Break-evenanalyse
- Dekkingsbijdrage
- CM = p − v
- Break-evenafzet
- QBE = FC/(p − v)
- Doelwinst
- Q = (FC + profit)/(p − v)
- Winst
- π = (p − v)·Q − FC
- Veiligheidsmarge
- (Q − QBE)/Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Een product wordt verkocht voor €28 per stuk met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €100 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?
Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €32 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €4 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?
Welke afschrijvingsmethode rekent elk jaar hetzelfde bedrag af?
De verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen (debt-to-equity) van een onderneming stijgt sterk. Wat betekent dat meestal?
Antwoord: Q = 5100 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: Q = 3750 stuks
Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).
Antwoord: C · Lineaire afschrijving
Lineair verdeelt het af te schrijven bedrag gelijkmatig. Degressief rekent in de eerste jaren meer af; afschrijving naar gebruik volgt het werkelijke gebruik.
Antwoord: D · Een hoger financieel risico, omdat de onderneming meer op geleend geld steunt
Een hogere ratio betekent meer hefboom: rente en aflossing moeten worden betaald, ongeacht het resultaat, dus stijgt het financieel risico, al kan het rendement voor aandeelhouders ook stijgen.
ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting