − v)
Winst
π = (p − v)·Q − FC
Veiligheidsmarge
(Q − QBE)/Q
2Oefenopgaven
1.Tijdswaarde van geldGemiddeld
Een creditcard rekent een nominale rente van 22 % per jaar, per kwartaal samengesteld. Bereken de effectieve jaarrente EAR in procent.
r = 22%m = 4
EAR = %
2.Tijdswaarde van geldMoeilijk
Je spaart 18 jaar lang aan het eind van elke maand €500. De rekening geeft 3,6 % per jaar, maandelijks samengesteld. Hoeveel heb je aan het eind gespaard? Bereken FV.
A = €5003,6% / 12N = 216
FV = €
3.NCW & IRRGemiddeld
Een machine kost vandaag €60 000, gaat 7 jaar mee en kost €5 000 per jaar aan bedrijfskosten (betaald aan het eind van elk jaar). De vermogenskosten zijn 12 %. Bereken de equivalente jaarlijkse kosten EAC.
C0 = €60 000M = €5 000n = 7r = 12%
EAC = €
4.NCW & IRRMoeilijk
Een project kost €10 000 en levert aan het eind van jaar 1 tot en met 4 €5 500, €3 500, €5 000, €5 000 op. Kasstromen kunnen worden herbelegd tegen de vermogenskosten van 6 %. Bereken de gemodificeerde interne rentabiliteit MIRR in procenten.
Een obligatie met een nominale waarde van €1 000 loopt over 15 jaar af en betaalt jaarlijkse coupons. Ze wordt verkocht voor €900 als het effectieve rendement 5,5% is. Bereken het couponpercentage c in procenten.
F = €1 000n = 15P = €900YTM = 5,5%
c = %
6.Obligatiekoers en rendementMoeilijk
Een obligatie met een nominale waarde van €1 000 betaalt een jaarlijkse coupon van 4% in twee halfjaarlijkse termijnen en loopt over 5 jaar af. Ze wordt verkocht voor €1 023. Bereken het effectieve rendement YTM als jaarrente (twee keer het halfjaarlijkse rendement), in procenten.
F = €1 000coupon = 4% (2×)n = 5P = €1 023
YTM = %
7.CAPM en WACCGemiddeld
Een onderneming heeft eigen vermogen ter waarde van €3 000 000 en vreemd vermogen ter waarde van €4 000 000. De WACC is 7,17%, de kosten van het vreemd vermogen vóór belasting 4% en het belastingtarief is 30%. Bereken de kosten van het eigen vermogen re.
Een onderneming heeft 1 000 000 aandelen van €18,00 per stuk en 20 000 obligaties met een koers van €960 per stuk. De kosten van het vreemd vermogen vóór belasting zijn 5% en het belastingtarief is 25%. De bèta van het aandeel is 1,5, de risicovrije rente 1,5% en het marktrendement 8%. Bereken de WACC.
β = 1,5rf = 1,5%rm = 8%rd = 5%T = 25%
WACC = %
9.Break-evenanalyseGemiddeld
Een bedrijf verkoopt 1 280 stuks voor €23 per stuk. De variabele kosten zijn €8 per stuk en de vaste kosten €12 000. Bereken de operationele hefboom DOL bij dit verkoopniveau.
Q = 1 280p = €23v = €8F = €12 000
DOL =
10.Break-evenanalyseMoeilijk
Een product wordt verkocht voor €37 per stuk, met variabele kosten van €25 per stuk en vaste kosten van €60 000 per jaar. De begrote afzet is 6 000 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.
F = €60 000p = €37v = €25begroting = 6 000
MS = %
3Oplossingen
1.Tijdswaarde van geld
Antwoord: EAR = 23,88 %
Tijdswaarde van geld: geld vandaag is meer waard dan hetzelfde bedrag later, omdat het rente kan opbrengen. Bij een rente i per periode groeit een bedrag tot FV = PV·(1 + i)n. Een reeks gelijke betalingen (een annuïteit) waardeer je door alle betalingen op te tellen; daaruit volgen de annuïteitenformules.
Rente per periode
r/m = 0,22/4 = 0,055
Samenstellen over één jaar
EAR = (1 + 0,055)4 − 1 = 1,239 − 1 = 23,88%
Antwoord
EAR = 23,88%
De effectieve jaarrente ligt altijd boven de nominale rente als de rente vaker dan één keer per jaar wordt bijgeschreven.
2.Tijdswaarde van geld
Antwoord: FV = 151643 €
Tijdswaarde van geld: geld vandaag is meer waard dan hetzelfde bedrag later, omdat het rente kan opbrengen. Bij een rente i per periode groeit een bedrag tot FV = PV·(1 + i)n. Een reeks gelijke betalingen (een annuïteit) waardeer je door alle betalingen op te tellen; daaruit volgen de annuïteitenformules.
Equivalente jaarlijkse kosten: spreid de contante waarde van alle kosten over de levensduur als een gelijk jaarlijks bedrag (een annuïteit): EAC = PV·r/(1 − (1 + r)⁻ⁿ). Zo kun je machines met verschillende levensduren vergelijken.
Annuïteitsfactor
(1 − 1,12−7)/0,12 = 4,564
Aanschafprijs omgerekend per jaar
60 000/4,564 = 13 147,06
EAC
EAC = 13 147,06 + 5 000 = €18 147,06
Antwoord
EAC = €18 147,06
4.NCW & IRR
Antwoord: MIRR = 20,07 %
Gemodificeerde IRR: rent elke inkomende kasstroom op tot het eind van het project tegen het herbeleggingspercentage (meestal de vermogenskosten) om de eindwaarde TV te krijgen. De MIRR is de rente die de initiële investering laat groeien tot TV: MIRR = (TV/C₀)^(1/n) − 1.
Eindwaarde van de inkomende kasstromen
5 500·1,063 = 6 550,59
3 500·1,062 = 3 932,60
5 000·1,061 = 5 300,00
5 000·1,060 = 5 000,00
TV = 20 783,19
MIRR
MIRR = (20 783,19/10 000)1/4 − 1 = 20,07%
Antwoord
MIRR = 20,07%
5.Obligatiekoers en rendement
Antwoord: c = 4,504 %
Obligatiewaardering: de koers van een obligatie is de contante waarde van haar kasstromen, verdisconteerd tegen het effectieve rendement (yield to maturity, YTM): de coupons vormen een annuïteit en de nominale waarde wordt op de aflossingsdatum terugbetaald. P = C·(1 − (1 + y)⁻ⁿ)/y + F/(1 + y)ⁿ. Als het rendement boven de couponrente ligt, noteert de obligatie onder de nominale waarde, en omgekeerd.
Contante waarde van de nominale waarde
1000·(1 + 0,055)−15 = €447,93
Coupon
C = (900 − 447,93)/10,04 = €45,04
Couponrente
c = 45,04/1000 = 4,504%
Antwoord
c = 4,504%
6.Obligatiekoers en rendement
Antwoord: YTM = 3,495 %
Obligatiewaardering: de koers van een obligatie is de contante waarde van haar kasstromen, verdisconteerd tegen het effectieve rendement (yield to maturity, YTM): de coupons vormen een annuïteit en de nominale waarde wordt op de aflossingsdatum terugbetaald. P = C·(1 − (1 + y)⁻ⁿ)/y + F/(1 + y)ⁿ. Als het rendement boven de couponrente ligt, noteert de obligatie onder de nominale waarde, en omgekeerd.
Per periode
C = €20,00, N = 10
Los numeriek op
i = 1,747% per halfjaar
YTM
YTM = 2·1,747% = 3,495%
Antwoord
YTM = 3,495%
7.CAPM en WACC
Antwoord: re = 13 %
Vermogenskosten: CAPM geeft het rendement dat aandeelhouders eisen: re = rf + β·(rm − rf). De gewogen gemiddelde vermogenskosten combineren eigen en vreemd vermogen naar hun marktwaarden: WACC = E/V·re + D/V·rd·(1 − T), met V = E + D. Rente is fiscaal aftrekbaar, vandaar de (1 − T).
Gewichten
V = €7 000 000, E/V = 0,4286, D/V = 0,5714
Deel van het vreemd vermogen in de WACC
0,5714·4%·(1 − 0,3) = 1,6%
Kosten van het eigen vermogen
re = (7,17% − 1,6%)/0,4286 = 13%
Antwoord
re = 13%
8.CAPM en WACC
Antwoord: WACC = 7,379 %
Vermogenskosten: CAPM geeft het rendement dat aandeelhouders eisen: re = rf + β·(rm − rf). De gewogen gemiddelde vermogenskosten combineren eigen en vreemd vermogen naar hun marktwaarden: WACC = E/V·re + D/V·rd·(1 − T), met V = E + D. Rente is fiscaal aftrekbaar, vandaar de (1 − T).
Operationele hefboom: vaste kosten laten de winst sterker reageren dan de omzet. De operationele hefboom DOL = dekkingsbijdrage/bedrijfsresultaat geeft aan dat een verandering van 1% in de verkopen de winst met DOL % verandert. Hij is heel hoog net boven het break-evenpunt en daalt als de verkopen groeien.
Totale dekkingsbijdrage
CM = 1 280·(23 − 8) = €19 200
Bedrijfsresultaat
Π = 19 200 − 12 000 = €7 200
DOL
DOL = 19 200/7 200 = 2,667
Antwoord
DOL = 2,667
10.Break-evenanalyse
Antwoord: MS = 16,67 %
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).