Management accounting: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Break-evenanalyse

Dekkingsbijdrage
CM = p − v
Break-evenafzet
QBE = FC/(p − v)
Doelwinst
Q = (FC + profit)/(p − v)
Winst
π = (p − v)·Q − FC
Veiligheidsmarge
(Q − QBE)/Q

2Oefenopgaven

1.Break-evenanalyseGemiddeld
Q€omzettotale kostenvaste kostenQ = ?

Een product wordt verkocht voor €28 per stuk met variabele kosten van €8 per stuk. De vaste kosten zijn €100 000 per maand. Hoeveel stuks Q moeten er per maand verkocht worden voor een winst van €2 000?

F = €100 000p = €28v = €8winst = €2 000
Q = stuks
2.Break-evenanalyseMoeilijk
Q€omzetv = €12v = €16vaste kosten3 000Q = ?

Een bedrijf verkoopt 3 000 stuks per maand voor €32 per stuk, met variabele kosten van €12 per stuk en vaste kosten van €30 000 per maand. De variabele kosten stijgen met €4 per stuk en de prijs blijft gelijk. Hoeveel stuks Q moeten er nu per maand worden verkocht om dezelfde winst te houden?

Q = 3 000p = €32v = €12 → €16F = €30 000
Q = stuks
3.Financial accountingGemiddeld

Welke afschrijvingsmethode rekent elk jaar hetzelfde bedrag af?

  1. AAfschrijving naar gebruik (productie-eenheden)
  2. BDegressieve afschrijving
  3. CLineaire afschrijving
  4. DAfschrijving volgens de som der jaren
4.Financial accountingMoeilijk

De verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen (debt-to-equity) van een onderneming stijgt sterk. Wat betekent dat meestal?

  1. ADat aandeelhouders meer geld hebben ingebracht
  2. BEen hogere winstgevendheid
  3. CEen betere liquiditeit op korte termijn
  4. DEen hoger financieel risico, omdat de onderneming meer op geleend geld steunt

3Oplossingen

1.Break-evenanalyse

Antwoord: Q = 5100 stuks

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Dekkingsbijdrage per stuk

p − v = 28 − 8 = €20

Afzet voor de doelwinst

Q = (F + winst)/(p − v) = (100 000 + 2 000)/20 = 5 100

Antwoord

Q = 5 100 stuks
2.Break-evenanalyse

Antwoord: Q = 3750 stuks

Kosten-volume-winst: elke verkochte eenheid levert een dekkingsbijdrage op: prijs min variabele kosten per stuk. Winst = Q·(p − v) − F, waarbij F de vaste kosten zijn. Bij het break-evenpunt is de winst nul, dus Q = F/(p − v).

Huidige winst

Π = 3 000·(32 − 12) − 30 000 = €30 000

Nieuwe dekkingsbijdrage per stuk

32 − 16 = €16

Aantal stuks voor dezelfde winst

Q = (30 000 + 30 000)/16 = 3 750

Antwoord

Q = 3 750 stuks
3.Financial accounting

Antwoord: C · Lineaire afschrijving

Waarom dit het antwoord is

Lineair verdeelt het af te schrijven bedrag gelijkmatig. Degressief rekent in de eerste jaren meer af; afschrijving naar gebruik volgt het werkelijke gebruik.

Antwoord

C · Lineaire afschrijving
4.Financial accounting

Antwoord: D · Een hoger financieel risico, omdat de onderneming meer op geleend geld steunt

Waarom dit het antwoord is

Een hogere ratio betekent meer hefboom: rente en aflossing moeten worden betaald, ongeacht het resultaat, dus stijgt het financieel risico, al kan het rendement voor aandeelhouders ook stijgen.

Antwoord

D · Een hoger financieel risico, omdat de onderneming meer op geleend geld steunt

ExamProblems · examproblems.com/courses/management-accounting