Teken een venndiagram en bepaal gebied voor gebied wat bij de verzamelingsuitdrukking hoort.
Vul bij telproblemen de gebieden van binnen naar buiten in: eerst alle verzamelingen, dan de paren, dan de losse verzamelingen en tot slot de buitenkant.
Gebruik inclusie–exclusie als controle: |A ∪ B| = |A| + |B| − |A ∩ B|.
Test bij een relatie elke eigenschap op elk paar en geef één tegenvoorbeeld als ze niet geldt.
Tel bij een functie de pijlen die aankomen bij elk element van B: hoogstens één betekent injectief, minstens één surjectief.
Grafentheorie
Handenschudlemma
Σ deg(v) = 2|E|
Volledige grafen
|E(Kn)| = n(n − 1)/2, |E(Km,n)| = m·n
Reguliere graaf
|E| = n·k/2
Boom en bos
|E| = n − 1, |E| = n − c
Bladeren van een boom
L = 2 + Σ (deg(v) − 2) over deg(v) ≥ 3
Euler
circuit: alle graden even; pad: precies 2 oneven graden
Hamiltoncircuits in Kn
(n − 1)!/2
Dijkstra-update
d(v) = min(d(v), d(u) + w(u, v))
Wandelingen van lengte L
(Mᴸ)ij
Methode
Schrijf de graad van elk hoekpunt op; de graden zijn samen twee keer het aantal kanten.
Controleer bij Eulervragen of de graaf samenhangend is en tel de hoekpunten met oneven graad.
Gebruik bij bomen n − 1 kanten en het handenschudlemma.
Houd bij Dijkstra een tabel met voorlopige afstanden bij en leg elke ronde het onafgehandelde hoekpunt met de kleinste afstand vast.
Sorteer voor een minimaal opspannende boom de kanten op gewicht en sla elke kant over die een cykel sluit (Kruskal), of laat één boom groeien vanuit een beginpunt (Prim).
Getaltheorie & modulair rekenen
Deling met rest
a = q·n + r, 0 ≤ r < n
Euclides
gcd(a, b) = gcd(b, a mod b)
Kleinste gemene veelvoud
lcm(a, b) = a·b/gcd(a, b)
Inverse
a·a⁻¹ ≡ 1 (mod n), gcd(a, n) = 1
Lineaire congruentie
a·x ≡ b → x ≡ a⁻¹·b (mod n)
Eulers φ-functie
φ(n) = n·∏(1 − 1/p), φ(pᵏ) = pᵏ − pᵏ⁻¹
Fermat
aᵖ⁻¹ ≡ 1 (mod p)
RSA
n = pq, φ = (p − 1)(q − 1), d = e⁻¹ mod φ, c = mᵉ mod n, m = cᵈ mod n
Methode
Reduceer eerst elk getal modulo n; resten liggen tussen 0 en n − 1.
Deel voor een ggd herhaaldelijk met het algoritme van Euclides; de laatste rest ongelijk aan nul is de ggd.
Laat voor een inverse het uitgebreide algoritme lopen en houd de coëfficiënt van a; tel n erbij op als die negatief is.
Los a·x ≡ b op door met a⁻¹ te vermenigvuldigen; combineer twee congruenties door x = r₁ + m₁k te schrijven.
Schrijf bij machten de exponent binair en kwadrateer herhaaldelijk; in RSA is d = e⁻¹ mod φ(n) met φ(n) = (p − 1)(q − 1).
2Oefenopgaven
1.Propositielogica & bewijzenGemiddeld
Is (b → a) ∨ (a → b) een tautologie, een contradictie of een contingentie? Klik op je antwoord.
(b → a) ∨ (a → b)
1tautologie
2contradictie
3contingentie
2.Propositielogica & bewijzenMoeilijk
De premissen c → b; b → a; ¬a zijn gegeven. Welke conclusie volgt eruit? Klik erop.
c → bb → a¬a
1¬c ∧ a
2a
3¬c
4c
3.Verzamelingen, relaties & functiesGemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(B ∩ C) − (A′ − C)|.
|U| = 65
|(B ∩ C) − (A′ − C)| =
4.Verzamelingen, relaties & functiesMoeilijk
Een equivalentierelatie R op {1, …, 10} heeft de klassen {6, 7, 10}, {1, 9}, {2, 8}, {3, 4, 5}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
{6, 7, 10}{1, 9}{2, 8}{3, 4, 5}
|R| =
5.GrafentheorieGemiddeld
Een samenhangende graaf heeft 6 hoekpunten en 12 kanten. Hoeveel kanten k moeten worden verwijderd om een opspannende boom over te houden?
|V| = 6|E| = 12
k =
6.GrafentheorieMoeilijk
Hoeveel wandelingen van lengte 2 gaan van A naar C? Een wandeling mag hoekpunten en kanten herhalen. Noem het aantal N.
M = adjacentiematrixL = 2
N =
7.Getaltheorie & modulair rekenenGemiddeld
Los 15x ≡ 29 (mod 43) op. Geef de oplossing x met 0 < x < 43.
15x ≡ 29 (mod 43)
x =
8.Getaltheorie & modulair rekenenMoeilijk
Los 12x ≡ 20 (mod 22) op. Geef de kleinste positieve oplossing x.
12x ≡ 20 (mod 22)
x =
3Oplossingen
1.Propositielogica & bewijzen
Antwoord: tautologie
Logische equivalentie: twee formules zijn equivalent (≡) als ze in elke rij van de waarheidstabel dezelfde waarde hebben. Een tautologie is in elke rij 1, een contradictie in elke rij 0, en een contingentie is geen van beide. Nuttige wetten: De Morgan, ¬(a ∧ b) ≡ ¬a ∨ ¬b en ¬(a ∨ b) ≡ ¬a ∧ ¬b; a → b ≡ ¬a ∨ b ≡ ¬b → ¬a (contrapositie); ¬(a → b) ≡ a ∧ ¬b; en de distributieve wetten, a ∨ (b ∧ c) ≡ (a ∨ b) ∧ (a ∨ c).
Waarheidstabel rij voor rij
a = 1, b = 1: b → a = 1, a → b = 1, (b → a) ∨ (a → b) = 1
a = 1, b = 0: b → a = 1, a → b = 0, (b → a) ∨ (a → b) = 1
a = 0, b = 1: b → a = 0, a → b = 1, (b → a) ∨ (a → b) = 1
a = 0, b = 0: b → a = 1, a → b = 1, (b → a) ∨ (a → b) = 1
Classificeer
(b → a) ∨ (a → b): 1, 1, 1, 1
1 in elke rij: een tautologie.
Antwoord
tautologie
2.Propositielogica & bewijzen
Antwoord: ¬c
Kwantoren en redeneringen: ¬∀x P(x) ≡ ∃x ¬P(x) en ¬∃x P(x) ≡ ∀x ¬P(x). Schuif een ontkenning naar binnen, verwissel elke kwantor die ze passeert en ontken de binnenste formule met de propositiewetten, zoals ¬(a → b) ≡ a ∧ ¬b. Een redenering is geldig als de conclusie 1 is in elke rij waarin alle premissen 1 zijn. Eén rij met ware premissen en een onware conclusie is een tegenvoorbeeld en toont aan dat de redenering ongeldig is.
Rijen met alle premissen waar
a = 0, b = 0, c = 0: ¬c ∧ a = 0, a = 0, ¬c = 1, c = 0
Conclusie
¬c (twee keer modus tollens)
Antwoord
¬c
3.Verzamelingen, relaties & functies
Antwoord: |(B ∩ C) − (A′ − C)| = 9
Verzamelingen en venndiagrammen: A ∪ B bevat de elementen in A of B (of beide), A ∩ B de elementen in beide, A − B de elementen van A die niet in B zitten, en het complement A′ alles in U dat niet in A zit. In een venndiagram is elke verzamelingsuitdrukking een vereniging van gebieden, dus tel gebied voor gebied. Inclusie–exclusie: |A ∪ B| = |A| + |B| − |A ∩ B|, en |A ∪ B ∪ C| = |A| + |B| + |C| − |A ∩ B| − |A ∩ C| − |B ∩ C| + |A ∩ B ∩ C|.
Gebieden van de uitdrukking
A′ ∩ B ∩ C: 7
A ∩ B ∩ C: 2
Optellen
|(B ∩ C) − (A′ − C)| = 7 + 2 = 9
Antwoord
|(B ∩ C) − (A′ − C)| = 9
4.Verzamelingen, relaties & functies
Antwoord: |R| = 26
Relaties: een relatie R op een verzameling X is een verzameling geordende paren (x, y). R is reflexief als (x, x) ∈ R voor elke x in X; symmetrisch als (x, y) ∈ R altijd samengaat met (y, x) ∈ R; antisymmetrisch als (x, y) en (y, x) alleen beide in R zitten als x = y; en transitief als (x, y) en (y, z) in R (x, z) ∈ R afdwingen. Een equivalentierelatie is reflexief, symmetrisch en transitief, en verdeelt X in disjuncte klassen.
Paren per klasse
|R| = 3² + 2² + 2² + 3² = 26
Antwoord
|R| = 26
5.Grafentheorie
Antwoord: k = 7
Euler, Hamilton en bomen: een samenhangende graaf heeft een Eulercircuit (elke kant één keer, terug naar het begin) als elk hoekpunt even graad heeft, en een Eulerpad dat geen circuit is als precies twee hoekpunten oneven graad hebben; het pad loopt dan van het ene oneven hoekpunt naar het andere. Een Hamiltoncircuit bezoekt elk hoekpunt één keer; Kn heeft er (n − 1)!/2. Een boom op n hoekpunten heeft n − 1 kanten, en een samenhangende graaf met m kanten houdt een opspannende boom over na het verwijderen van m − n + 1 kanten.
Kanten van een opspannende boom
6 − 1 = 5
Te verwijderen kanten
k = 12 − 5 = 7
Antwoord
k = 7
6.Grafentheorie
Antwoord: N = 1
Graden: de graad van een hoekpunt is het aantal kanten dat erin samenkomt. Elke kant heeft twee uiteinden, dus de graden tellen op tot twee keer het aantal kanten: Σ deg(v) = 2|E| (het handenschudlemma). Het aantal hoekpunten met oneven graad is daarom even. Kn heeft n(n − 1)/2 kanten, een k-reguliere graaf op n hoekpunten heeft nk/2, en een boom op n hoekpunten heeft n − 1 kanten.
Adjacentiematrix
A: 0 1 0 0 0 0
B: 1 0 1 0 1 0
C: 0 1 0 0 1 0
D: 0 0 0 0 1 1
E: 0 1 1 1 0 1
F: 0 0 0 1 1 0
Gemeenschappelijke buren
(M²)AC = 0·0 + 1·1 + 0·0 + 0·0 + 0·1 + 0·0 = 1
Antwoord
N = 1
7.Getaltheorie & modulair rekenen
Antwoord: x = 22
Inversen en congruenties: a heeft een inverse modulo n precies als ggd(a, n) = 1. Het uitgebreide algoritme van Euclides schrijft 1 = s·n + t·a, en dan is a⁻¹ ≡ t (mod n). Een congruentie a·x ≡ b (mod n) met ggd(a, n) = 1 heeft de oplossing x ≡ a⁻¹·b. Twee congruenties x ≡ r₁ (mod m₁) en x ≡ r₂ (mod m₂) met onderling ondeelbare moduli hebben één oplossing modulo m₁·m₂ (Chinese reststelling). Eulers φ(n) telt de getallen van 1 tot n die onderling ondeelbaar zijn met n: φ(n) = n·∏(1 − 1/p).
Inverse van 15
r = 43, t = 0
r = 15, q = 2, t = 1
r = 13, q = 1, t = −2
r = 2, q = 6, t = 3
r = 1, q = 2, t = −20
15−1 ≡ 23 (mod 43)
Oplossen
x ≡ 23·29 = 667 ≡ 22 (mod 43)
controle: 15·22 = 330 ≡ 29 (mod 43)
Antwoord
x = 22
8.Getaltheorie & modulair rekenen
Antwoord: x = 9
Inversen en congruenties: a heeft een inverse modulo n precies als ggd(a, n) = 1. Het uitgebreide algoritme van Euclides schrijft 1 = s·n + t·a, en dan is a⁻¹ ≡ t (mod n). Een congruentie a·x ≡ b (mod n) met ggd(a, n) = 1 heeft de oplossing x ≡ a⁻¹·b. Twee congruenties x ≡ r₁ (mod m₁) en x ≡ r₂ (mod m₂) met onderling ondeelbare moduli hebben één oplossing modulo m₁·m₂ (Chinese reststelling). Eulers φ(n) telt de getallen van 1 tot n die onderling ondeelbaar zijn met n: φ(n) = n·∏(1 − 1/p).