Algemene chemie: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 14 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Stoichiometrie

Mol
n = m/M
Concentratie
c = n/V
Molverhouding
gebruik de coëfficiënten van de kloppende reactievergelijking
Beperkende reactant
degene die het eerst op is
Rendement
werkelijk / theoretisch × 100%

Methode

  1. Schrijf de reactievergelijking op en maak hem kloppend.
  2. Reken de gegeven massa om naar mol: n = m/M.
  3. Gebruik de coëfficiënten als molverhouding om de mol van de gezochte stof te vinden.
  4. Reken terug naar massa met m = n·M. Bepaal bij twee reactanten eerst de beperkende reactant.

Molariteit en verdunning

Molariteit
c = n/V (mol/L)
Mol
n = m/M
Verdunning
c1V1 = c2V2
Mengen
c = (c1V1 + c2V2)/(V1 + V2)

Methode

  1. Reken massa om naar mol met n = m/M.
  2. Reken het volume om naar liter.
  3. Molariteit c = n/V in mol/L.
  4. Bij een verdunning blijft het aantal mol gelijk: c₁V₁ = c₂V₂.

Ideale gaswet

Ideale gaswet
pV = nRT
Gasconstante
R = 8,314 J/(mol·K)
Algemene gaswet
p1V1/T1 = p2V2/T2
Mol
n = m/M
Temperatuur
T[K] = T[°C] + 273,15

Calorimetrie en enthalpie

Warmte
q = m·c·ΔT
Water
c = 4,18 J/(g·°C)
Calorimeter
afgestane warmte = opgenomen warmte
Reactie-enthalpie
ΔH° = ΣΔH°f(products) − ΣΔH°f(reactants)

Chemisch evenwicht

Evenwichtsconstante
Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b)
ICE-tabel
Begin, Verandering (×coëfficiënt), Evenwicht
Vierkantsvergelijking
x = (−b + √(b² − 4ac))/(2a)

Methode

  1. Schrijf Kc als producten gedeeld door reactanten, elk tot de macht van zijn coëfficiënt.
  2. Maak een BOE-tabel (ICE): Begin, Omzetting (in stappen van x maal de coëfficiënten), Evenwicht.
  3. Vul de evenwichtsuitdrukkingen in Kc in en los op naar x.
  4. Controleer of x klein genoeg is voor een benadering; los anders de vierkantsvergelijking op.

pH & buffers

pH
pH = −log[H⁺]
pOH
pOH = −log[OH⁻], pH + pOH = 14
Zwak zuur
[H⁺] ≈ √(Ka·c)
Buffer
pH = pKa + log([A⁻]/[HA])
Verdunning
c1V1 = c2V2

Methode

  1. Bepaal of het zuur of de base sterk (volledig gedissocieerd) of zwak is.
  2. Sterk zuur: [H⁺] is gelijk aan de concentratie ervan. Sterke base: bereken eerst [OH⁻].
  3. Zwak zuur: los Ka = x²/(c − x) op naar x = [H⁺].
  4. pH = −log[H⁺], en pH + pOH = 14 bij 25 °C.

Reactiekinetiek

Eerste orde
ln(CA/CA0) = −kt
Halveringstijd (eerste orde)
t½ = ln 2/k
Tweede orde
1/CA = 1/CA0 + kt
Arrhenius
k = A·e−Ea/(RT)
Twee temperaturen
ln(k2/k1) = (Ea/R)(1/T1 − 1/T2)

2Oefenopgaven

1.StoichiometrieGemiddeld
m(X)n(X)n(NH3​)m(NH3​)÷ M(X)× 2/ν× M(NH3​)

6 g N2 en 48 g H2 reageren volgens N2 + 3H2 → 2NH3. Hoeveel massa m NH3 kan er ontstaan?

M(N2) = 28,02M(H2) = 2,016M(NH3) = 17,03 g/mol
m = g
2.StoichiometrieMoeilijk
m(CH4​)n(CH4​)n(CO2​)m(CO2​)÷ M(CH4​)× 1/1× M(CO2​)

Bij de reactie CH4 + 2O2 → CO2 + 2H2O reageert 4 g CH4 volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 7,68 g CO2 opgevangen. Bereken het rendement Y.

M(CH4) = 16,04 g/molM(CO2) = 44,01 g/molwerkelijk: 7,68 g
Y = %
3.Molariteit en verdunningGemiddeld
2,5 mol/LV1​ = ?0,05 mol/L500 mL

Je hebt 500 mL van een 0,05 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?

c1 = 2,5 mol/Lc2 = 0,05 mol/LV2 = 500 mL
V1 = mL
4.Molariteit en verdunningMoeilijk
2 mol/L150 mL0,6 mol/L100 mLc = ?250 mL

150 mL van een 2 mol/L oplossing wordt gemengd met 100 mL van een 0,6 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).

c1 = 2 mol/LV1 = 150 mLc2 = 0,6 mol/LV2 = 100 mL
c = mol/L
5.Ideale gaswetGemiddeld
430 g N₂P = 350 kPaT = 25 °CV = ?

Welk volume V neemt 430 g N₂ in bij 350 kPa en 25 °C? Behandel het als een ideaal gas.

m = 430 gM = 28,01 g/molP = 350 kPaT = 25 °CR = 8,314 J/(mol·K)
V = L
6.Ideale gaswetMoeilijk
He, M = 4,003 g/molP = 750 kPaT = 130 °Cρ = ?

Vind de dichtheid ρ van He bij 750 kPa en 130 °C, als ideaal gas.

M = 4,003 g/molP = 750 kPaT = 130 °CR = 8,314 J/(mol·K)
ρ = kg/m³
7.Calorimetrie en enthalpieGemiddeld
Tf​ = ?Loodm = 75 gT = 170 °Cc = 0,129 J/(g·°C)Waterm = 100 gT = 19 °Cc = 4,18 J/(g·°C)

Een blok lood van 75 g (c = 0,129 J/(g·°C)) met een temperatuur van 170 °C wordt in een geïsoleerde beker met 100 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 19 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.

mmetal = 75 gcmetal = 0,129 J/(g·°C)Tmetal = 170 °Cmwater = 100 gTwater = 19 °Ccwater = 4,18 J/(g·°C)
Tf = °C
8.Calorimetrie en enthalpieMoeilijk
HCH4​ + 2O₂beginstoffenCO₂ + 2H₂O(l)productenΔH° = ?

Gebruik de standaardvormingsenthalpieën om ΔH° te berekenen voor de reactie CH4 + 2O₂ → CO₂ + 2H₂O(l).

ΔH°f(CH4) = −74,8 kJ/molΔH°f(CO₂) = −393,5 kJ/molΔH°f(H₂O, l) = −285,8 kJ/molΔH°f(O₂) = 0
ΔH° = kJ
9.Chemisch evenwichtGemiddeld
H2​I2​HII0,10,10C−x−x+2xE0,1 − x0,1 − x2x

0,1 mol/L H₂ en 0,1 mol/L I₂ worden in een vat gebracht en reageren: H₂ + I₂ ⇌ 2HI, met Kc = 54. Bereken de evenwichtsconcentratie [H2].

[H₂]₀ = [I₂]₀ = 0,1 mol/LKc = 54
[H2] = mol/L
10.Chemisch evenwichtMoeilijk
PCl5​PCl3​Cl2​I0,400C−x+x+xE0,4 − xxx

PCl₅ ontleedt: PCl₅ ⇌ PCl₃ + Cl₂, met Kc = 0,02 bij de reactietemperatuur. Een vat bevat aan het begin alleen 0,4 mol/L PCl₅. Bereken de evenwichtsconcentratie [PCl5].

[PCl₅]₀ = 0,4 mol/LKc = 0,02
[PCl5] = mol/L
11.pH & buffersGemiddeld
02468101214zuurneutraalbasischpH = ?

Bereken de pH pH van een 0,25 mol/L-oplossing melkzuur (Ka = 0,00014).

c = 0,25 mol/LKa = 0,00014
pH =
12.pH & buffersMoeilijk
02468101214zuurneutraalbasischpH = ?

Een buffer van 1,00 L bevat 0,25 mol benzoëzuur en 0,2 mol van de geconjugeerde base (Ka = 6,3 × 10⁻⁵). Er wordt 0,05 mol NaOH toegevoegd. Bereken de nieuwe pH pH.

n(HA) = 0,25 moln(A⁻) = 0,2 moln(OH⁻) = 0,05 molKa = 6,3 × 10⁻⁵
pH =
13.ReactiekinetiekGemiddeld
t (min)X (%)t = ?60%

Een eerste-orde reactie in een batchreactor heeft k = 0,08 min⁻¹. Hoe lang duurt het om 60% conversie te bereiken? Vind t.

k = 0,08 min⁻¹X = 60 %
t = min
14.ReactiekinetiekMoeilijk
Tk40 °C0,170 °C0,634

De snelheidsconstante van een reactie is 0,1 min⁻¹ bij 40 °C en 0,634 min⁻¹ bij 70 °C. Vind de activeringsenergie Ea.

k1 = 0,1 min⁻¹T1 = 40 °Ck2 = 0,634 min⁻¹T2 = 70 °CR = 8,314 J/(mol·K)
Ea = kJ/mol

3Oplossingen

1.Stoichiometrie

Antwoord: m = 7,293 g

Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.

Mol van elke beginstof

n(N2) = 6/28,02 = 0,2141 mol
n(H2) = 48/2,016 = 23,81 mol

Beperkende reactant

0,2141/1 = 0,2141, 23,81/3 = 7,937 → N2

Massa product

n(NH3) = 0,2141·2 = 0,4283 mol
m = 0,4283·17,03 = 7,293 g

Antwoord

m = 7,293 g
2.Stoichiometrie

Antwoord: Y = 69,98 %

Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.

Theoretische opbrengst

n(CH4) = 4/16,04 = 0,2494 mol
m = 0,2494·1/1·44,01 = 10,98 g

Rendement

Y = 7,68/10,98·100 = 69,98%

Antwoord

Y = 69,98%
3.Molariteit en verdunning

Antwoord: V1 = 10 mL

Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.

Volume stamoplossing

V1 = c2·V2/c1 = 0,05·500/2,5 = 10 mL

Antwoord

V1 = 10 mL
4.Molariteit en verdunning

Antwoord: c = 1,44 mol/L

Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.

Totale hoeveelheid

n = 2·150 + 0,6·100 = 360 mmol

Concentratie van het mengsel

c = 360/250 = 1,44 mol/L

Antwoord

c = 1,44 mol/L
5.Ideale gaswet

Antwoord: V = 108,7 L

Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.

Mol

n = 430/28,01 = 15,35 mol
T = 25 + 273,15 = 298,1 K

Volume

V = nRT/P = 15,35·8,314·298,1/350 = 108,7 L

Antwoord

V = 108,7 L
6.Ideale gaswet

Antwoord: ρ = 0,8957 kg/m³

Dichtheid van een ideaal gas: ρ = PM/(RT).

Herschrijf de gaswet

PV = (m/M)RT → ρ = m/V = PM/(RT)
T = 130 + 273,15 = 403,1 K

Dichtheid

ρ = 750·4,003/(8,314·403,1) = 0,8957 kg/m³

Antwoord

ρ = 0,8957 kg/m³
7.Calorimetrie en enthalpie

Antwoord: Tf = 22,42 °C

Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.

Warmtebalans

75·0,129·(170 − Tf) = 100·4,18·(Tf − 19)

Los de eindtemperatuur op

Tf = (9,675·170 + 418·19)/(9,675 + 418) = 22,42 °C

Antwoord

Tf = 22,42 °C
8.Calorimetrie en enthalpie

Antwoord: ΔH° = −890,3 kJ

Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.

Reactie-enthalpie

ΔH° = [1·(−393,5) + 2·(−285,8)] − [1·(−74,8) + 2·0] = −890,3 kJ

Antwoord

ΔH° = −890,3 kJ

Negatief: de reactie staat warmte af (exotherm).

9.Chemisch evenwicht

Antwoord: [H2] = 0,02139 mol/L

Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.

Evenwichtsvoorwaarde

54 = (2x)²/(0,1 − x)²

Neem de wortel

7,348 = 2x/(0,1 − x) → x = 0,1·7,348/(2 + 7,348) = 0,07861 mol/L

Evenwichtsconcentratie

[H₂] = 0,1 − x = 0,02139 mol/L

Antwoord

[H2] = 0,02139 mol/L
10.Chemisch evenwicht

Antwoord: [PCl5] = 0,32 mol/L

Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.

Evenwichtsvoorwaarde

0,02 = x²/(0,4 − x) → x² + 0,02·x − 0,008 = 0

Los de vierkantsvergelijking op

x = (−0,02 + √(0,02² + 4·0,008))/2 = 0,08 mol/L

Evenwichtsconcentratie

[PCl₅] = 0,4 − 0,08 = 0,32 mol/L

Antwoord

[PCl5] = 0,32 mol/L
11.pH & buffers

Antwoord: pH = 2,233

pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).

Evenwicht

HA ⇌ H⁺ + A⁻: x mol/L zuur ioniseert.

Ka = x²/(0,25 − x) → x = 0,005846 mol/L

pH

pH = −log(0,005846) = 2,233

Antwoord

pH = 2,233
12.pH & buffers

Antwoord: pH = 4,298

pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).

Neutralisatie

n(HA) = 0,25 − 0,05 = 0,2 mol
n(A⁻) = 0,2 + 0,05 = 0,25 mol

Henderson–Hasselbalch

pH = 4,201 + log(0,25/0,2) = 4,298

Antwoord

pH = 4,298
13.Reactiekinetiek

Antwoord: t = 11,45 min

Reactiesnelheden: voor een eerste-orde reactie geldt −dC/dt = kC, dus C = C₀·e−kt en de halveringstijd ln 2/k hangt niet af van de concentratie. Voor een tweede-orde reactie geldt 1/C = 1/C₀ + kt. De snelheidsconstante stijgt met de temperatuur volgens Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).

Conversie en concentratie

C/C0 = 1 − X = 0,4

Los op naar de tijd

t = −ln(1 − X)/k = −ln(0,4)/0,08 = 11,45 min

Antwoord

t = 11,45 min
14.Reactiekinetiek

Antwoord: Ea = 55 kJ/mol

Reactiesnelheden: voor een eerste-orde reactie geldt −dC/dt = kC, dus C = C₀·e−kt en de halveringstijd ln 2/k hangt niet af van de concentratie. Voor een tweede-orde reactie geldt 1/C = 1/C₀ + kt. De snelheidsconstante stijgt met de temperatuur volgens Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).

Absolute temperaturen

T1 = 313,1 K, T2 = 343,1 K

Los Arrhenius op naar Ea

Ea = −R·ln(k2/k1)/(1/T2 − 1/T1) = −8,314·1,847/(-2,792e-4) = 55000 J/mol
Ea = 55 kJ/mol

Antwoord

Ea = 55 kJ/mol

ExamProblems · examproblems.com/courses/general-chemistry