Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €10,00, verandert de weekafzet van 500 naar 800. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 300 − 5P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €45.
Een stijgend consumentenvertrouwen zal waarschijnlijk:
Volgens de prospecttheorie (Kahneman en Tversky) zullen mensen doorgaans:
Antwoord: E = −0,6923
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −3
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: C · De geaggregeerde vraag naar rechts verschuiven
Meer vertrouwen verhoogt de consumptie bij elk prijsniveau, waardoor de AV-curve naar rechts verschuift en op korte termijn de productie en mogelijk de prijzen stijgen.
Antwoord: A · Verliezen sterker voelen dan even grote winsten
De waardefunctie is steiler voor verliezen dan voor winsten en wordt gemeten ten opzichte van een referentiepunt, wat gedrag verklaart waar de verwachtenutstheorie moeite mee heeft.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics