Management accounting: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Break-evenanalyse

Dekkingsbijdrage
CM = p − v
Break-evenafzet
QBE = FC/(p − v)
Doelwinst
Q = (FC + profit)/(p − v)
Winst
π = (p − v)·Q − FC
Veiligheidsmarge
(Q − QBE)/Q

2Oefenopgaven

1.Break-evenanalyseGemiddeld
Q€ABQ = ?

Een product kan op twee manieren worden gemaakt. Methode A heeft vaste kosten van €15 000 per jaar en variabele kosten van €25 per stuk. Methode B, meer geautomatiseerd, heeft vaste kosten van €16 500 per jaar en variabele kosten van €22 per stuk. Bij welk jaarvolume Q kosten beide methoden evenveel?

FA = €15 000vA = €25FB = €16 500vB = €22
Q = stuks
2.Break-evenanalyseMoeilijk
Q€omzettotale kostenvaste kostenBE

Een product wordt verkocht voor €21 per stuk, met variabele kosten van €18 per stuk en vaste kosten van €12 000 per jaar. De begrote afzet is 5 000 stuks. Bereken de veiligheidsmarge MS als percentage van de begrote afzet.

F = €12 000p = €21v = €18begroting = 5 000
MS = %
3.Financial accountingGemiddeld

Wat is het belangrijkste verschil tussen integrale kostprijsberekening (absorption costing) en variabele kostprijsberekening (marginal costing)?

  1. AAbsorption costing negeert variabele kosten
  2. BMarginal costing neemt alle indirecte kosten op in de voorraad; absorption costing sluit ze uit
  3. CMarginal costing is door IFRS verplicht voor externe verslaggeving
  4. DAbsorption costing neemt vaste productiekosten op in de voorraad; marginal costing behandelt ze als periodekosten
4.Financial accountingMoeilijk

Een actief heeft een boekwaarde van €500,000, een reële waarde minus verkoopkosten van €380,000 en een bedrijfswaarde van €420,000. Welk bijzonderewaardeverminderingsverlies wordt verwerkt?

  1. A€200,000
  2. B€0
  3. C€120,000
  4. D€80,000

3Oplossingen

1.Break-evenanalyse

Antwoord: Q = 500 stuks

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Gelijke totale kosten

15 000 + 25Q = 16 500 + 22Q

Los Q op

Q = (16 500 − 15 000)/(25 − 22) = 500

Antwoord

Q = 500 stuks

Onder dit volume is methode A goedkoper; daarboven is de geautomatiseerde methode B goedkoper.

2.Break-evenanalyse

Antwoord: MS = 20 %

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Break-evenafzet

Q = F/(p − v) = 12 000/3 = 4 000

Veiligheidsmarge

MS = (5 000 − 4 000)/5 000·100 = 20%

Antwoord

MS = 20%
3.Financial accounting

Antwoord: D · Absorption costing neemt vaste productiekosten op in de voorraad; marginal costing behandelt ze als periodekosten

Waarom dit het antwoord is

Bij absorption costing draagt elke eenheid een deel van de vaste productiekosten. Marginal costing waardeert de voorraad alleen tegen variabele kosten en verwerkt vaste kosten als kosten van de periode.

Antwoord

D · Absorption costing neemt vaste productiekosten op in de voorraad; marginal costing behandelt ze als periodekosten
4.Financial accounting

Antwoord: D · €80,000

Waarom dit het antwoord is

Realiseerbare waarde = max(€380,000, €420,000) = €420,000. Bijzondere waardevermindering = €500,000 − €420,000 = €80,000.

Antwoord

D · €80,000

ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting