Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €10,00 naar €6,00, verandert de weekafzet van 200 naar 330. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −1,2, dus Q = A·P^−1,2. Bij een prijs van €25 worden 10 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €18,75?
Een collectief goed is:
Akerlofs "market for lemons" laat zien hoe:
Antwoord: E = −0,9811
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: Q = 14123 stuks
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: B · Niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar
Collectieve goederen kunnen door velen tegelijk worden gebruikt en niemand is makkelijk uit te sluiten; dat leidt tot freeriders en een te laag aanbod door de markt.
Antwoord: C · Asymmetrische informatie producten van goede kwaliteit van de markt kan verdrijven
Als kopers de kwaliteit niet kunnen beoordelen, betalen ze een gemiddelde prijs; eigenaren van goede auto's trekken zich terug, de gemiddelde kwaliteit daalt en de markt kan instorten.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics