Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €20,00 naar €10,00, verandert de weekafzet van 1000 naar 1200. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 2500 − 50P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €38.
Verdringing (crowding out) verwijst naar:
Het Coasetheorema stelt dat, als eigendomsrechten duidelijk zijn vastgelegd en de transactiekosten laag zijn:
Antwoord: E = −0,2727
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −3,167
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: B · Hogere overheidsleningen die de rente verhogen en particuliere investeringen verminderen
Als overheidsleningen de rente verhogen, zijn sommige particuliere investeringen niet meer rendabel, wat het netto-effect van fiscale expansie verkleint.
Antwoord: D · Particulier onderhandelen tot een efficiënte uitkomst kan leiden, ongeacht wie de rechten heeft
Bij kosteloos onderhandelen komen partijen uit op het efficiënte niveau van het externe effect; wie de rechten heeft, bepaalt alleen wie wie betaalt.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics