Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €10,00, verandert de weekafzet van 400 naar 720. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 100 − 2P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €35.
In een eenvoudige gesloten economie zonder belastingen is de marginale consumptiequote 0,8. De keynesiaanse bestedingsmultiplier is:
Een toezichthouder dwingt een natuurlijk monopolie de prijs gelijk te stellen aan de marginale kosten. Het waarschijnlijke probleem is dat:
Antwoord: E = −0,8571
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −2,333
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: D · 5
1 / (1 − 0,8) = 1 / 0,2 = 5, dus €1 extra bestedingen kan het inkomen met maximaal €5 verhogen.
Antwoord: B · Het bedrijf verlies maakt omdat de gemiddelde kosten boven de marginale kosten liggen
Bij dalende gemiddelde kosten liggen de marginale kosten onder de gemiddelde kosten, zodat prijszetting op marginale kosten de totale kosten niet dekt; subsidies of prijszetting op gemiddelde kosten zijn alternatieven.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics