Stromingsleer: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 8 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Hydrostatische kracht

Druk op diepte
p = ρgh
Kracht op een verticale wand
F = ρg·hc·A
Drukpunt
yp = yc + Ic/(ycA)
Rechthoek
Ic = bH³/12

Continuïteit en Bernoulli

Continuïteit
A1v1 = A2v2
Bernoulli
p1 + ½ρv1² + ρgz1 = p2 + ½ρv2² + ρgz2
Debiet
Q = A·v
Oppervlakte van een cirkel
A = πd²/4

Leidingwrijving en drukhoogteverlies

Getal van Reynolds
Re = V·D/ν = ρ·V·D/μ
Stromingsregime
laminair onder Re ≈ 2000, turbulent boven Re ≈ 4000
Gemiddelde snelheid
V = Q/A, A = π·D²/4
Darcy–Weisbach
hf = f·(L/D)·V²/(2g)
Plaatselijke verliezen
hm = ΣK·V²/(2g)
Gangbare K-waarden
intrede 0,5, uittrede 1,0, bocht van 90° ≈ 0,3
Drukval
Δp = ρ·g·hf
Twee open reservoirs
Δz = (f·L/D + ΣK)·V²/(2g)
Vrije uitstroming
H = (1 + f·L/D + ΣK)·V²/(2g)

Pompen en pompvermogen

Hydraulisch vermogen
Ph = ρ·g·Q·H = Q·Δp
Asvermogen
Pshaft = Ph/ηpump
Elektrisch vermogen
Pel = Pshaft/ηmotor
Opvoerhoogte van de pomp
H = Δz + Δp/(ρ·g) + hL
Systeemverliezen
hL = (f·L/D + ΣK)·V²/(2g)

2Oefenopgaven

1.Hydrostatische krachtGemiddeld
schuifd = 4 mH = 2 m

Een verticale rechthoekige schuif van 1,5 m breed zit in de wand van een tank met water, met de bovenrand 4 m onder het oppervlak. Vind de resulterende hydrostatische kracht F op de schuif.

d = 4 mH = 2 mb = 1,5 mρ = 1000 kg/m³g = 9,81 m/s²
F = kN
2.Hydrostatische krachtMoeilijk
schuifd = 2 mH = 3 m

Een verticale rechthoekige schuif van 2 m breed zit in de wand van een tank met zeewater, met de bovenrand 2 m onder het oppervlak. Vind de resulterende hydrostatische kracht F op de schuif.

d = 2 mH = 3 mb = 2 mρ = 1025 kg/m³g = 9,81 m/s²
F = kN
3.Continuïteit en BernoulliGemiddeld
12d1​ = 150 mm, p1​ = ?d2​ = 100 mm, p2​ = 200 kPa

Water stroomt met 35 L/s door een horizontale leiding die versmalt van 150 mm naar 100 mm. De druk in het smalle deel is 200 kPa. Vind, zonder verliezen, de druk p1 in het brede deel.

Q = 35 L/sd1 = 150 mmd2 = 100 mmp2 = 200 kPaρ = 1000 kg/m³
p1 = kPa
4.Continuïteit en BernoulliMoeilijk
C212,5 m1,5 md = 32 mmpC​ = ?

Een slang met een binnendiameter van 32 mm hevelt water uit een open tank. Het hoogste punt C van de slang ligt 2,5 m boven het wateroppervlak, en de uitlaat (open naar de lucht) ligt 1,5 m onder het wateroppervlak. Verwaarloos verliezen en neem g = 9,81 m/s². Vind de absolute druk pC in punt C. De atmosferische druk is 101,3 kPa.

d = 32 mmzC = +2,5 mz2 = −1,5 mg = 9,81 m/s²patm = 101,3 kPa
pC = kPa
5.Leidingwrijving en drukhoogteverliesGemiddeld
V = 1,8 m/sD = 200 mmL = 300 mf = 0,015

Water stroomt met een gemiddelde snelheid van 1,8 m/s door een leiding van 300 m lang met een binnendiameter van 200 mm. Gebruik de Darcy-wrijvingsfactor f = 0,015 en g = 9,81 m/s². Vind het wrijvingsverlies hf.

