Lees de pH af: onder 7,35 is acidose, boven 7,45 alkalose.
Zoek de waarde die dit verklaart: PaCO₂ die tegengesteld aan de pH beweegt is respiratoir, HCO₃⁻ die met de pH meebeweegt is metabool.
Kijk naar de andere waarde: normaal betekent ongecompenseerd, afwijkend in de compenserende richting betekent gedeeltelijke compensatie, en een normale pH met beide waarden afwijkend betekent volledige compensatie.
Vergelijk bij een metabole acidose de PaCO₂ met de formule van Winter, 1,5·HCO₃⁻ + 8 ± 2, en bereken de anion gap Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻).
Controleer een hoge anion gap met de deltaratio en, bij laag albumine, met de gecorrigeerde gap.
Verpleegkundig rekenen en eenhedenomrekeningen
Metrische stappen
1 kg = 1000 g, 1 g = 1000 mg, 1 mg = 1000 mcg, 1 L = 1000 mL
Gewicht en lengte
1 kg = 2,2 lb, 1 lb = 16 oz, 1 in = 2,54 cm, 1 ft = 12 in
Huishoudelijke maten
1 tsp = 5 mL, 1 tbsp = 15 mL, 1 fl oz = 30 mL, 1 cup = 8 fl oz = 240 mL
Temperatuur
°C = (°F − 32)·5/9, °F = °C·9/5 + 32
24-uursklok
PM-uren 1–11: tel er 12 bij op; 12 AM = 00:xx; 12 PM = 12:xx
Schrijf de gegeven hoeveelheid op met de eenheid en de eenheid die je wilt.
Kies het equivalent: 1000 tussen kg, g, mg en mcg of L en mL; 1 kg = 2,2 lb; 1 tl = 5 mL, 1 el = 15 mL, 1 fl oz = 30 mL, 1 cup = 240 mL.
Schrijf het als een breuk zodat de ongewenste eenheid wegvalt; gebruik bij een snelheid één breuk per eenheid die verandert.
Controleer de richting: een kleinere eenheid geeft een groter getal.
Rond alleen het eindantwoord af, op de precisie die de vraag noemt.
2Oefenopgaven
1.Klinische beoordelingsscoresGemiddeld
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een oefenpatiënt wordt beoordeeld met de Bradenschaal: sensorische waarneming: volledig beperkt; vochtigheid: zelden vochtig; activiteit: loopt regelmatig; mobiliteit: volledig immobiel; voeding: voldoende; wrijving en schuifkrachten: probleem. Bepaal het totaal van de Bradenschaal B.
6–23
B =
2.Klinische beoordelingsscoresMoeilijk
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Gebruik de NEWS2-kaart (SpO₂-schaal 1) voor deze waarnemingen: ademfrequentie 18/min, SpO₂ 88% op kamerlucht, bloeddruk 124/74 mmHg, hartslag 64/min, alert, temperatuur 38,4 °C. In welke klinische risicogroep valt de patiënt? Klik erop.
RR 18SpO₂ 88%luchtSBP 124HR 64AT 38,4 °C
1laag
2laag-matig
3middel
4hoog
3.Interpretatie van arteriële bloedgassenGemiddeld
Oefenwaarden: Na⁺ 152 mmol/L, glucose 30,7 mmol/L en ureum 18,7 mmol/L. Bereken de serumosmolaliteit Osm = 2·Na⁺ + glucose + ureum op een geheel getal nauwkeurig.
Een oefengas toont pH 7,32, PaCO₂ 32 mmHg (4,3 kPa) en HCO₃⁻ 16 mmol/L, met Na⁺ 133 en Cl⁻ 93 mmol/L. Gebruik de anion gap en de deltaratio om de beste interpretatie aan te klikken.
ATo make the insulin work more quickly with each injection
BTo prevent lumpy fatty swelling that affects absorption
CBecause each site can only be used once
DTo stop the patient getting used to the needle
6.BasisverpleegkundeMoeilijk
A runner collapses on a hot day with a temperature of 40,5 °C and confusion. Why will paracetamol (acetaminophen) not help much?
AParacetamol only lowers temperature in children, not in adults
BParacetamol makes the body produce more heat
CThe heat comes from failed heat loss, not a raised set point
DParacetamol needs a temperature below 37 °C to work
7.Verpleegkundig rekenen en eenhedenomrekeningenGemiddeld
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). De temperatuur van een patiënt is 36,1 °C. Reken die om naar graden Fahrenheit T met °F = °C × 9/5 + 32. Rond af op één decimaal.
36,1 °C
T = °F
8.Verpleegkundig rekenen en eenhedenomrekeningenMoeilijk
Oefenopgave (verzonnen waarden, geen klinisch advies). Een infuus start om 21:20 en eindigt om 04:20 de volgende ochtend (24-uursklok). Hoeveel minuten t liep het?
21:2004:20
t = min
3Oplossingen
1.Klinische beoordelingsscores
Antwoord: B = 14
Bradenschaal: zes subschalen voor het risico op decubitus. Sensorische waarneming, vochtigheid, activiteit, mobiliteit en voeding scoren 1 tot 4, van het slechtste niveau (1) tot geen probleem (4); wrijving en schuifkrachten scoren 1 tot 3. Het totaal loopt van 6 tot 23 en een lager totaal betekent een hoger risico. Gebruikelijke indelingen: 19–23 geen risico, 15–18 licht risico, 13–14 matig risico, 10–12 hoog risico en 9 of lager zeer hoog risico.
Score elke subschaal
sensorische waarneming: volledig beperkt → 1
vochtigheid: zelden vochtig → 4
activiteit: loopt regelmatig → 4
mobiliteit: volledig immobiel → 1
voeding: voldoende → 3
wrijving en schuifkrachten: probleem → 1
Optellen
Totaal Braden = 1 + 4 + 4 + 1 + 3 + 1 = 14
Antwoord
B = 14
2.Klinische beoordelingsscores
Antwoord: laag-matig
NEWS2 (National Early Warning Score 2, Royal College of Physicians 2017): scoor elk van de zeven parameters met de kaart (ademfrequentie, SpO₂ op schaal 1, lucht of extra zuurstof, systolische bloeddruk, hartslag, bewustzijn op de ACVPU-schaal en temperatuur) en tel de scores op. Klinisch risico: 0–4 laag; een score van 3 voor één enkele parameter laag-matig; 5–6 matig; 7 of meer hoog. Een totaal van 5 of meer vraagt om een dringende reactie.
Score elke parameter
RR 18/min → 0
SpO₂ 88% → 3
op kamerlucht → 0
SBP 124 mmHg → 0
HR 64/min → 0
alert (A) → 0
T 38,4 °C → 1
Totaal en rode scores
NEWS2 = 0 + 3 + 0 + 0 + 0 + 0 + 1 = 4
Ten minste één parameter scoort 3.
Risicogroep
laag-matig
Antwoord
laag-matig
Eén enkele score van 3 vraagt om een dringende beoordeling, ook als het totaal laag is.
3.Interpretatie van arteriële bloedgassen
Antwoord: Osm = 353 mOsm/kg
Afgeleide waarden: de berekende serumosmolaliteit is 2·Na⁺ + glucose + ureum met alle waarden in mmol/L (2·Na⁺ + glucose/18 + BUN/2,8 met glucose en BUN in mg/dL); normaal is ongeveer 275–295 mOsm/kg. De P/F-ratio is PaO₂ gedeeld door FiO₂ als fractie. De alveolaire zuurstofdruk is PAO₂ = FiO₂·(760 − 47) − PaCO₂/0,8 mmHg op zeeniveau, en de A–a-gradiënt is PAO₂ − PaO₂.
Berekende osmolaliteit
Osm = 2·152 + 30,7 + 18,7 = 353,4 ≈ 353 mOsm/kg
Antwoord
Osm = 353 mOsm/kg
4.Interpretatie van arteriële bloedgassen
Antwoord: zuivere acidose met hoge gap
Verwachte compensatie: bij een metabole acidose voorspelt de formule van Winter PaCO₂ = 1,5·HCO₃⁻ + 8 ± 2 mmHg; een gemeten waarde boven dat bereik wijst op een bijkomende respiratoire acidose, eronder op een bijkomende respiratoire alkalose. De aniongap AG = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻), normaal ongeveer 8–12 mmol/L, onderscheidt een metabole acidose met verhoogde gap van een met normale gap; een laag albumine maskeert een verhoogde gap (tel 2,5 op per g/dL dat het albumine onder 4,0 ligt). Een deltaratio (AG − 12)/(24 − HCO₃⁻) tussen ongeveer 0,8 en 2 past bij een zuivere acidose met verhoogde gap (sommige boeken gebruiken 1 in plaats van 0,8), een lagere waarde bij een bijkomende acidose met normale gap, en een waarde boven 2 bij een bijkomende metabole alkalose.
Anion gap
AG = 133 − (93 + 16) = 24
Deltaratio
(24 − 12)/(24 − 16) = 1,5
zuivere acidose met hoge gap
Antwoord
zuivere acidose met hoge gap
5.Basisverpleegkunde
Antwoord: B · To prevent lumpy fatty swelling that affects absorption
Waarom dit het antwoord is
Injecting in the same place causes lipohypertrophy, which makes absorption unpredictable. Patients rotate within an area and check sites for lumps.
Antwoord
B · To prevent lumpy fatty swelling that affects absorption
6.Basisverpleegkunde
Antwoord: C · The heat comes from failed heat loss, not a raised set point
Waarom dit het antwoord is
In fever the hypothalamus raises the set point, and antipyretics lower it. In heatstroke the set point is normal but heat cannot be lost, so active cooling is needed.
Antwoord
C · The heat comes from failed heat loss, not a raised set point
7.Verpleegkundig rekenen en eenhedenomrekeningen
Antwoord: T = 97 °F
Temperatuur: °C = (°F − 32) × 5/9 en °F = °C × 9/5 + 32. Trek bij het omrekenen vanuit °F eerst 32 af voordat je vermenigvuldigt en tel bij het omrekenen vanuit °C 32 op nadat je hebt vermenigvuldigd. Een snelle controle: 37 °C is 98,6 °F en elke 1 °C is 1,8 °F.
Vermenigvuldig met 9/5
36,1·9/5 = 64,98
Tel 32 op
T = 64,98 + 32 = 96,98 ≈ 97 °F
Antwoord
T = 97 °F
8.Verpleegkundig rekenen en eenhedenomrekeningen
Antwoord: t = 420 min
24-uursklok: tel vanaf 1 uur ’s middags 12 bij het uur op (3:45 PM = 15:45). Middernacht tot 12:59 AM is 00:00–00:59 en 12:00–12:59 PM blijft 12:00–12:59. Trek terug 12 af van de uren 13–23 en voeg PM toe; het uur 00 wordt 12 AM. Reken tijd over middernacht in twee delen: tot 24:00 (00:00) en daarna vanaf 00:00.