Bij de reactie Fe2O3 + 3CO → 2Fe + 3CO2 reageert 6 g Fe2O3 volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 3,44 g Fe opgevangen. Bereken het rendement Y.
M(Fe2O3) = 159,69 g/molM(Fe) = 55,85 g/molwerkelijk: 3,44 g
Y = %
3.Molariteit en verdunningGemiddeld
Je hebt 250 mL van een 0,05 mol/L oplossing nodig en hebt een stamoplossing van 2,5 mol/L. Welk volume V1 stamoplossing heb je nodig?
c1 = 2,5 mol/Lc2 = 0,05 mol/LV2 = 250 mL
V1 = mL
4.Molariteit en verdunningMoeilijk
100 mL van een 2 mol/L oplossing wordt gemengd met 200 mL van een 0,6 mol/L oplossing van dezelfde stof. Bereken de concentratie c van het mengsel (de volumes zijn additief).
c1 = 2 mol/LV1 = 100 mLc2 = 0,6 mol/LV2 = 200 mL
c = mol/L
5.Ideale gaswetGemiddeld
Welk volume V neemt 70 g Ar in bij 600 kPa en 85 °C? Behandel het als een ideaal gas.
Een blok lood van 200 g (c = 0,129 J/(g·°C)) met een temperatuur van 130 °C wordt in een geïsoleerde beker met 300 g water (c = 4,18 J/(g·°C)) van 23 °C gelegd. Bereken de eindtemperatuur Tf.
0,1 mol/L H₂ en 0,1 mol/L I₂ worden in een vat gebracht en reageren: H₂ + I₂ ⇌ 2HI, met Kc = 16. Bereken de evenwichtsconcentratie [HI].
[H₂]₀ = [I₂]₀ = 0,1 mol/LKc = 16
[HI] = mol/L
10.Chemisch evenwichtMoeilijk
PCl₅ ontleedt: PCl₅ ⇌ PCl₃ + Cl₂, met Kc = 0,01 bij de reactietemperatuur. Een vat bevat aan het begin alleen 0,2 mol/L PCl₅. Bereken de evenwichtsconcentratie [PCl5].
[PCl₅]₀ = 0,2 mol/LKc = 0,01
[PCl5] = mol/L
11.pH & buffersGemiddeld
Bereken de pH pH van een 0,5 mol/L-oplossing mierenzuur (Ka = 0,00018).
c = 0,5 mol/LKa = 0,00018
pH =
12.pH & buffersMoeilijk
Een buffer bevat 0,5 mol/L azijnzuur en 0,8 mol/L van het natriumzout. Ka = 1,8 × 10⁻⁵. Bereken de pH pH van de buffer.
[HA] = 0,5[A⁻] = 0,8Ka = 1,8 × 10⁻⁵
pH =
13.ReactiekinetiekGemiddeld
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,05 L/(mol·min) en begint bij 2 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
k = 0,05 L/(mol·min)CA0 = 2 mol/Lt = 15 min
CA = mol/L
14.ReactiekinetiekMoeilijk
Een reactie heeft een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Bij 40 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 2 keer zo snel te verlopen?
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Mol van elke beginstof
n(Fe2O3) = 20/159,69 = 0,1252 mol
n(CO) = 32/28,01 = 1,142 mol
Beperkende reactant
0,1252/1 = 0,1252, 1,142/3 = 0,3808 → Fe2O3
Massa product
n(CO2) = 0,1252·3 = 0,3757 mol
m = 0,3757·44,01 = 16,54 g
Antwoord
m = 16,54 g
2.Stoichiometrie
Antwoord: Y = 81,97 %
Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.
Theoretische opbrengst
n(Fe2O3) = 6/159,69 = 0,03757 mol
m = 0,03757·2/1·55,85 = 4,197 g
Rendement
Y = 3,44/4,197·100 = 81,97%
Antwoord
Y = 81,97%
3.Molariteit en verdunning
Antwoord: V1 = 5 mL
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Volume stamoplossing
V1 = c2·V2/c1 = 0,05·250/2,5 = 5 mL
Antwoord
V1 = 5 mL
4.Molariteit en verdunning
Antwoord: c = 1,067 mol/L
Molariteit: concentratie c = n/V in mol/L, met n = m/M. Bij verdunnen voeg je oplosmiddel toe maar geen opgeloste stof, dus het aantal mol blijft gelijk: c₁·V₁ = c₂·V₂. Als je twee oplossingen van dezelfde stof mengt, tel je de mollen op en ook de volumes.
Totale hoeveelheid
n = 2·100 + 0,6·200 = 320 mmol
Concentratie van het mengsel
c = 320/300 = 1,067 mol/L
Antwoord
c = 1,067 mol/L
5.Ideale gaswet
Antwoord: V = 8,696 L
Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.
Mol
n = 70/39,95 = 1,752 mol
T = 85 + 273,15 = 358,1 K
Volume
V = nRT/P = 1,752·8,314·358,1/600 = 8,696 L
Antwoord
V = 8,696 L
6.Ideale gaswet
Antwoord: V2 = 0,5637 L
Algemene gaswet: voor een vaste hoeveelheid ideaal gas geldt P1V1/T1 = P2V2/T2.
Absolute temperaturen
T1 = 288,1 K, T2 = 433,1 K
Algemene gaswet
V2 = V1·(P1/P2)·(T2/T1) = 2·(150/800)·(433,1/288,1) = 0,5637 L
Antwoord
V2 = 0,5637 L
7.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: Tf = 25,16 °C
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Warmtebalans
200·0,129·(130 − Tf) = 300·4,18·(Tf − 23)
Los de eindtemperatuur op
Tf = (25,8·130 + 1254·23)/(25,8 + 1254) = 25,16 °C
Antwoord
Tf = 25,16 °C
8.Calorimetrie en enthalpie
Antwoord: ΔH° = −890,3 kJ
Warmte en enthalpie: om een stof te verwarmen is q = m·c·ΔT nodig. In een calorimeter is de warmte die het warme voorwerp afstaat gelijk aan de warmte die het koude opneemt. De enthalpieverandering van een reactie volgt uit de vormingsenthalpieën: ΔH° = ΣΔH°f(producten) − ΣΔH°f(beginstoffen), elk vermenigvuldigd met de coëfficiënt.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Chemisch evenwicht: voor aA + bB ⇌ cC + dD is de evenwichtsconstante Kc = [C]c[D]d/([A]a[B]b), met de concentraties bij evenwicht. Een ICE-tabel (Begin, Verandering, Evenwicht) koppelt de beginhoeveelheden aan de evenwichtshoeveelheden via één onbekende x, vermenigvuldigd met de coëfficiënten.
Evenwichtsvoorwaarde
0,01 = x²/(0,2 − x) → x² + 0,01·x − 0,002 = 0
Los de vierkantsvergelijking op
x = (−0,01 + √(0,01² + 4·0,002))/2 = 0,04 mol/L
Evenwichtsconcentratie
[PCl₅] = 0,2 − 0,04 = 0,16 mol/L
Antwoord
[PCl5] = 0,16 mol/L
11.pH & buffers
Antwoord: pH = 2,027
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
Evenwicht
HA ⇌ H⁺ + A⁻: x mol/L zuur ioniseert.
Ka = x²/(0,5 − x) → x = 0,009397 mol/L
pH
pH = −log(0,009397) = 2,027
Antwoord
pH = 2,027
12.pH & buffers
Antwoord: pH = 4,949
pH: pH = −log₁₀[H₃O⁺] en pOH = −log₁₀[OH⁻], met pH + pOH = 14 bij 25 °C. Sterke zuren en basen ioniseren volledig. Een zwak zuur maar gedeeltelijk: Ka = x²/(c − x), met x = [H₃O⁺]. Een buffer van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base volgt Henderson–Hasselbalch: pH = pKa + log([A⁻]/[HA]).
pKa
pKa = 4,745
Henderson–Hasselbalch
pH = 4,745 + log(0,8/0,5) = 4,949
Antwoord
pH = 4,949
13.Reactiekinetiek
Antwoord: CA = 0,8 mol/L
Reactiesnelheden: voor een eerste-orde reactie geldt −dC/dt = kC, dus C = C₀·e−kt en de halveringstijd ln 2/k hangt niet af van de concentratie. Voor een tweede-orde reactie geldt 1/C = 1/C₀ + kt. De snelheidsconstante stijgt met de temperatuur volgens Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).
Geïntegreerde tweede-orde vergelijking
1/CA = 1/CA0 + kt = 0,5 + 0,05·15 = 1,25 L/mol
CA = 1/1,25 = 0,8 mol/L
Antwoord
CA = 0,8 mol/L
14.Reactiekinetiek
Antwoord: T2 = 48,29 °C
Reaction rates: for a first-order reaction −dC/dt = kC, so C = C₀·e−kt and the half-life ln 2/k does not depend on concentration. For a second-order reaction 1/C = 1/C₀ + kt. The rate constant rises with temperature following Arrhenius: k = A·e−Ea/(RT).