V = 1,8 m/sL = 300 mD = 200 mmf = 0,015g = 9,81 m/s²
hf = m
6.Leidingwrijving en drukhoogteverliesMoeilijk
K = 5Δz = ?L = 600 m, D = 300 mm, f = 0,0152× bocht (K = 0,3)

Twee open reservoirs zijn verbonden door een leiding van 600 m lang met een binnendiameter van 300 mm en een Darcy-wrijvingsfactor f = 0,015. De plaatselijke verliezen zijn een scherpe intrede (K = 0,5), 2 bochten (K = 0,3 per stuk), een afsluiter (K = 5) en de uittrede in het lagere reservoir (K = 1,0). Gebruik g = 9,81 m/s². Welk niveauverschil Δz tussen de reservoirs geeft een debiet van 200 L/s?

Q = 200 L/sL = 600 mD = 300 mmf = 0,015Kentrance = 0,5Kbend = 0,3 (×2)Kvalve = 5Kexit = 1,0
Δz = m
7.Pompen en pompvermogenGemiddeld
PQ = 50 L/sH = 70 m

Een pomp levert 50 L/s water (ρ = 1000 kg/m³) tegen een opvoerhoogte van 70 m. Het pomprendement is 75% en de elektromotor die de pomp aandrijft heeft een rendement van 95%. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind het elektrisch vermogen Pel dat de motor opneemt, in kW.

Q = 50 L/sH = 70 mηpump = 75%ηmotor = 95%g = 9,81 m/s²
Pel = kW
8.Pompen en pompvermogenMoeilijk
PQ = 75 L/sΔz = 15 mL = 100 m, D = 200 mm, f = 0,025, ΣK = 8

Een pomp verplaatst 75 L/s water (ρ = 1000 kg/m³) van een open lager reservoir naar een hoger gelegen tank waarvan het wateroppervlak 15 m hoger ligt. De leiding is 100 m lang met een binnendiameter van 200 mm en een Darcy-wrijvingsfactor f = 0,025; de coëfficiënten voor plaatselijke verliezen tellen op tot ΣK = 8 (intrede en uittrede inbegrepen). Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de opvoerhoogte H die de pomp moet toevoegen.

Q = 75 L/sΔz = 15 mL = 100 mD = 200 mmf = 0,025ΣK = 8
H = m

3Oplossingen

1.Hydrostatische kracht

Antwoord: F = 147,2 kN

Hydrostatische kracht op een vlak oppervlak: F = ρ·g·yc·A. De kracht grijpt aan in het drukpunt, ycp = yc + Ic/(ycA), dat altijd onder het zwaartepunt ligt.

Diepte van het zwaartepunt en oppervlakte

yc = d + H/2 = 4 + 2/2 = 5 m
A = H·b = 2·1,5 = 3 m²
schuifd = 4 mH = 2 mF

Resulterende kracht

F = ρ·g·yc·A = 1000·9,81·5·3 = 147,2 kN

Antwoord

F = 147,2 kN
2.Hydrostatische kracht

Antwoord: F = 211,2 kN

Hydrostatische kracht op een vlak oppervlak: F = ρ·g·yc·A. De kracht grijpt aan in het drukpunt, ycp = yc + Ic/(ycA), dat altijd onder het zwaartepunt ligt.

Diepte van het zwaartepunt en oppervlakte

yc = d + H/2 = 2 + 3/2 = 3,5 m
A = H·b = 3·2 = 6 m²
schuifd = 2 mH = 3 mF

Resulterende kracht

F = ρ·g·yc·A = 1025·9,81·3,5·6 = 211,2 kN

Antwoord

F = 211,2 kN
3.Continuïteit en Bernoulli

Antwoord: p1 = 208 kPa

Continuity and Bernoulli: for an incompressible fluid the flow rate is the same at every section, Q = A₁v₁ = A₂v₂. Along a streamline without losses, p + ½ρv² + ρgz is constant, so where the fluid is faster or higher its pressure is lower.

Snelheden

v1 = Q/A1 = 0,035/0,01767 = 1,981 m/s
v2 = Q/A2 = 0,035/0,007854 = 4,456 m/s

Bernoulli

p1 = p2 + ½ρ(v2² − v1²) = 200 + ½·1000·(4,456² − 1,981²)/1000 = 200 + 7,968 = 208 kPa

Antwoord

p1 = 208 kPa
4.Continuïteit en Bernoulli

Antwoord: pC = 62,06 kPa

Continuity and Bernoulli: for an incompressible fluid the flow rate is the same at every section, Q = A₁v₁ = A₂v₂. Along a streamline without losses, p + ½ρv² + ρgz is constant, so where the fluid is faster or higher its pressure is lower.

Snelheid in de slang

Oppervlak en uitlaat zijn allebei open naar de lucht, dus de drukterm valt weg.

v = √(2g·1,5) = √(2·9,81·1,5) = 5,425 m/s

Bernoulli van het oppervlak naar C

patm = pC + ½ρv² + ρgzC
pC = 101,3 − 1000·(5,425²/2 + 9,81·2,5)/1000 = 101,3 − 39,24 = 62,06 kPa

Antwoord

pC = 62,06 kPa

Als deze druk daalt tot de dampdruk van het water, werkt de hevel niet meer.

5.Leidingwrijving en drukhoogteverlies

Antwoord: hf = 3,716 m

Leidingstroming: het getal van Reynolds Re = V·D/ν = ρ·V·D/μ onderscheidt laminaire stroming (Re onder ongeveer 2000) van turbulente stroming (boven ongeveer 4000). Wrijving langs een leiding kost het drukhoogteverlies volgens Darcy–Weisbach hf = f·(L/D)·V²/(2g). Hulpstukken, afsluiters, de intrede en de uittrede geven plaatselijke verliezen hm = ΣK·V²/(2g). Tussen twee open reservoiroppervlakken geeft de energievergelijking Δz = hf + hm, inclusief het uittredeverlies K = 1.

Snelheidshoogte

V²/(2g) = 1,8²/(2·9,81) = 0,1651 m

Darcy–Weisbach

hf = f·(L/D)·V²/(2g) = 0,015·(300/0,2)·1,8²/(2·9,81) = 3,716 m

Antwoord

hf = 3,716 m
6.Leidingwrijving en drukhoogteverlies

Antwoord: Δz = 15,14 m

Leidingstroming: het getal van Reynolds Re = V·D/ν = ρ·V·D/μ onderscheidt laminaire stroming (Re onder ongeveer 2000) van turbulente stroming (boven ongeveer 4000). Wrijving langs een leiding kost het drukhoogteverlies volgens Darcy–Weisbach hf = f·(L/D)·V²/(2g). Hulpstukken, afsluiters, de intrede en de uittrede geven plaatselijke verliezen hm = ΣK·V²/(2g). Tussen twee open reservoiroppervlakken geeft de energievergelijking Δz = hf + hm, inclusief het uittredeverlies K = 1.

Snelheid

V = Q/A = 0,2/0,07069 = 2,829 m/s
V²/(2g) = 0,408 m

Verliescoëfficiënten

f·L/D = 0,015·600/0,3 = 30
ΣK = 0,5 + 2·0,3 + 5 + 1,0 = 7,1

Totaal drukhoogteverlies

hf = 30·0,408 = 12,24 m
hm = 7,1·0,408 = 2,897 m
Δz = hf + hm = 15,14 m

Antwoord

Δz = 15,14 m
7.Pompen en pompvermogen

Antwoord: Pel = 48,19 kW

Pompvermogen: het vermogen dat aan het water wordt gegeven is het hydraulisch vermogen Ph = ρ·g·Q·H = Q·Δp. De as moet meer leveren omdat de pomp verliezen heeft: Pshaft = Ph/ηpump, en de motor neemt Pel = Pshaft/ηmotor op. De opvoerhoogte H volgt uit de energievergelijking: statische opvoerhoogte + drukhoogte + alle wrijvings- en plaatselijke verliezen.

Hydraulisch vermogen

Ph = ρ·g·Q·H = 1000·9,81·0,05·70 = 34,34 kW

Asvermogen

Pshaft = 34,34/0,75 = 45,78 kW

Elektrisch vermogen

Pel = 45,78/0,95 = 48,19 kW

Antwoord

Pel = 48,19 kW
8.Pompen en pompvermogen

Antwoord: H = 20,95 m

Pompvermogen: het vermogen dat aan het water wordt gegeven is het hydraulisch vermogen Ph = ρ·g·Q·H = Q·Δp. De as moet meer leveren omdat de pomp verliezen heeft: Pshaft = Ph/ηpump, en de motor neemt Pel = Pshaft/ηmotor op. De opvoerhoogte H volgt uit de energievergelijking: statische opvoerhoogte + drukhoogte + alle wrijvings- en plaatselijke verliezen.

Snelheid

V = Q/A = 0,075/0,03142 = 2,387 m/s
V²/(2g) = 0,2905 m

Drukhoogteverliezen

hL = (f·L/D + ΣK)·V²/(2g) = (12,5 + 8)·0,2905 = 5,955 m

Opvoerhoogte van de pomp

Beide oppervlakken zijn open en praktisch in rust, dus de druk- en snelheidstermen vallen weg.

H = Δz + hL = 15 + 5,955 = 20,95 m

Antwoord

H = 20,95 m

ExamProblems · examproblems.com/courses/fluid-mechanics