Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €3,50, verandert de weekafzet van 400 naar 420. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De (inverse) vraag naar een product is P = 20 − 0,05Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 320 stuks worden verkocht.
In land A kost de productie van 1 auto 2 ton tarwe; in land B kost 1 auto 4 ton tarwe. Welke uitspraak is juist?
Het J-curve-effect beschrijft waarom de handelsbalans na een depreciatie:
Antwoord: E = −0,3659
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −0,25
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| < 1: de vraag is inelastisch.
Antwoord: D · A heeft een comparatief voordeel in auto's en B in tarwe
A geeft per auto minder tarwe op, dus het moet zich specialiseren in auto's; de alternatieve kosten van tarwe zijn voor B (1/4 auto) lager dan voor A (1/2 auto), dus B specialiseert zich in tarwe.
Antwoord: C · Eerst kan verslechteren en daarna verbeteren
Op korte termijn passen volumes zich langzaam aan terwijl importprijzen meteen stijgen, zodat de balans verslechtert voordat de Marshall-Lernervoorwaarde gaat werken.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics