Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €5,00 naar €4,50, verandert de weekafzet van 200 naar 220. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 160 − 2P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €56.
Een sterke stijging van de olieprijs op de wereldmarkt die tot hogere inflatie leidt, is een voorbeeld van:
In het groeimodel van Solow komt blijvende langetermijngroei van de productie per werknemer voort uit:
Antwoord: E = −0,9048
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −2,333
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: D · Kosteninflatie (cost-push)
Hogere inputkosten verschuiven het geaggregeerde aanbod naar links, wat prijzen verhoogt en mogelijk de productie verlaagt; bestedingsinflatie komt voort uit een overmaat aan geaggregeerde vraag.
Antwoord: D · Technologische vooruitgang
Een hogere spaarquote verhoogt het steady-state-niveau van de productie per werknemer, maar niet de groeivoet op lange termijn; alleen technologische vooruitgang zorgt voor voortdurende groei.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics