Wiskunde voor ingenieurs: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 20 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Limieten

Direct invullen
probeer eerst x = a; 0/0 betekent vereenvoudigen
Ontbinden en wegdelen
xⁿ − aⁿ = (x − a)(xⁿ⁻¹ + a·xⁿ⁻² + … + aⁿ⁻¹)
Geconjugeerde
(√x − √a)(√x + √a) = x − a
Limieten naar oneindig
deel door de hoogste macht van x; bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten
Standaardlimiet
limx→∞ (1 + a/x)bx = eab
Regel van L'Hôpital
lim f/g = lim f′/g′ (0/0 or ∞/∞)

Afgeleiden

Machtsregel
(xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹
Productregel
(uv)′ = u′v + uv′
Quotiëntregel
(u/v)′ = (u′v − uv′)/v²
Kettingregel
f(g(x))′ = f′(g(x))·g′(x)
Standaardafgeleiden
(eˣ)′ = eˣ, (ln x)′ = 1/x, (sin x)′ = cos x, (cos x)′ = −sin x

Methode

  1. Herken de structuur: som, product, quotiënt of samenstelling.
  2. Pas de machtsregel toe op elke macht van x.
  3. Gebruik waar nodig de product-, quotiënt- of kettingregel.
  4. Vereenvoudig, en vul het punt in als daarom wordt gevraagd.

Integralen

Machtsregel
∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1) + C
Bepaalde integraal
∫ab f dx = F(b) − F(a)
Standaardintegralen
∫eˣ dx = eˣ, ∫1/x dx = ln|x|, ∫sin x dx = −cos x
Oppervlakte tussen grafieken
∫ab (f − g) dx

Methode

  1. Schrijf de integrand waar mogelijk als een som van eenvoudige termen.
  2. Pas de machtsregel toe: ∫xⁿ dx = xⁿ⁺¹/(n + 1), en de standaardintegralen voor ex, 1/x, sin en cos.
  3. Gebruik substitutie als je een functie en haar afgeleide samen ziet.
  4. Bereken bij een bepaalde integraal F(b) − F(a).

Complexe getallen

Rechthoekige vorm
z = a + jb, j² = −1, z̄ = a − jb
Modulus en argument
|z| = √(a² + b²), tan θ = b/a (check the quadrant)
Poolvorm en exponentiële vorm
z = r∠θ = r(cos θ + j sin θ) = r·ejθ
Deling
z₁/z₂ = z₁z̄₂/|z₂|²
Product en quotiënt
r₁∠θ₁ · r₂∠θ₂ = r₁r₂∠(θ₁ + θ₂), r₁∠θ₁ / r₂∠θ₂ = (r₁/r₂)∠(θ₁ − θ₂)
De Moivre
(r∠θ)ⁿ = rⁿ∠nθ
n-de machtswortels
zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0 … n − 1
Kwadratische vergelijking met p² < 4q
z = −p/2 ± j√(q − p²/4)

Methode

  1. Bepaal welke vorm bij de bewerking past: rechthoekig a + jb voor optellen en aftrekken, pool r∠θ voor vermenigvuldigen, delen, machten en wortels.
  2. Werk uit met j² = −1; deel door teller en noemer te vermenigvuldigen met de geconjugeerde van de noemer.
  3. Reken om met r = √(a² + b²) en θ uit een schets van het punt (controleer het kwadrant), en terug met a = r cos θ, b = r sin θ.
  4. Gebruik voor machten De Moivre, (r∠θ)ⁿ = rⁿ∠nθ; noteer voor zⁿ = R∠φ alle n wortels R1/n∠((φ + 360°k)/n).

Differentiaalvergelijkingen

Exponentiële groei/afname
dy/dt = ky → y = y0ekt
Halveringstijd
k = ln 2 / t½
Afkoelingswet van Newton
T(t) = Ta + (T0 − Ta)e−kt
Integrerende factor
y′ + p(x)y = q(x): μ = e∫p dx, (μy)′ = μq
Mengtank
dm/dt = r·c − (r/V)·m

Matrices & determinanten

2×2-determinant
det = ad − bc
Inverse van een 2×2-matrix
A⁻¹ = (1/det)·[d −b; −c a]
Product
(AB)ij = Σk AikBkj
Eigenwaarden
det(A − λI) = 0
Regel van Cramer
xi = det(Ai)/det(A)

Vectoren: inwendig en uitwendig product

Grootte
|a| = √(ax² + ay² + az²)
Eenheidsvector
û = a/|a|
Componenten uit een hoek
Fx = F·cos θ, Fy = F·sin θ
Inwendig product
a·b = axbx + ayby + azbz = |a||b|cos θ
Scalaire projectie van a op b
a·b/|b|
Arbeid
W = F·d
Uitwendig product
a × b = (aybz − azby, azbx − axbz, axby − aybx)
Oppervlakken
parallellogram |a × b|, driehoek ½|a × b|
Moment om O
MO = r × F, r = A − O
Volume van een parallellepipedum
V = |a·(b × c)|

Methode

  1. Schrijf elke vector in componenten; voor een kracht gegeven door een grootte en een hoek gebruik je F·cos θ en F·sin θ.
  2. Gebruik voor lengtes en richtingen de grootte √(x² + y² + z²) en de eenheidsvector a/|a|.
  3. Gebruik het inwendig product voor hoeken, projecties, loodrechte stand en arbeid: a·b = |a||b|cos θ.
  4. Gebruik het uitwendig product voor loodrechte vectoren, oppervlakten en momenten: schrijf de drie componenten zorgvuldig uit en houd de volgorde a × b aan.

Kansrekening

Complement
P(not A) = 1 − P(A)
Somregel
P(A ∪ B) = P(A) + P(B) − P(A ∩ B)
Onafhankelijke gebeurtenissen
P(A ∩ B) = P(A)·P(B)
Voorwaardelijke kans
P(A|B) = P(A ∩ B)/P(B)
Binomiaal
P(X = k) = C(n,k)·pk(1 − p)n−k

Beschrijvende statistiek

Gemiddelde
x̄ = Σx/n
Steekproefstandaardafwijking
s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1))
Mediaan
middelste waarde van de gesorteerde gegevens
z-score
z = (x − μ)/σ
Normale verdeling
68% binnen ±1σ, 95% binnen ±2σ

Normale verdeling

z-score
z = (x − μ)/σ
Onder x
P(X < x) = Φ(z)
Boven x
P(X > x) = 1 − Φ(z)
Tussen
Φ(z2) − Φ(z1)
Percentiel
x = μ + z·σ

Methode

  1. Reken de waarde om naar een z-score: z = (x − μ)/σ.
  2. Zoek Φ(z) op, het oppervlak links van z.
  3. Gebruik voor het oppervlak rechts 1 − Φ(z); trek voor een interval de twee linkeroppervlakken van elkaar af.
  4. Werk voor een percentiel terug: zoek z bij het oppervlak, dan x = μ + z·σ.

2Oefenopgaven

1.LimietenGemiddeld
xyy = L

Bereken de limiet L = limx→∞ (5x3 − 6x + 7)/(2x3 + 5x + 5).

f(x) = (5x3 − 6x + 7)/(2x3 + 5x + 5)x → ∞
L =
2.LimietenMoeilijk
xyx = 0

Bereken de limiet L = limx→0 (1 − cos 4x)/(2x²), met x in radialen.

f(x) = (1 − cos 4x)/(2x²)x → 0
L =
3.AfgeleidenGemiddeld
xyx = 0

Gegeven f(x) = (4x + 1)5. Bereken f′(0).

f(x) = (4x + 1)5x = 0
f′(0) =
4.AfgeleidenMoeilijk
xy

Gegeven f(x) = x3 − 12x2 + 45x − 1. Bereken de x-coördinaat x van het lokale minimum.

f(x) = x3 − 12x2 + 45x − 1
x =
5.IntegralenGemiddeld
xy1y = x·cos x

Bereken I = ∫₀1 x·cos x dx (x in radialen).

∫₀1 x·cos x dx
I =
6.IntegralenMoeilijk
xy3y = x²eˣ

Bereken I = ∫₀3 x²·eˣ dx.

∫₀3 x²eˣ dx
I =
7.Complexe getallenGemiddeld
ReIm22−2−244−4−466−6−6θz

Schrijf z = 6∠−20° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.

r = 6θ = −20°
a =
8.Complexe getallenMoeilijk
ReIm11−1−122−2−2z₀z₁z₂

De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 8∠180° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het reële deel van z₂.

w = 8∠180°n = 3k = 2
Re(z₂) =
9.DifferentiaalvergelijkingenGemiddeld
t (min)T (°C)27Ta​19 °C22 °C

Een blikje frisdrank van 3 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 27 °C gezet. Na 27 min is de temperatuur 19 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Hoe lang na de start, t, duurt het om 22 °C te bereiken?

T0 = 3 °CTa = 27 °CT(27) = 19 °CT = 22 °C
t = min
10.DifferentiaalvergelijkingenMoeilijk
tyK = 5ymax​ = ?

Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 3y′ + 18,25y = 91,25, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal de piekwaarde ymax van zijn staprespons.

y″ + 3y′ + 18,25y = 91,25y(0) = 0y′(0) = 0
ymax =
11.Matrices & determinantenGemiddeld
A =3−3−34−13−44−4

Bereken de determinant det A van de getoonde 3×3-matrix A.

A = [3 −3 −3; 4 −1 3; −4 4 −4]
det A =
12.Matrices & determinantenMoeilijk
A =541−2b =3−3

Los het stelsel 5x + 4y = 3 en x − 2y = −3 op. Bereken x.

5x + 4y = 3x − 2y = −3
x =
13.Vectoren: inwendig en uitwendig productGemiddeld
xyzab

Bepaal de waarde van k waarvoor de vectoren a = (4, −4, 3) en b = (k, 0, 2) loodrecht op elkaar staan.

a = (4, −4, 3)b = (k, 0, 2)
k =
14.Vectoren: inwendig en uitwendig productMoeilijk
xyzab

Bepaal voor a = (4, 3, −4) en b = (6, 3, 0) de z-component (a × b)z van het uitwendig product a × b.

a = (4, 3, −4)b = (6, 3, 0)
(a × b)z =
15.KansrekeningGemiddeld
xp(x)00,3520,240,2560,2μ = 2,6

Bepaal voor de getoonde verdeling de variantie Var(X) van X.

x: 0, 2, 4, 6p(x): 0,35, 0,2, 0,25, 0,2
Var(X) =
16.KansrekeningMoeilijk
n = 6, p = 0,7: P(X = 2) = ?k0123456

Een toets heeft 6 meerkeuzevragen. Een student die gokt, heeft elke vraag onafhankelijk goed met kans 0,7. Wat is de kans P op precies 2 goede antwoorden?

n = 6p = 0,7k = 2
P =
17.Beschrijvende statistiekGemiddeld
1520253035

Bereken de steekproefstandaardafwijking s van de gegevens: 20, 37, 30, 25, 14.

n = 5
s =
18.Beschrijvende statistiekMoeilijk
z −2−1012

Tentamencijfers zijn normaal verdeeld met gemiddelde 100 en standaardafwijking 10. Bereken de z-score z van een score van 85.

μ = 100σ = 10x = 85
z =
19.Normale verdelingGemiddeld
−3−2−10123zgearceerd oppervlak tussen −z en z = 0,8584

Sleep z zo dat het gearceerde oppervlak tussen −z en z onder de standaardnormale kromme 0,8584 is. Bepaal z op twee decimalen.

A = 0,8584
z =
20.Normale verdelingMoeilijk
380420460500540580620honder 5%

De levensduren van batterijen zijn normaal verdeeld met gemiddelde 500 h en standaardafwijking 40 h. Sleep de grenswaarde zo dat de gearceerde onderste 5% links ervan ligt. Bepaal de grenswaarde x.

μ = 500 hσ = 40 h5%
x = h

3Oplossingen

1.Limieten

Antwoord: L = 2,5

Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).

Deel door de hoogste macht

(5 + (−6)/x2 + 7/x3)/(2 + 5/x2 + 5/x3)

Laat x → ∞

L = 5/2 = 2,5

Antwoord

L = 2,5

Bij gelijke graden is de limiet de verhouding van de hoogstegraadscoëfficiënten.

2.Limieten

Antwoord: L = 4

Limieten: probeer eerst direct in te vullen. Geeft dat 0/0, vereenvoudig dan eerst: ontbind in factoren en deel de gemeenschappelijke factor weg, of vermenigvuldig met de geconjugeerde. Voor x → ∞ deel je teller en noemer door de hoogste macht van x. Regel van L'Hôpital: als f/g de vorm 0/0 of ∞/∞ geeft, dan is lim f/g = lim f′/g′, waarbij je teller en noemer apart differentieert (niet met de quotiëntregel).

Eerste toepassing

4·sin 4x/(4x) → 0/0

Tweede toepassing

16·cos 4x/4

Vul x = 0 in

L = 16/4 = 4

Antwoord

L = 4
3.Afgeleiden

Antwoord: f′(0) = 20

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Kettingregel

f′(x) = 5·(4x + 1)4·4

Invullen

f′(0) = 5·14·4 = 20

Antwoord

f′(0) = 20
4.Afgeleiden

Antwoord: x = 5

Differentiëren: de afgeleide f′(x) is de helling van de grafiek in x. Machtsregel: (xⁿ)′ = n·xⁿ⁻¹. Productregel: (uv)′ = u′v + uv′. Kettingregel: (f(g(x)))′ = f′(g(x))·g′(x). Waar f′(x) = 0 heeft de grafiek een horizontale raaklijn: een maximum, minimum of zadelpunt.

Afgeleide

f′(x) = 3x2 − 24x + 45 = 3·(x2 − 8x + 15)

f′(x) = 0 oplossen

x = 3 of x = 5

Welke is welke

f″(x) = 6x − 24: negatief in een maximum, positief in een minimum.

f″(3) = −6, f″(5) = 6
x = 5

Antwoord

x = 5
5.Integralen

Antwoord: I = 0,3818

Partiële integratie: ∫u·dv = u·v − ∫v·du, afgeleid uit de productregel. Kies voor u de factor die eenvoudiger wordt als je hem differentieert (een macht van x, of ln x), en voor dv de factor die je kunt integreren (eˣ, sin x, cos x, of x als u = ln x). Bereken bij een bepaalde integraal u·v op beide grenzen: ∫ₐᵇ u dv = [u·v]ₐᵇ − ∫ₐᵇ v du. Een factor x² vraagt om twee rondes.

Kies u en dv

u = x, du = dx; dv = cos x dx, v = sin x

Primitieve

∫x cos x dx = x sin x − ∫sin x dx = x sin x + cos x

Limieten

(1·sin 1 + cos 1) − (0 + 1) = 0,3818

Antwoord

I = 0,3818
6.Integralen

Antwoord: I = 98,43

Partiële integratie: ∫u·dv = u·v − ∫v·du, afgeleid uit de productregel. Kies voor u de factor die eenvoudiger wordt als je hem differentieert (een macht van x, of ln x), en voor dv de factor die je kunt integreren (eˣ, sin x, cos x, of x als u = ln x). Bereken bij een bepaalde integraal u·v op beide grenzen: ∫ₐᵇ u dv = [u·v]ₐᵇ − ∫ₐᵇ v du. Een factor x² vraagt om twee rondes.

Eerste ronde

∫x²eˣ dx = x²eˣ − ∫2x eˣ dx

Tweede ronde

∫2x eˣ dx = 2x eˣ − 2eˣ
∫x²eˣ dx = eˣ(x² − 2x + 2)

Limieten

20,09·(5) − 1·2 = 98,43

Antwoord

I = 98,43
7.Complexe getallen

Antwoord: a = 5,638

Poolvorm: z = r∠θ = r(cos θ + j sin θ) = r·ejθ, met r = |z| en θ = arg z. Terug naar de rechthoekige vorm: a = r cos θ, b = r sin θ. Voor het argument is het kwadrant nodig: θ = atan(b/a) alleen als a > 0; voor a < 0 tel je 180° op of trek je 180° af. In poolvorm is vermenigvuldigen eenvoudig: vermenigvuldig de moduli en tel de argumenten op; bij delen deel je de moduli en trek je de argumenten af.

Componenten

a = 6·cos(−20°) = 5,638
b = 6·sin(−20°) = −2,052

Rechthoekige vorm

z = 5,638 − j2,052
a = 5,638

Antwoord

a = 5,638
8.Complexe getallen

Antwoord: Re(z₂) = 1

De Moivre en wortels: (r∠θ)ⁿ = rⁿ∠nθ. De vergelijking zⁿ = R∠φ heeft precies n wortels, allemaal met modulus R1/n, bij de argumenten (φ + 360°·k)/n voor k = 0, 1, …, n − 1: ze liggen gelijkmatig verdeeld op een cirkel, 360°/n uit elkaar. Een kwadratische vergelijking z² + pz + q = 0 met p² < 4q heeft de complexe wortels z = −p/2 ± j√(q − p²/4); een polynoom met reële coëfficiënten heeft zijn complexe wortels altijd in geconjugeerde paren a ± jb.

Modulus van de wortels

81/3 = 2

Argument van de wortel

θ₂ = (180° + 360°·2)/3 = 300° → −60°

Rechthoekige vorm

z₂ = 2·(cos −60° + j sin −60°) = 1 − j1,732
Re(z₂) = 1

Antwoord

Re(z₂) = 1

De 3 wortels liggen op de cirkel met straal 2, 120° uit elkaar.

9.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: t = 38,55 min

Eerste-orde differentiaalvergelijkingen: dy/dt = k·y heeft de oplossing y = y₀·ekt (groei voor k > 0, afname voor k < 0); een halveringstijd T geeft k = ln 2/T. De afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ), geeft T(t) = Tₐ + (T₀ − Tₐ)·e−kt. Een lineaire vergelijking y′ + p(x)·y = q(x) los je op met de integrerende factor μ = e∫p dx: (μy)′ = μq, dus μy = ∫μq dx + C.

Afkoelingsconstante

k = ln(-24/-8)/27 = 0,04069 min⁻¹

Tijd tot de doeltemperatuur

t = ln(-24/(−5))/0,04069 = 38,55 min

Antwoord

t = 38,55 min
10.Differentiaalvergelijkingen

Antwoord: ymax = 6,539

Lineaire tweede-ordevergelijkingen: probeer voor y″ + b·y′ + c·y = 0 y = ert: dit geeft de karakteristieke vergelijking r² + b·r + c = 0. Twee reële wortels r₁ ≠ r₂ geven y = A·er₁t + B·er₂t (overgedempt); een dubbele wortel r geeft y = (A + Bt)·ert (kritisch gedempt); complexe wortels −α ± jω geven y = e−αt(A cos ωt + B sin ωt) (ondergedempt, oscillerend). De beginwaarden y(0) en y′(0) leggen A en B vast. Geschreven als y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 is ωn de eigenfrequentie en ζ de dempingsfactor: bij ζ < 1 oscilleert de oplossing. Bij een constante ingang, y″ + by′ + cy = c·K, is de oplossing de eindwaarde K plus de vrije respons.

Stationaire waarde en wortels

yss = 5, r = −1,5 ± 4j

Constanten uit de beginwaarden

y(0) = 5 + A = 0 → A = −5
y′(0) = −1,5A + 4B = 0 → B = −1,875

Piek

t = π/4 = 0,7854
ymax = 5·(1 + e−1,5·π/4) = 6,539

Antwoord

ymax = 6,539
11.Matrices & determinanten

Antwoord: det A = −72

Matrices: de determinant van een 2×2-matrix is ad − bc. Bij 3×3 ontwikkel je naar een rij: elk element maal de determinant van de 2×2-matrix die overblijft na het schrappen van zijn rij en kolom, met afwisselende tekens + − +. Eigenwaarden λ voldoen aan det(A − λI) = 0; bij 2×2 is dat λ² − (spoor)·λ + det = 0.

2×2-minoren van de eerste rij

M₁₁ = −8, M₁₂ = −4, M₁₃ = 12

Cofactorontwikkeling

det A = 3·(−8) − (−3)·(−4) + (−3)·12 = −72

Antwoord

det A = −72
12.Matrices & determinanten

Antwoord: x = −0,4286

Matrices: de determinant van een 2×2-matrix is ad − bc. Bij 3×3 ontwikkel je naar een rij: elk element maal de determinant van de 2×2-matrix die overblijft na het schrappen van zijn rij en kolom, met afwisselende tekens + − +. Eigenwaarden λ voldoen aan det(A − λI) = 0; bij 2×2 is dat λ² − (spoor)·λ + det = 0.

Determinant van de coëfficiëntenmatrix

det A = 5·(−2) − 4·1 = −14

De x-kolom vervangen

det Aₓ = 3·(−2) − 4·(−3) = 6
x = 6/(−14) = −0,4286

Antwoord

x = −0,4286
y = 1,286
13.Vectoren: inwendig en uitwendig product

Antwoord: k = −1,5

Dot product: a·b = axbx + ayby + azbz = |a|·|b|·cos θ, a scalar. It gives the angle between two vectors, cos θ = a·b/(|a|·|b|), and it is zero when they are perpendicular. The scalar projection of a onto b is a·b/|b|, and a constant force F moving through a displacement d does work W = F·d.

Inwendig product is gelijk aan nul

a·b = 4·k + (−4)·0 + 3·2 = 0
6 + 4·k = 0

Los op naar k

k = −6/4 = −1,5

Antwoord

k = −1,5
14.Vectoren: inwendig en uitwendig product

Antwoord: (a × b)z = −6

Cross product: a × b = (aybz − azby, azbx − axbz, axby − aybx) is perpendicular to both vectors, and |a × b| = |a|·|b|·sin θ is the area of the parallelogram they span (the triangle has half of it). Order matters: b × a = −(a × b). The moment of a force F applied at point A about point O is MO = r × F, with r = A − O.

Uitwendig product, component voor component

(a × b)x = aybz − azby = 3·0 − (−4)·3 = 12
(a × b)y = azbx − axbz = (−4)·6 − 4·0 = −24
(a × b)z = axby − aybx = 4·3 − 3·6 = −6

Gevraagde component

(a × b)z = −6

Antwoord

(a × b)z = −6

Controle: a × b staat loodrecht op beide vectoren, dus het inwendig product met a en met b is nul.

15.Kansrekening

Antwoord: Var(X) = 5,24

Discrete stochasten: een kansverdeling geeft elke waarde x die een variabele kan aannemen met haar kans p(x); de kansen liggen tussen 0 en 1 en tellen op tot 1. De verwachtingswaarde (het gemiddelde) is E(X) = Σx·p(x), het gemiddelde op de lange termijn. De variantie is Var(X) = Σ(x − μ)²·p(x) = E(X²) − μ², en de standaardafwijking σ = √Var(X). Voor een lineaire transformatie Y = aX + b geldt: E(Y) = a·E(X) + b, Var(Y) = a²·Var(X) en σY = |a|·σX; een constante optellen verandert de spreiding niet.

Gemiddelde

μ = 0·0,35 + 2·0,2 + 4·0,25 + 6·0,2 = 2,6

Gemiddelde van de kwadraten

E(X²) = 0·0,35 + 4·0,2 + 16·0,25 + 36·0,2 = 12

Variantie

Var(X) = 12 − 2,6² = 5,24

Antwoord

Var(X) = 5,24
16.Kansrekening

Antwoord: P = 0,05954

Kansrekening: bij even waarschijnlijke uitkomsten is P(A) = gunstig/totaal. Bij onafhankelijke gebeurtenissen vermenigvuldig je: P(A en B) = P(A)·P(B). De complementregel helpt vaak: P(minstens één) = 1 − P(geen). Binomiaal: bij n onafhankelijke pogingen met succeskans p geldt P(X = k) = C(n, k)·pᵏ·(1 − p)ⁿ⁻ᵏ.

Binomiale formule

P(X = 2) = 15·0,72·0,34 = 15·0,49·0,0081 = 0,05954

Antwoord

P = 0,05954
17.Beschrijvende statistiek

Antwoord: s = 8,871

Beschrijvende statistiek: het gemiddelde is de som gedeeld door n; de mediaan is de middelste waarde van de gesorteerde gegevens (het gemiddelde van de twee middelste als n even is). De steekproefstandaardafwijking is s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1)). Een z-score z = (x − μ)/σ zegt hoeveel standaardafwijkingen een waarde van het gemiddelde ligt.

Gemiddelde

x̄ = 126/5 = 25,2

Gekwadrateerde afwijkingen

Σ(x − x̄)² = (−5,2)² + 11,8² + 4,8² + (−0,2)² + (−11,2)² = 314,8

Standaardafwijking

s = √(314,8/4) = 8,871

Antwoord

s = 8,871
18.Beschrijvende statistiek

Antwoord: z = −1,5

Beschrijvende statistiek: het gemiddelde is de som gedeeld door n; de mediaan is de middelste waarde van de gesorteerde gegevens (het gemiddelde van de twee middelste als n even is). De steekproefstandaardafwijking is s = √(Σ(x − x̄)²/(n − 1)). Een z-score z = (x − μ)/σ zegt hoeveel standaardafwijkingen een waarde van het gemiddelde ligt.

Standaardiseren

z = (85 − 100)/10 = −1,5

Antwoord

z = −1,5
19.Normale verdeling

Antwoord: z = 1,47

Van een oppervlak terug naar z: Φ(z) is het oppervlak links van z. Zoek voor een linkerstaartoppervlak A de z met Φ(z) = A in de tabel. Een rechterstaartoppervlak A betekent Φ(z) = 1 − A. Een centraal oppervlak A tussen −z en z laat (1 − A)/2 in elke staart over, dus Φ(z) = (1 + A)/2. Gebruik voor een waarde x de formule x = μ + zσ.

Oppervlak links van z

Φ(z) = (1 + 0,8584)/2 = 0,9292

Lees de z-tabel achterstevoren

Zoek 0,9292 in de tabel en lees z af.

z = 1,47

Antwoord

z = 1,47
20.Normale verdeling

Antwoord: x = 434 h

Van een oppervlak terug naar z: Φ(z) is het oppervlak links van z. Zoek voor een linkerstaartoppervlak A de z met Φ(z) = A in de tabel. Een rechterstaartoppervlak A betekent Φ(z) = 1 − A. Een centraal oppervlak A tussen −z en z laat (1 − A)/2 in elke staart over, dus Φ(z) = (1 + A)/2. Gebruik voor een waarde x de formule x = μ + zσ.

Oppervlak links

Φ(z) = 0,05

z uit de tabel

z ≈ −1,64

Terug naar de oorspronkelijke eenheden

x = 500 − 1,64·40 = 434 h

Antwoord

x = 434 h

ExamProblems · examproblems.com/courses/engineering-mathematics