Bij de reactie CaCO3 → CaO + CO2 reageert 10 g CaCO3 volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 3,61 g CO2 opgevangen. Bereken het rendement Y.
M(CaCO3) = 100,09 g/molM(CO2) = 44,01 g/molwerkelijk: 3,61 g
Y = %
3.Molariteit en verdunningGemiddeld
Je hebt 200 mL van een 0,05 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 0,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
c1 = 0,5 mol/Lc2 = 0,05 mol/LV2 = 200 mL
V1 = mL
4.Molariteit en verdunningMoeilijk
200 mL van een 0,1 mol/L oplossing wordt gemengd met 100 mL van een 3 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
c1 = 0,1 mol/LV1 = 200 mLc2 = 3 mol/LV2 = 100 mL
c = mol/L
5.Ideale gaswetGemiddeld
Een tank van 20 L bevat 220 g Ar bij 35 °C. Behandel het als een ideaal gas en vind de druk P.
Een blok lood van 75 g (c = 0,129 J/(g·°C)) met een temperatuur van 170 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 17 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 25 g C3H8 (M = 44,1 g/mol) volledig verbrandt: C3H8 + 5O₂ → 3CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
0,25 mol/L H₂ en 0,25 mol/L I₂ worden in een vat gebracht en reageren: H₂ + I₂ ⇌ 2HI, met Kc = 36. Bereken de evenwichtsconcentratie [H2].
[H₂]₀ = [I₂]₀ = 0,25 mol/LKc = 36
[H2] = mol/L
10.Chemisch evenwichtMoeilijk
PCl₅ ontleedt: PCl₅ ⇌ PCl₃ + Cl₂, met Kc = 0,5 bij de reactietemperatuur. Een vat bevat aan het begin alleen 0,1 mol/L PCl₅. Bereken de evenwichtsconcentratie [PCl5].
[PCl₅]₀ = 0,1 mol/LKc = 0,5
[PCl5] = mol/L
11.pH & buffersGemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,1 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,1 mol/LKa = 0,00068
pH =
12.pH & buffersMoeilijk
Een buffer bevat 0,5 mol/L waterstoffluoride en 0,05 mol/L van het natriumzout. Ka = 0,00068. Bereken de pH pH van de buffer.
[HA] = 0,5[A⁻] = 0,05Ka = 0,00068
pH =
13.ReactiekinetiekGemiddeld
Een nulde-orde reactie heeft k = 0,025 mol/(L·min) en begint bij 1 mol/L. Hoe lang duurt het om 80% conversie te bereiken? Vind t.
k = 0,025 mol/(L·min)CA0 = 1 mol/LX = 80 %
t = min
14.ReactiekinetiekMoeilijk
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,02 min⁻¹ bij 40 °C en een activeringsenergie van 55 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 60 °C.
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Mol van elke beginstof
n(Fe2O3) = 16/159,69 = 0,1002 mol
n(CO) = 40/28,01 = 1,428 mol
Beperkende reactant
0,1002/1 = 0,1002, 1,428/3 = 0,476 → Fe2O3
Massa product
n(CO2) = 0,1002·3 = 0,3006 mol
m = 0,3006·44,01 = 13,23 g
Antwoord
m = 13,23 g
2.Stoichiometrie
Antwoord: Y = 82,1 %
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Theoretische opbrengst
n(CaCO3) = 10/100,09 = 0,09991 mol
m = 0,09991·1/1·44,01 = 4,397 g
Rendement
Y = 3,61/4,397·100 = 82,1%
Antwoord
Y = 82,1%
3.Molariteit en verdunning
Antwoord: V1 = 20 mL
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Volume stamoplossing
V1 = c2·V2/c1 = 0,05·200/0,5 = 20 mL
Antwoord
V1 = 20 mL
4.Molariteit en verdunning
Antwoord: c = 1,067 mol/L
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Totale hoeveelheid
n = 0,1·200 + 3·100 = 320 mmol
Concentratie van het mengsel
c = 320/300 = 1,067 mol/L
Antwoord
c = 1,067 mol/L
5.Ideale gaswet
Antwoord: P = 705,4 kPa
Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.
Mol
n = m/M = 220/39,95 = 5,507 mol
T = 35 + 273,15 = 308,1 K
Druk
P = nRT/V = 5,507·8,314·308,1/0,02 = 705,4 kPa
Antwoord
P = 705,4 kPa
6.Ideale gaswet
Antwoord: V2 = 1,048 L
Algemene gaswet: voor een vaste hoeveelheid ideaal gas geldt P1V1/T1 = P2V2/T2.
Absolute temperaturen
T1 = 288,1 K, T2 = 453,1 K
Algemene gaswet
V2 = V1·(P1/P2)·(T2/T1) = 2·(100/300)·(453,1/288,1) = 1,048 L
Antwoord
V2 = 1,048 L
7.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: Tf = 17,88 °C
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Warmtebalans
75·0,129·(170 − Tf) = 400·4,18·(Tf − 17)
Los de eindtemperatuur op
Tf = (9,675·170 + 1672·17)/(9,675 + 1672) = 17,88 °C
Antwoord
Tf = 17,88 °C
8.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: q = 1258 kJ
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Evenwichtsvoorwaarde
0,5 = x²/(0,1 − x) → x² + 0,5·x − 0,05 = 0
Los de vierkantsvergelijking op
x = (−0,5 + √(0,5² + 4·0,05))/2 = 0,08541 mol/L
Evenwichtsconcentratie
[PCl₅] = 0,1 − 0,08541 = 0,01459 mol/L
Antwoord
[PCl5] = 0,01459 mol/L
11.pH & buffers
Antwoord: pH = 2,102
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
Evenwicht
HA ⇌ H⁺ + A⁻: x mol/L zuur ioniseert.
Ka = x²/(0,1 − x) → x = 0,007913 mol/L
pH
pH = −log(0,007913) = 2,102
Antwoord
pH = 2,102
12.pH & buffers
Antwoord: pH = 2,167
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
pKa
pKa = 3,167
Henderson–Hasselbalch
pH = 3,167 + log(0,05/0,5) = 2,167
Antwoord
pH = 2,167
13.Reactiekinetiek
Antwoord: t = 32 min
Integrated rate laws: zero order: C = C₀ − kt (straight line, t½ = C₀/(2k)); first order: ln(C₀/C) = kt (t½ = ln 2/k); second order: 1/C − 1/C₀ = kt (t½ = 1/(kC₀)). Conversion X means C = C₀(1 − X).
Omgezette hoeveelheid
CA0·X = 1·0,8 = 0,8 mol/L
Tijd
t = CA0·X/k = 0,8/0,025 = 32 min
Antwoord
t = 32 min
14.Reactiekinetiek
Antwoord: k2 = 0,07109 min⁻¹
Reactiesnelheden: voor een eerste-orde reactie geldt −dC/dt = kC, dus C = C₀·e−kt en de halveringstijd ln 2/k hangt niet af van de concentratie. Voor een tweede-orde reactie geldt 1/C = 1/C₀ + kt. De snelheidsconstante stijgt met de temperatuur volgens Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).