Propositielogica & bewijzen
- Rijen van een waarheidstabel
- 2ⁿ
- Implicatie
- p → q ≡ ¬p ∨ q ≡ ¬q → ¬p
- Ontkende implicatie
- ¬(p → q) ≡ p ∧ ¬q
- Bi-implicatie
- p ↔ q ≡ (p → q) ∧ (q → p)
- De Morgan
- ¬(p ∧ q) ≡ ¬p ∨ ¬q, ¬(p ∨ q) ≡ ¬p ∧ ¬q
- Distributieve wetten
- p ∨ (q ∧ r) ≡ (p ∨ q) ∧ (p ∨ r), p ∧ (q ∨ r) ≡ (p ∧ q) ∨ (p ∧ r)
- Ontkende kwantoren
- ¬∀x P(x) ≡ ∃x ¬P(x), ¬∃x P(x) ≡ ∀x ¬P(x)
- Modus ponens, modus tollens
- p → q, p ⊢ q; p → q, ¬q ⊢ ¬p
Methode
- Tel de verschillende variabelen: de waarheidstabel heeft 2ⁿ rijen, beginnend met alle variabelen op 1.
- Geef elke deelformule een eigen kolom en vul de kolommen van binnen naar buiten in.
- Pas de regel van elk voegwoord toe: → is alleen 0 bij 1 → 0, ↔ is 1 als beide kanten gelijk zijn.
- Vergelijk bij equivalenties de laatste kolommen rij voor rij; kijk bij een redenering alleen naar de rijen waarin alle premissen 1 zijn.
- Om een bewering met kwantor te ontkennen, schuif je ¬ naar binnen, verwissel je ∀ en ∃ en ontken je de binnenste formule.