Warmteoverdracht: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Warmtegeleiding

Wet van Fourier
Q̇ = kAΔT/L
Geleidingsweerstand
R = L/(kA)
Convectieweerstand
R = 1/(hA)
Weerstanden in serie
Q̇ = ΔTtotal/ΣR
U-waarde
U = 1/(ΣR·A)

Warmtewisselaars (LMTD)

Warmtevermogen
Q = U·A·ΔTlm
Logaritmisch gemiddeld temperatuurverschil
ΔTlm = (ΔT1 − ΔT2)/ln(ΔT1/ΔT2)
Balans van een stroom
Q = ṁcp(Tin − Tout)

2Oefenopgaven

1.WarmtegeleidingGemiddeld
Glas, k = 0,96200 mmBaksteen, k = 0,7225 mm23 °C9 °CTi​ = ?Q̇

Een wand bestaat uit 200 mm glas en 25 mm baksteen, met een oppervlak van 10 m². De buitenzijden zijn 23 °C en 9 °C. Vind de temperatuur Ti op het grensvlak tussen de twee lagen.

L1 = 200 mm, k1 = 0,96 W/(m·K)L2 = 25 mm, k2 = 0,72 W/(m·K)A = 10 m²T1 = 23 °CT3 = 9 °C
Ti = °C
2.WarmtegeleidingMoeilijk
Hout, k = 0,17150 mmGeëxpandeerd polystyreen, k = 0,035150 mmkamer 20 °Cbuiten -1 °CTs​ = ?Q̇

Een wand van 150 mm hout en 150 mm geëxpandeerd polystyreen scheidt een kamer van 20 °C van de buitenlucht van -1 °C. De warmteoverdrachtscoëfficiënten zijn 10 W/(m²·K) binnen en 30 W/(m²·K) buiten, en het wandoppervlak is 20 m². Vind de temperatuur Ts van het binnenoppervlak van de wand.

L1 = 150 mm, k1 = 0,17 W/(m·K)L2 = 150 mm, k2 = 0,035 W/(m·K)A = 20 m²hi = 10 W/(m²·K)ho = 30 W/(m²·K)Troom = 20 °CTout = -1 °C
Ts = °C
3.Warmtewisselaars (LMTD)Gemiddeld
lengteT130 °C85 °C30 °C80 °CΔT₁ΔT₂meestroom

Een meestroomwarmtewisselaar draagt 500 kW over. De warme vloeistof koelt af van 130 tot 85 °C en de koude vloeistof warmt op van 30 tot 80 °C. De warmtedoorgangscoëfficiënt is 1500 W/(m²·K). Vind het benodigde warmtewisselend oppervlak A.

Q̇ = 500 kWU = 1500 W/(m²·K)Th: 130 → 85 °CTc: 30 → 80 °C
A = m²
4.Warmtewisselaars (LMTD)Moeilijk
lengteT130 °C95 °C15 °C?ΔT₁ΔT₂meestroom

In een dubbelepijpwarmtewisselaar met meestroom stroomt hete olie (0,5 kg/s, cp = 2,5 kJ/(kg·K)) door de binnenbuis en koelt af van 130 tot 95 °C. Water (0,8 kg/s, cp = 4,18 kJ/(kg·K)) in de ringspleet komt binnen op 15 °C. De binnenbuis heeft een diameter van 32 mm, en U = 250 W/(m²·K) is op deze diameter gebaseerd. Vind de benodigde buislengte L.

ṁh = 0,5 kg/scp,h = 2,5 kJ/(kg·K)Th: 130 → 95 °Cṁc = 0,8 kg/sTc,in = 15 °CD = 32 mmU = 250 W/(m²·K)
L = m

3Oplossingen

1.Warmtegeleiding

Antwoord: Ti = 11 °C

Warmteweerstand: stationaire warmtestroom door lagen in serie gedraagt zich als stroom door weerstanden in serie: Q̇ = ΔT/ΣR, met R = L/(kA) voor een geleidende laag en R = 1/(hA) voor een oppervlak met convectie. Het temperatuurverschil over elke laag is evenredig met haar weerstand.

Weerstanden van de lagen

R1 = L1/(k1A) = (200/1000)/(0,96·10) = 0,02083 K/W
R2 = L2/(k2A) = (25/1000)/(0,72·10) = 0,003472 K/W

Warmtestroom

Q̇ = (T1 − T3)/(R1 + R2) = 14/0,02431 = 576 W

Temperatuur op het grensvlak

De temperatuur daalt over de eerste laag met Q̇·R₁.

Ti = T1 − Q̇·R1 = 23 − 576·0,02083 = 11 °C

Antwoord

Ti = 11 °C
2.Warmtegeleiding

Antwoord: Ts = 19,6 °C

Warmteweerstand: stationaire warmtestroom door lagen in serie gedraagt zich als stroom door weerstanden in serie: Q̇ = ΔT/ΣR, met R = L/(kA) voor een geleidende laag en R = 1/(hA) voor een oppervlak met convectie. Het temperatuurverschil over elke laag is evenredig met haar weerstand.

Weerstanden in serie

Ri = 1/(hiA) = 1/(10·20) = 0,005 K/W
R1 = L1/(k1A) = (150/1000)/(0,17·20) = 0,04412 K/W
R2 = L2/(k2A) = (150/1000)/(0,035·20) = 0,2143 K/W
Ro = 1/(hoA) = 1/(30·20) = 0,001667 K/W
ΣR = 0,2651 K/W

Warmteverlies

Q̇ = (20 − (-1))/0,2651 = 79,22 W
Ts = Troom − Q̇·Ri = 20 − 79,22·0,005 = 19,6 °C

Antwoord

Ts = 19,6 °C
3.Warmtewisselaars (LMTD)

Antwoord: A = 10,51 m²

LMTD-methode: het temperatuurverschil tussen de stromen verandert langs de warmtewisselaar, dus de overdrachtsvergelijking gebruikt het logaritmisch gemiddelde: Q̇ = U·A·ΔTlm, met ΔTlm = (ΔT₁ − ΔT₂)/ln(ΔT₁/ΔT₂), waarbij ΔT₁ en ΔT₂ de verschillen aan beide uiteinden zijn. Tegenstroom geeft een grotere ΔTlm dan meestroom bij dezelfde in- en uittredetemperaturen.

Temperatuurverschillen aan de uiteinden

Bij meestroom liggen beide ingangen aan hetzelfde uiteinde, en beide uitgangen aan het andere.

ΔT₁ = Th,in − Tc,in = 130 − 30 = 100 K
ΔT₂ = Th,out − Tc,out = 85 − 80 = 5 K

Logaritmisch gemiddeld temperatuurverschil

ΔTlm = (ΔT₁ − ΔT₂)/ln(ΔT₁/ΔT₂) = (100 − 5)/ln(100/5) = 31,71 K

Oppervlak

A = Q̇/(U·ΔTlm) = 500000/(1500·31,71) = 10,51 m²

Antwoord

A = 10,51 m²
4.Warmtewisselaars (LMTD)

Antwoord: L = 19,6 m

LMTD method: the temperature difference between the streams changes along the exchanger, so the rate equation uses its logarithmic mean: Q̇ = U·A·ΔTlm, with ΔTlm = (ΔT₁ − ΔT₂)/ln(ΔT₁/ΔT₂), where ΔT₁ and ΔT₂ are the differences at the two ends. Counter-flow gives a larger ΔTlm than parallel flow for the same inlet and outlet temperatures.

Warmtevermogen en uittredetemperatuur van het water

Q̇ = 0,5·2,5·(130 − 95) = 43,75 kW
Tc,out = 15 + 43,75/(0,8·4,18) = 28,08 °C

Temperatuurverschillen aan de uiteinden

Bij meestroom liggen beide ingangen aan hetzelfde uiteinde, en beide uitgangen aan het andere.

ΔT₁ = Th,in − Tc,in = 130 − 15 = 115 K
ΔT₂ = Th,out − Tc,out = 95 − 28,08 = 66,92 K

Logaritmisch gemiddeld temperatuurverschil

ΔTlm = (ΔT₁ − ΔT₂)/ln(ΔT₁/ΔT₂) = (115 − 66,92)/ln(115/66,92) = 88,8 K

Oppervlak en lengte

A = 43750/(250·88,8) = 1,971 m²
L = A/(πD) = 1,971/(π·0,032) = 19,6 m

Antwoord

L = 19,6 m

ExamProblems · examproblems.com/courses/heat-transfer