Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.
1Formules en methoden
Stoichiometrie
Mol
n = m/M
Concentratie
c = n/V
Molverhouding
gebruik de coëfficiënten van de kloppende reactievergelijking
Beperkende reactant
degene die het eerst op is
Rendement
werkelijk / theoretisch × 100%
Methode
Schrijf de reactievergelijking op en maak hem kloppend.
Reken de gegeven massa om naar mol: n = m/M.
Gebruik de coëfficiënten als molverhouding om de mol van de gezochte stof te vinden.
Reken terug naar massa met m = n·M. Bepaal bij twee reactanten eerst de beperkende reactant.
Molariteit en verdunning
Molariteit
c = n/V (mol/L)
Mol
n = m/M
Verdunning
c1V1 = c2V2
Mengen
c = (c1V1 + c2V2)/(V1 + V2)
Methode
Reken massa om naar mol met n = m/M.
Reken het volume om naar liter.
Molariteit c = n/V in mol/L.
Bij een verdunning blijft het aantal mol gelijk: c₁V₁ = c₂V₂.
Ideale gaswet
Ideale gaswet
pV = nRT
Gasconstante
R = 8,314 J/(mol·K)
Algemene gaswet
p1V1/T1 = p2V2/T2
Mol
n = m/M
Temperatuur
T[K] = T[°C] + 273,15
Calorimetrie en enthalpie
Warmte
q = m·c·ΔT
Water
c = 4,18 J/(g·°C)
Calorimeter
afgestane warmte = opgenomen warmte
Reactie-enthalpie
ΔH° = ΣΔH°f(products) − ΣΔH°f(reactants)
Chemisch evenwicht
Evenwichtsconstante
Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b)
ICE-tabel
Begin, Verandering (×coëfficiënt), Evenwicht
Vierkantsvergelijking
x = (−b + √(b² − 4ac))/(2a)
Methode
Schrijf Kc als producten gedeeld door reactanten, elk tot de macht van zijn coëfficiënt.
Maak een BOE-tabel (ICE): Begin, Omzetting (in stappen van x maal de coëfficiënten), Evenwicht.
Vul de evenwichtsuitdrukkingen in Kc in en los op naar x.
Controleer of x klein genoeg is voor een benadering; los anders de vierkantsvergelijking op.
pH & buffers
pH
pH = −log[H⁺]
pOH
pOH = −log[OH⁻], pH + pOH = 14
Zwak zuur
[H⁺] ≈ √(Ka·c)
Buffer
pH = pKa + log([A⁻]/[HA])
Verdunning
c1V1 = c2V2
Methode
Bepaal of het zuur of de base sterk (volledig gedissocieerd) of zwak is.
Sterk zuur: [H⁺] is gelijk aan de concentratie ervan. Sterke base: bereken eerst [OH⁻].
Zwak zuur: los Ka = x²/(c − x) op naar x = [H⁺].
pH = −log[H⁺], en pH + pOH = 14 bij 25 °C.
Reactiekinetiek
Eerste orde
ln(CA/CA0) = −kt
Halveringstijd (eerste orde)
t½ = ln 2/k
Tweede orde
1/CA = 1/CA0 + kt
Arrhenius
k = A·e−Ea/(RT)
Twee temperaturen
ln(k2/k1) = (Ea/R)(1/T1 − 1/T2)
2Oefenopgaven
1.StoichiometrieGemiddeld
30 g CH4 en 48 g O2 reageren volgens CH4 + 2O2 → CO2 + 2H2O. Hoeveel massa m CO2 kan er ontstaan?
M(CH4) = 16,04M(O2) = 32M(CO2) = 44,01 g/mol
m = g
2.StoichiometrieMoeilijk
Bij de reactie 2H2 + O2 → 2H2O reageert 4 g H2 volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 33,61 g H2O opgevangen. Bereken het rendement Y.
M(H2) = 2,016 g/molM(H2O) = 18,02 g/molwerkelijk: 33,61 g
Y = %
3.Molariteit en verdunningGemiddeld
Je hebt 250 mL van een 0,4 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 3 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
c1 = 3 mol/Lc2 = 0,4 mol/LV2 = 250 mL
V1 = mL
4.Molariteit en verdunningMoeilijk
150 mL van een 0,8 mol/L oplossing wordt gemengd met 400 mL van een 1,2 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
Een blok zink van 250 g (c = 0,388 J/(g·°C)) met een temperatuur van 160 °C wordt in een geïsoleerde beker met 400 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 22 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om de warmte q te berekenen die vrijkomt als 25 g CH3OH (M = 32,04 g/mol) volledig verbrandt: 2CH3OH + 3O₂ → 2CO₂ + 4H₂O(l). Geef q als positief getal.
0,8 mol/L H₂ en 0,8 mol/L I₂ worden in een vat gebracht en reageren: H₂ + I₂ ⇌ 2HI, met Kc = 64. Bereken de evenwichtsconcentratie [H2].
[H₂]₀ = [I₂]₀ = 0,8 mol/LKc = 64
[H2] = mol/L
10.Chemisch evenwichtMoeilijk
PCl₅ ontleedt: PCl₅ ⇌ PCl₃ + Cl₂, met Kc = 0,01 bij de reactietemperatuur. Een vat bevat aan het begin alleen 0,4 mol/L PCl₅. Bereken de evenwichtsconcentratie [Cl2].
[PCl₅]₀ = 0,4 mol/LKc = 0,01
[Cl2] = mol/L
11.pH & buffersGemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,05 mol/L-oplossing waterstoffluoride (Ka = 0,00068).
c = 0,05 mol/LKa = 0,00068
pH =
12.pH & buffersMoeilijk
Een buffer van 1,00 L bevat 0,3 mol benzoëzuur en 0,25 mol van de geconjugeerde base (Ka = 6,3 × 10⁻⁵). Er wordt 0,02 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 2 mol/L naar 0,7 mol/L in 40 min. Vind de snelheidsconstante k.
CA0 = 2 mol/LCA = 0,7 mol/Lt = 40 min
k = min⁻¹
14.ReactiekinetiekMoeilijk
Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,002 s⁻¹ bij 60 °C en een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Vind de pre-exponentiële factor A in de vergelijking van Arrhenius.
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Mol van elke beginstof
n(CH4) = 30/16,04 = 1,87 mol
n(O2) = 48/32 = 1,5 mol
Beperkende reactant
1,87/1 = 1,87, 1,5/2 = 0,75 → O2
Massa product
n(CO2) = 0,75·1 = 0,75 mol
m = 0,75·44,01 = 33,01 g
Antwoord
m = 33,01 g
2.Stoichiometrie
Antwoord: Y = 94 %
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Theoretische opbrengst
n(H2) = 4/2,016 = 1,984 mol
m = 1,984·2/2·18,02 = 35,75 g
Rendement
Y = 33,61/35,75·100 = 94%
Antwoord
Y = 94%
3.Molariteit en verdunning
Antwoord: V1 = 33,33 mL
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Volume stamoplossing
V1 = c2·V2/c1 = 0,4·250/3 = 33,33 mL
Antwoord
V1 = 33,33 mL
4.Molariteit en verdunning
Antwoord: c = 1,091 mol/L
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Totale hoeveelheid
n = 0,8·150 + 1,2·400 = 600 mmol
Concentratie van het mengsel
c = 600/550 = 1,091 mol/L
Antwoord
c = 1,091 mol/L
5.Ideale gaswet
Antwoord: P = 6182 kPa
Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.
Mol
n = m/M = 400/16,04 = 24,94 mol
T = 25 + 273,15 = 298,1 K
Druk
P = nRT/V = 24,94·8,314·298,1/0,01 = 6182 kPa
Antwoord
P = 6182 kPa
6.Ideale gaswet
Antwoord: ρ = 8,641 kg/m³
Dichtheid van een ideaal gas: ρ = PM/(RT).
Herschrijf de gaswet
PV = (m/M)RT → ρ = m/V = PM/(RT)
T = 150 + 273,15 = 423,1 K
Dichtheid
ρ = 950·32/(8,314·423,1) = 8,641 kg/m³
Antwoord
ρ = 8,641 kg/m³
7.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: Tf = 29,57 °C
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Warmtebalans
250·0,388·(160 − Tf) = 400·4,18·(Tf − 22)
Los de eindtemperatuur op
Tf = (97·160 + 1672·22)/(97 + 1672) = 29,57 °C
Antwoord
Tf = 29,57 °C
8.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: q = 566,8 kJ
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Evenwichtsvoorwaarde
64 = (2x)²/(0,8 − x)²
Neem de wortel
8 = 2x/(0,8 − x) → x = 0,8·8/(2 + 8) = 0,64 mol/L
Evenwichtsconcentratie
[H₂] = 0,8 − x = 0,16 mol/L
Antwoord
[H2] = 0,16 mol/L
10.Chemisch evenwicht
Antwoord: [Cl2] = 0,05844 mol/L
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Evenwichtsvoorwaarde
0,01 = x²/(0,4 − x) → x² + 0,01·x − 0,004 = 0
Los de vierkantsvergelijking op
x = (−0,01 + √(0,01² + 4·0,004))/2 = 0,05844 mol/L
Evenwichtsconcentratie
[Cl₂] = x = 0,05844 mol/L
Antwoord
[Cl2] = 0,05844 mol/L
11.pH & buffers
Antwoord: pH = 2,26
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
Evenwicht
HA ⇌ H⁺ + A⁻: x mol/L zuur ioniseert.
Ka = x²/(0,05 − x) → x = 0,005501 mol/L
pH
pH = −log(0,005501) = 2,26
Antwoord
pH = 2,26
12.pH & buffers
Antwoord: pH = 4,185
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
Neutralisatie
n(HA) = 0,3 − 0,02 = 0,28 mol
n(A⁻) = 0,25 + 0,02 = 0,27 mol
Henderson–Hasselbalch
pH = 4,201 + log(0,27/0,28) = 4,185
Antwoord
pH = 4,185
13.Reactiekinetiek
Antwoord: k = 0,02625 min⁻¹
Integrated rate laws: zero order: C = C₀ − kt (straight line, t½ = C₀/(2k)); first order: ln(C₀/C) = kt (t½ = ln 2/k); second order: 1/C − 1/C₀ = kt (t½ = 1/(kC₀)). Conversion X means C = C₀(1 − X).
Geïntegreerde eerste-orde wet
k = ln(CA0/CA)/t = ln(2/0,7)/40 = 1,05/40 = 0,02625 min⁻¹
Antwoord
k = 0,02625 min⁻¹
14.Reactiekinetiek
Antwoord: A = 1,891 × 10⁸ s⁻¹
Reaction rates: for a first-order reaction −dC/dt = kC, so C = C₀·e−kt and the half-life ln 2/k does not depend on concentration. For a second-order reaction 1/C = 1/C₀ + kt. The rate constant rises with temperature following Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).