Bij de reactie C6H12O6 → 2C2H5OH + 2CO2 reageert 12 g C6H12O6 volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 4,3 g C2H5OH opgevangen. Bereken het rendement Y.
M(C6H12O6) = 180,16 g/molM(C2H5OH) = 46,07 g/molwerkelijk: 4,3 g
Y = %
3.Molariteit en verdunningGemiddeld
Je hebt 200 mL van een 0,2 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 1 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
c1 = 1 mol/Lc2 = 0,2 mol/LV2 = 200 mL
V1 = mL
4.Molariteit en verdunningMoeilijk
250 mL van een 0,1 mol/L oplossing wordt gemengd met 100 mL van een 0,6 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Een blok koper van 50 g (c = 0,385 J/(g·°C)) met een temperatuur van 190 °C wordt in een geïsoleerde beker met 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 16 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 250 g CH3OH (M = 32,04 g/mol) volledig verbrandt: 2CH3OH + 3O₂ → 2CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
0,25 mol/L H₂ en 0,25 mol/L I₂ worden in een vat gebracht en reageren: H₂ + I₂ ⇌ 2HI, met Kc = 49. Bereken de evenwichtsconcentratie [H2].
[H₂]₀ = [I₂]₀ = 0,25 mol/LKc = 49
[H2] = mol/L
10.Chemisch evenwichtMoeilijk
PCl₅ ontleedt: PCl₅ ⇌ PCl₃ + Cl₂, met Kc = 0,08 bij de reactietemperatuur. Een vat bevat aan het begin alleen 0,2 mol/L PCl₅. Bereken de evenwichtsconcentratie [Cl2].
[PCl₅]₀ = 0,2 mol/LKc = 0,08
[Cl2] = mol/L
11.pH & buffersGemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,05 mol/L-oplossing benzoëzuur (Ka = 6,3 × 10⁻⁵).
c = 0,05 mol/LKa = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
12.pH & buffersMoeilijk
Een buffer bevat 0,1 mol/L hypochlorigzuur en 0,8 mol/L van het natriumzout. Ka = 3 × 10⁻⁸. Bereken de pH pH van de buffer.
[HA] = 0,1[A⁻] = 0,8Ka = 3 × 10⁻⁸
pH =
13.ReactiekinetiekGemiddeld
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) heeft k = 0,2 L/(mol·min) en een beginconcentratie van 1,5 mol/L. Vind de eerste halveringstijd t½.
k = 0,2 L/(mol·min)CA0 = 1,5 mol/L
t½ = min
14.ReactiekinetiekMoeilijk
Twee experimenten meten de beginsnelheid van A → producten. Met CA0 = 0,1 mol/L is de snelheid 0,008 mol/(L·s); met CA0 = 0,3 mol/L is die 0,024 mol/(L·s). Vind de reactieorde n ten opzichte van A.
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Mol van elke beginstof
n(Fe2O3) = 8/159,69 = 0,0501 mol
n(CO) = 64/28,01 = 2,285 mol
Beperkende reactant
0,0501/1 = 0,0501, 2,285/3 = 0,7616 → Fe2O3
Massa product
n(CO2) = 0,0501·3 = 0,1503 mol
m = 0,1503·44,01 = 6,614 g
Antwoord
m = 6,614 g
2.Stoichiometrie
Antwoord: Y = 70,06 %
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Theoretische opbrengst
n(C6H12O6) = 12/180,16 = 0,06661 mol
m = 0,06661·2/1·46,07 = 6,137 g
Rendement
Y = 4,3/6,137·100 = 70,06%
Antwoord
Y = 70,06%
3.Molariteit en verdunning
Antwoord: V1 = 40 mL
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Volume stamoplossing
V1 = c2·V2/c1 = 0,2·200/1 = 40 mL
Antwoord
V1 = 40 mL
4.Molariteit en verdunning
Antwoord: c = 0,2429 mol/L
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Totale hoeveelheid
n = 0,1·250 + 0,6·100 = 85 mmol
Concentratie van het mengsel
c = 85/350 = 0,2429 mol/L
Antwoord
c = 0,2429 mol/L
5.Ideale gaswet
Antwoord: V = 57,38 L
Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.
Mol
n = 460/44,01 = 10,45 mol
T = 90 + 273,15 = 363,1 K
Volume
V = nRT/P = 10,45·8,314·363,1/550 = 57,38 L
Antwoord
V = 57,38 L
6.Ideale gaswet
Antwoord: ρ = 3,406 kg/m³
Dichtheid van een ideaal gas: ρ = PM/(RT).
Herschrijf de gaswet
PV = (m/M)RT → ρ = m/V = PM/(RT)
T = 180 + 273,15 = 453,1 K
Dichtheid
ρ = 800·16,04/(8,314·453,1) = 3,406 kg/m³
Antwoord
ρ = 3,406 kg/m³
7.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: Tf = 23,66 °C
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Warmtebalans
50·0,385·(190 − Tf) = 100·4,18·(Tf − 16)
Los de eindtemperatuur op
Tf = (19,25·190 + 418·16)/(19,25 + 418) = 23,66 °C
Antwoord
Tf = 23,66 °C
8.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: q = 5668 kJ
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Evenwichtsvoorwaarde
0,08 = x²/(0,2 − x) → x² + 0,08·x − 0,016 = 0
Los de vierkantsvergelijking op
x = (−0,08 + √(0,08² + 4·0,016))/2 = 0,09266 mol/L
Evenwichtsconcentratie
[Cl₂] = x = 0,09266 mol/L
Antwoord
[Cl2] = 0,09266 mol/L
11.pH & buffers
Antwoord: pH = 2,759
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
Evenwicht
HA ⇌ H⁺ + A⁻: x mol/L zuur ioniseert.
Ka = x²/(0,05 − x) → x = 0,001744 mol/L
pH
pH = −log(0,001744) = 2,759
Antwoord
pH = 2,759
12.pH & buffers
Antwoord: pH = 8,426
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
pKa
pKa = 7,523
Henderson–Hasselbalch
pH = 7,523 + log(0,8/0,1) = 8,426
Antwoord
pH = 8,426
13.Reactiekinetiek
Antwoord: t½ = 3,333 min
Integrated rate laws: zero order: C = C₀ − kt (straight line, t½ = C₀/(2k)); first order: ln(C₀/C) = kt (t½ = ln 2/k); second order: 1/C − 1/C₀ = kt (t½ = 1/(kC₀)). Conversion X means C = C₀(1 − X).
Halveringstijd bij tweede orde
t½ = 1/(k·CA0) = 1/(0,2·1,5) = 3,333 min
Antwoord
t½ = 3,333 min
Elke volgende halveringstijd is twee keer zo lang, omdat C₀ gehalveerd is.
14.Reactiekinetiek
Antwoord: n = 1
Beginsnelheidsmethode: voor r = k·Cⁿ valt k weg als je twee proeven vergelijkt die alleen in de beginconcentratie verschillen: r₂/r₁ = (C₂/C₁)ⁿ. Een verdubbeling van C verdubbelt de snelheid bij eerste orde en verviervoudigt haar bij tweede orde.