Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Van een product worden 2 000 stuks per maand verkocht voor €25. De prijselasticiteit van de vraag is −2,5. Het bedrijf verandert de prijs met −10%. Met hoeveel ΔR verandert de maandomzet, als je aanneemt dat %ΔQ = E·%ΔP?
De vraag naar een product is Q = 120 − 4P, met P in euro. Bij welke prijs P is de prijselasticiteit van de vraag gelijk aan −0,5?
Als een centrale bank via openmarkttransacties staatsobligaties van banken koopt, zal ze meestal:
In het prisoner's dilemma is het Nash-evenwicht:
Antwoord: ΔR = 6250 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: P = 10 €
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Controle: Q = 80, E = −4·10/80 = −0,5.
Antwoord: A · De bankreserves en de geldhoeveelheid vergroten
Het kopen van obligaties brengt reserves in het bankstelsel, wat de geldhoeveelheid meestal vergroot en de rente verlaagt.
Antwoord: B · Beide spelers verraden elkaar, hoewel samenwerken voor beiden beter zou zijn
Het beste antwoord van elke speler is verraden, wat de ander ook doet; wederzijds verraad is dus het evenwicht, al zou wederzijdse samenwerking beiden meer opleveren.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics