Differentiaalvergelijkingen: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 8 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Differentiaalvergelijkingen

Exponentiële groei/afname
dy/dt = ky → y = y0ekt
Halveringstijd
k = ln 2 / t½
Afkoelingswet van Newton
T(t) = Ta + (T0 − Ta)e−kt
Integrerende factor
y′ + p(x)y = q(x): μ = e∫p dx, (μy)′ = μq
Mengtank
dm/dt = r·c − (r/V)·m

Integralen

Machtsregel
∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1) + C
Bepaalde integraal
∫ab f dx = F(b) − F(a)
Standaardintegralen
∫eˣ dx = eˣ, ∫1/x dx = ln|x|, ∫sin x dx = −cos x
Oppervlakte tussen grafieken
∫ab (f − g) dx

Methode

  1. Schrijf de integrand waar mogelijk als een som van eenvoudige termen.
  2. Pas de machtsregel toe: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1), en de standaardintegralen voor ex, 1/x, sin en cos.
  3. Gebruik substitutie als je een functie en haar afgeleide samen ziet.
  4. Bereken bij een bepaalde integraal F(b) − F(a).

Afgeleiden

Machtsregel
(xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹
Productregel
(uv)′ = u′v + uv′
Quotiëntregel
(u/v)′ = (u′v − uv′)/v²
Kettingregel
f(g(x))′ = f′(g(x))·g′(x)
Standaardafgeleiden
(eˣ)′ = eˣ, (ln x)′ = 1/x, (sin x)′ = cos x, (cos x)′ = −sin x

Methode

  1. Herken de structuur: som, product, quotiënt of samenstelling.
  2. Pas de machtsregel toe op elke macht van x.
  3. Gebruik waar nodig de product-, quotiënt- of kettingregel.
  4. Vereenvoudig, en vul het punt in als daarom wordt gevraagd.

Numerieke methoden

Bisectie
c = (a + b)/2, width after n steps (b − a)/2ⁿ
Newton–Raphson
xn+1 = xₙ − f(xₙ)/f′(xₙ)
Lineaire interpolatie
y = y₁ + (y₂ − y₁)(x − x₁)/(x₂ − x₁)
Trapeziumregel
T = (h/2)[f₀ + 2f₁ + … + 2fn−1 + fₙ], h = (b − a)/n
Regel van Simpson (n even)
S = (h/3)[f₀ + 4f₁ + 2f₂ + … + 4fn−1 + fₙ]
Foutgrens trapeziumregel
|E| ≤ (b − a)h²M/12, M = max|f″|
Euler
yn+1 = yₙ + h·f(tₙ, yₙ)
Heun
yn+1 = yₙ + (h/2)(k₁ + k₂), k₂ = f(tₙ + h, yₙ + hk₁)
RK4
yn+1 = yₙ + (h/6)(k₁ + 2k₂ + 2k₃ + k₄)

Methode

  1. Controleer voor een nulpunt de tekenwisseling bij bisectie, of bereken f en f′ voor Newton, en houd zes of meer cijfers aan in een tabel van iteraties.
  2. Interpoleer voor een tabelwaarde lineair tussen de twee naburige punten.
  3. Bepaal voor een integraal h = (b − a)/n, noteer f in elk knooppunt, pas de gewichten toe (1, 2, …, 2, 1 voor trapezium; 1, 4, 2, …, 4, 1 voor Simpson met even n) en vermenigvuldig met h/2 of h/3.
  4. Zet voor een DV stappen vanaf t₀ met yₙ₊₁ = yₙ + h·f(tₙ, yₙ) (Euler) of met de gemiddelde helling (Heun), één rij per stap, tot je de gevraagde t bereikt.

2Oefenopgaven

1.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
tyy(0) = 1y(1) = ?

Los y″ + 6y′ + 9y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = -1. Bepaal y(1).

y″ + 6y′ + 9y = 0y(0) = 1y′(0) = -1
y(1) =
2.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
t (min)m (kg)5 minm = ?

Een tank bevat 1000 L zuiver water. Pekel met 0,25 kg zout per liter stroomt in met 20 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 5 min in de tank?

V = 1000 Lm0 = 0 kgc = 0,25 kg/Lr = 20 L/min
m = kg
3.IntegralenGemiddeld
xy24

Bereken I = ∫24 3/x dx.

f(x) = 3/x[2, 4]
I =
4.IntegralenMoeilijk
xy3y = 3xy = x²

Het gebied tussen de lijn y = 3x en de parabool y = x² wordt om de x-as gewenteld. Bepaal het volume V van het lichaam.

y = 3xy = x²
V =
5.AfgeleidenGemiddeld
xyx = 0,5

Gegeven f(x) = x·sin(x), met x in radialen. Bereken f′(0,5).

f(x) = x·sin(x)x = 0,5 rad
f′(0.5) =
6.AfgeleidenMoeilijk
xyx = 1

De raaklijn aan f(x) = x2 + 5x + 2 in x = 1 snijdt de y-as in y = b. Bereken b.

f(x) = x2 + 5x + 2x = 1
b =
7.Numerieke methodenGemiddeld
xy00,40,81,21,62

Benader ∫02 √(1 + x³) dx met de trapeziumregel met n = 5 stroken. Geef T.

f(x) = √(1 + x³)[a, b] = [0, 2]n = 5
T =
8.Numerieke methodenMoeilijk
00,20,411,5ty(0, 1)

Gebruik de methode van Euler met h = 0,1 voor y′ = 1 + sin(ty), y(0) = 1 om y5 ≈ y(0,5) te schatten.

y′ = 1 + sin(ty)y(0) = 1h = 0,1
y5 =

3Oplossingen

1.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: y(1) = 0,1494

Lineaire tweede-ordevergelijkingen: probeer voor y″ + b·y′ + c·y = 0 y = ert: dit geeft de karakteristieke vergelijking r² + b·r + c = 0. Twee reële wortels r₁ ≠ r₂ geven y = A·er₁t + B·er₂t (overgedempt); een dubbele wortel r geeft y = (A + Bt)·ert (kritisch gedempt); complexe wortels −α ± jω geven y = e−αt(A cos ωt + B sin ωt) (ondergedempt, oscillerend). De beginwaarden y(0) en y′(0) leggen A en B vast. Geschreven als y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 is ωn de eigenfrequentie en ζ de dempingsfactor: bij ζ < 1 oscilleert de oplossing. Bij een constante ingang, y″ + by′ + cy = c·K, is de oplossing de eindwaarde K plus de vrije respons.

Dubbele wortel

(r + 3)² = 0 → r = −3

Constanten

A = y(0) = 1
y′(0) = B − 3A → B = -1 + 3 = 2

Bereken

y(1) = (1 + 2·1)·e−3 = 0,1494

Antwoord

y(1) = 0,1494
2.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: m = 23,79 kg

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Stel de vergelijking op

dm/dt = 20·0,25 − (20/1000)·m = 5 − 0,02·m

Oplossen

De integrerende factor is ert/V; de oplossing nadert het evenwicht c·V.

m(t) = 250 + (−250)·e−t/50

Vul t in

m(5) = 250 + (−250)·0,9048 = 23,79 kg

Antwoord

m = 23,79 kg
3.Integralen

Antwoord: I = 2,079

Bepaalde integralen: ∫ₐᵇ f(x) dx is de georiënteerde oppervlakte tussen de grafiek en de x-as van a tot b. Zoek een primitieve F (met F′ = f) en bereken F(b) − F(a). Machtsregel: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1). De oppervlakte tussen twee krommen is ∫(bovenste − onderste) dx.

Primitieve

F(x) = 3·ln x

Grenzen invullen

I = 3·(ln 4 − ln 2) = 3·ln 2 = 2,079

Antwoord

I = 2,079
4.Integralen

Antwoord: V = 101,8

Omwentelingslichamen: als je het gebied onder y = f(x) van x = a tot x = b om de x-as wentelt, ontstaat een lichaam waarvan de doorsnede bij x een schijf met straal f(x) is. Het optellen van de schijven geeft V = π∫ₐᵇ f(x)² dx. Ligt het gebied tussen een buitenste kromme R(x) en een binnenste kromme r(x), dan is elke plak een ring: V = π∫ₐᵇ (R(x)² − r(x)²) dx. Kwadrateer de stralen voordat je ze van elkaar aftrekt.

Snijpunten

3x = 1x² → x = 0, x = 3

Ringmethode

V = π∫₀3 ((3x)² − (1x²)²) dx

Integreren

V = π(9·3³/3 − 1·3⁵/5) = π·32,4 = 101,8

Antwoord

V = 101,8
5.Afgeleiden

Antwoord: f′(0.5) = 0,9182

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Product- en kettingregel

f′(x) = sin(x) + x·cos(x)

Invullen

f′(0,5) = 0,4794 + 0,5·0,8776 = 0,9182

Antwoord

f′(0,5) = 0,9182
6.Afgeleiden

Antwoord: b = 1

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Punt en helling

f(1) = 8
f′(x) = 2x + 5 → f′(1) = 7

Raaklijn bij x = 0

b = f(x₀) − f′(x₀)·x₀ = 8 − 7·1 = 1

Antwoord

b = 1
7.Numerieke methoden

Antwoord: T = 3,268

Numerieke integratie: verdeel [a, b] in n stroken van breedte h = (b − a)/n met knooppunten x₀ … xₙ. Trapeziumregel: T = (h/2)[f₀ + 2f₁ + 2f₂ + … + 2fn−1 + fₙ]. Regel van Simpson (n even): S = (h/3)[f₀ + 4f₁ + 2f₂ + 4f₃ + … + 4fn−1 + fₙ]. De fout van de trapeziumregel neemt af als h² (grens (b − a)h²·M/12 met M = max|f″|), die van Simpson als h⁴, dus Simpson is voor dezelfde knooppunten meestal veel nauwkeuriger.

ixᵢf(xᵢ)gewicht001110,41,031504220,81,229634231,21,651666241,62,25743225231

Knooppunten en waarden

h = 0,4
Σ wᵢfᵢ = 1 + 2·1,031504 + 2·1,229634 + 2·1,651666 + 2·2,257432 + 3 = 16,340472

Trapeziumregel

T = (0,4/2)·16,340472 = 3,268

Antwoord

T = 3,268

Deze integraal heeft geen elementaire primitieve, en juist dan is een numerieke regel nodig.

8.Numerieke methoden

Antwoord: y5 = 1,63

Numerieke oplossing van y′ = f(t, y): de methode van Euler stapt langs de helling aan het begin van elke stap: yn+1 = yₙ + h·f(tₙ, yₙ). De methode van Heun (verbeterde Euler) middelt de helling aan het begin en bij een Euler-voorspelling: k₁ = f(tₙ, yₙ), k₂ = f(tₙ + h, yₙ + h·k₁), yn+1 = yₙ + (h/2)(k₁ + k₂). De klassieke Runge–Kutta-methode (RK4) combineert vier hellingen: yn+1 = yₙ + (h/6)(k₁ + 2k₂ + 2k₃ + k₄). De globale fout van Euler is evenredig met h, die van Heun met h², die van RK4 met h⁴.

ntₙyₙf(tₙ, yₙ)yₙ₊₁00111,110,11,11,1097781,21097820,21,2109781,2398351,33496130,31,3349611,3898681,47394840,41,4739481,5560111,629549

Euler-stappen

y₁ = 1 + 0,1·(1) = 1,1
y₂ = 1,1 + 0,1·(1,109778) = 1,210978
y₃ = 1,210978 + 0,1·(1,239835) = 1,334961
y₄ = 1,334961 + 0,1·(1,389868) = 1,473948
y₅ = 1,473948 + 0,1·(1,556011) = 1,629549
00,20,411,5ty

Grafiek

y5 = 1,63

Antwoord

y5 = 1,63

ExamProblems · examproblems.com/courses/differential-equations