Break-evenanalyse
- Dekkingsbijdrage
- CM = p − v
- Break-evenafzet
- QBE = FC/(p − v)
- Doelwinst
- Q = (FC + profit)/(p − v)
- Winst
- π = (p − v)·Q − FC
- Veiligheidsmarge
- (Q − QBE)/Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Een product wordt verkocht voor €17 per stuk met variabele kosten van €12 per stuk. De vaste kosten zijn €4 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €40 per stuk, met variabele kosten van €30 per stuk en vaste kosten van €15 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €4 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
De gebudgetteerde afzet is 1,500 eenheden en het break-evenpunt ligt op 1,000 eenheden. Wat is de veiligheidsmarge?
Volgens het matchingbeginsel moeten de kosten van een productgarantie op dit jaar verkochte goederen:
Antwoord: Q = 1200 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: Q = 5000 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: D · 500 eenheden
Veiligheidsmarge = gebudgetteerde afzet − break-evenafzet = 500 eenheden, ofwel een derde van de gebudgetteerde afzet.
Antwoord: D · Worden geschat en als kosten verantwoord in het jaar van verkoop
Bij verkoop van de goederen wordt een voorziening voor verwachte garantiekosten gevormd, zodat de kosten tegenover de bijbehorende opbrengst staan (IAS 37).
ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting