Massa- en energiebalansen: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 8 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Massabalans

Stationaire toestand
in = uit
Totaalbalans
ṁ1 + ṁ2 = ṁ3
Componentenbalans
ṁ1x1 + ṁ2x2 = ṁ3x3
Verdamper
F·xF = P·xP, W = F − P

Energiebalans

Voelbare warmte
Q = ṁ·cp·ΔT
Latente warmte
Q = ṁ·hfg
Mengen
ΣṁcpTin = ΣṁcpTout
Water
cp ≈ 4,18 kJ/(kg·K)

Ideale gaswet

Ideale gaswet
pV = nRT
Gasconstante
R = 8,314 J/(mol·K)
Algemene gaswet
p1V1/T1 = p2V2/T2
Mol
n = m/M
Temperatuur
T[K] = T[°C] + 273,15

Stoichiometrie

Mol
n = m/M
Concentratie
c = n/V
Molverhouding
gebruik de coëfficiënten van de kloppende reactievergelijking
Beperkende reactant
degene die het eerst op is
Rendement
werkelijk / theoretisch × 100%

Methode

  1. Schrijf de reactievergelijking op en maak hem kloppend.
  2. Reken de gegeven massa om naar mol: n = m/M.
  3. Gebruik de coëfficiënten als molverhouding om de mol van de gezochte stof te vinden.
  4. Reken terug naar massa met m = n·M. Bepaal bij twee reactanten eerst de beperkende reactant.

2Oefenopgaven

1.MassabalansGemiddeld
MengerStroom 1400 kg/h · 20% NaOHStroom 2ṁ₂ = ? · 50% NaOHProduct35% NaOH

Hoeveel van stroom 2 moet er per uur aan stroom 1 worden toegevoegd zodat het mengsel 35% NaOH bevat? Vind ṁ2.

ṁ1 = 400 kg/hx1 = 20 %x2 = 50 %x3 = 35 %
ṁ2 = kg/h
2.MassabalansMoeilijk
VerdamperVoeding F900 kg/h · 18% suikerProduct P55% suikerDamp W (zuiver water)W = ? kg/h

Een verdamper concentreert een suikeroplossing door zuiver water te verdampen. Vind het verdampte water W in kg/h.

F = 900 kg/hxF = 18 %xP = 55 %
W = kg/h
3.EnergiebalansGemiddeld
warme kantkoude kantlichte olie · 150 °C90 °Cwater · 10 °Ct = ? °C

Warme lichte olie koelt water in een tegenstroomwarmtewisselaar zonder warmteverlies. Vind de uittredetemperatuur van het water tout.

ṁh = 2 kg/scp,h = 2,1 kJ/(kg·K)Th: 150 → 90 °Cṁc = 2 kg/scp,c = 4,18 kJ/(kg·K)tin = 10 °C
tout = °C
4.EnergiebalansMoeilijk
warme kantkoude kantglycolmengsel · 170 °C100 °Cwater · 15 °C90 °C · ṁ = ?15% verlies

Warme glycolmengsel verwarmt water in een warmtewisselaar die 15% van de door de warme stroom afgegeven warmte aan de omgeving verliest. Vind het benodigde waterdebiet ṁc.

ṁh = 3 kg/scp,h = 3,6 kJ/(kg·K)Th: 170 → 100 °Ct: 15 → 90 °Ccp,c = 4,18 kJ/(kg·K)verlies = 15 %
ṁc = kg/s
5.Ideale gaswetGemiddeld
390 g HeP = 550 kPaT = 45 °CV = ?

Welk volume V neemt 390 g He in bij 550 kPa en 45 °C? Behandel het als een ideaal gas.

m = 390 gM = 4,003 g/molP = 550 kPaT = 45 °CR = 8,314 J/(mol·K)
V = L
6.Ideale gaswetMoeilijk
Toestand 1Toestand 2

Een vaste hoeveelheid CH₄ gaat van 100 kPa, 10 L, 40 °C naar 700 kPa en 60 °C. Vind het nieuwe volume V2.

P1 = 100 kPaV1 = 10 LT1 = 40 °CP2 = 700 kPaT2 = 60 °C
V2 = L
7.StoichiometrieGemiddeld
m(X)n(X)n(NaCl)m(NaCl)÷ M(X)× 2/ν× M(NaCl)

8 g Na en 8 g Cl2 reageren volgens 2Na + Cl2 → 2NaCl. Hoeveel massa m NaCl kan er ontstaan?

M(Na) = 22,99M(Cl2) = 70,9M(NaCl) = 58,44 g/mol
m = g
8.StoichiometrieMoeilijk
m(Mg)n(Mg)n(MgO)m(MgO)÷ M(Mg)× 2/2× M(MgO)

Bij de reactie 2Mg + O2 → 2MgO reageert 30 g Mg volledig (de andere beginstoffen in overmaat) en wordt 40,78 g MgO opgevangen. Bereken het rendement Y.

M(Mg) = 24,31 g/molM(MgO) = 40,3 g/molwerkelijk: 40,78 g
Y = %

3Oplossingen

1.Massabalans

Antwoord: ṁ2 = 400 kg/h

Stationaire massabalans: in = uit voor het totaal en voor elke component. Mengproblemen combineren beide.

Balansen

Total: ṁ3 = ṁ1 + ṁ2
NaOH: ṁ1x1 + ṁ2x2 = (ṁ1 + ṁ2)x3

Los op naar ṁ2

ṁ2 = ṁ1(x1 − x3)/(x3 − x2) = 400·(20 − 35)/(35 − 50) = 400 kg/h

Antwoord

ṁ2 = 400 kg/h
2.Massabalans

Antwoord: W = 605,5 kg/h

Sleutelcomponent: een component die onveranderd in één stroom meegaat (hier de opgeloste stof) koppelt de debieten direct. De totaalbalans geeft dan de rest.

Balans van de opgeloste stof

F·xF = P·xP → P = 900·18/55 = 294,5 kg/h

Totaalbalans

W = F − P = 900 − 294,5 = 605,5 kg/h

Antwoord

W = 605,5 kg/h
3.Energiebalans

Antwoord: tout = 40,14 °C

Energiebalans van de warmtewisselaar: zonder verliezen geldt ṁhcp,h(Th,in − Th,out) = ṁccp,c(tout − tin).

Warmte afgegeven door de warme stroom

Q = 2·2,1·(150 − 90) = 252 kW

Warmte opgenomen door het water

tout = tin + Q/(ṁccp,c) = 10 + 252/(2·4,18) = 40,14 °C

Antwoord

tout = 40,14 °C
4.Energiebalans

Antwoord: ṁc = 2,05 kg/s

Energiebalans met verliezen: afgegeven warmte = opgenomen warmte + verloren warmte.

Afgegeven warmte

Qh = 3·3,6·(170 − 100) = 756 kW

Warmte die het water bereikt

Qc = (1 − 0,15)·756 = 642,6 kW

Waterdebiet

ṁc = Qc/(cp,c·Δt) = 642,6/(4,18·75) = 2,05 kg/s

Antwoord

ṁc = 2,05 kg/s
5.Ideale gaswet

Antwoord: V = 468,6 L

Ideale gaswet: PV = nRT, met n = m/M.

Mol

n = 390/4,003 = 97,43 mol
T = 45 + 273,15 = 318,1 K

Volume

V = nRT/P = 97,43·8,314·318,1/550 = 468,6 L

Antwoord

V = 468,6 L
6.Ideale gaswet

Antwoord: V2 = 1,52 L

Algemene gaswet: voor een vaste hoeveelheid ideaal gas geldt P1V1/T1 = P2V2/T2.

Absolute temperaturen

T1 = 313,1 K, T2 = 333,1 K

Algemene gaswet

V2 = V1·(P1/P2)·(T2/T1) = 10·(100/700)·(333,1/313,1) = 1,52 L

Antwoord

V2 = 1,52 L
7.Stoichiometrie

Antwoord: m = 13,19 g

Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.

Mol van elke beginstof

n(Na) = 8/22,99 = 0,348 mol
n(Cl2) = 8/70,9 = 0,1128 mol

Beperkende reactant

0,348/2 = 0,174, 0,1128/1 = 0,1128 → Cl2

Massa product

n(NaCl) = 0,1128·2 = 0,2257 mol
m = 0,2257·58,44 = 13,19 g

Antwoord

m = 13,19 g
8.Stoichiometrie

Antwoord: Y = 82 %

Stoichiometrie: een kloppende reactievergelijking telt deeltjes, geen grammen. Reken massa om naar mol met n = m/M, gebruik de coëfficiënten als molverhouding en reken terug met m = n·M. Bij twee beginstoffen is de beperkende reactant de stof die het eerst op is en bepaalt hoeveel product ontstaat.

Theoretische opbrengst

n(Mg) = 30/24,31 = 1,234 mol
m = 1,234·2/2·40,3 = 49,73 g

Rendement

Y = 40,78/49,73·100 = 82%

Antwoord

Y = 82%

ExamProblems · examproblems.com/courses/material-and-energy-balances