Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €5,00 naar €2,50, verandert de weekafzet van 1000 naar 1600. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −1,5, dus Q = A·P^−1,5. Bij een prijs van €20 worden 10 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €18,00?
Stagflatie is een combinatie van:
Volgens de "70-regel" verdubbelt een economie die met 7% per jaar groeit haar reële bbp in ongeveer:
Antwoord: E = −0,6923
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: Q = 11712 stuks
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: D · Hoge inflatie en hoge werkloosheid bij lage groei
Stagflatie combineert stagnerende productie, stijgende werkloosheid en hoge inflatie, meestal na aanbodschokken.
Antwoord: B · 10 jaar
De verdubbelingstijd is ongeveer 70 gedeeld door het groeipercentage, dus 70 / 7 = 10 jaar, wat de kracht van samengestelde groei laat zien.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics