Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €10,00 naar €14,00, verandert de weekafzet van 400 naar 210. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 2500 − 50P, met P in euro. Bij welke prijs P is de totale omzet het grootst?
Overbevissing in internationale wateren is een voorbeeld van:
Het J-curve-effect beschrijft waarom de handelsbalans na een depreciatie:
Antwoord: E = −1,869
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: P = 25 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Bij deze prijs is E = −1: de vraag is eenheidselastisch.
Antwoord: D · De tragedie van de meent (tragedy of the commons)
Als een gemeenschappelijke hulpbron rivaliserend is maar mensen niet kunnen worden uitgesloten, negeert elke gebruiker de kosten die hij anderen oplegt, wat tot overgebruik leidt.
Antwoord: C · Eerst kan verslechteren en daarna verbeteren
Op korte termijn passen volumes zich langzaam aan terwijl importprijzen meteen stijgen, zodat de balans verslechtert voordat de Marshall-Lernervoorwaarde gaat werken.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics