Micro-economie: samenvattingspakket

Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.

Nieuwe opgavenTerug naar het vak

Kies in het printvenster “Opslaan als pdf” om een kopie op je apparaat te bewaren.

1Formules en methoden

Prijselasticiteit van de vraag

Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
Elastisch / inelastisch
|E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
Omzet
TR = P·Q

2Oefenopgaven

1.Prijselasticiteit van de vraagGemiddeld
QPD1200€4,001470€2,50

Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €2,50, verandert de weekafzet van 1200 naar 1470. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.

P1 = €4,00P2 = €2,50Q1 = 1200Q2 = 1470
E =
2.Prijselasticiteit van de vraagMoeilijk
QPD8 000€10Q = ?€12,00

De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −1,2, dus Q = A·P^−1,2. Bij een prijs van €10 worden 8 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €12,00?

E = −1,2P1 = €10Q1 = 8 000P2 = €12,00
Q = stuks
3.Economische begrippenGemiddeld

Overbevissing in internationale wateren is een voorbeeld van:

  1. APrijsdiscriminatie
  2. BDe tragedie van de meent (tragedy of the commons)
  3. CEen natuurlijk monopolie
  4. DEen Giffengoed
4.Economische begrippenMoeilijk

Een vaste belasting (lump-sum tax, een vast bedrag onafhankelijk van de productie) wordt opgelegd aan een winstmaximaliserende monopolist. Op korte termijn zal de productie:

  1. ADalen, omdat de belasting de gemiddelde kosten van het bedrijf verhoogt
  2. BGelijk blijven, omdat MO en MK niet veranderen
  3. CTot nul dalen
  4. DStijgen om de belasting te compenseren

3Oplossingen

1.Prijselasticiteit van de vraag

Antwoord: E = −0,4382

Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.

Relatieve verandering hoeveelheid

(1470 − 1200)/((1200 + 1470)/2) = 270/1335 = 0,2022

Relatieve verandering prijs

(2,5 − 4)/((4 + 2,5)/2) = −1,5/3,25 = −0,4615

Elasticiteit

E = 0,2022/−0,4615 = −0,4382

Antwoord

E = −0,4382
2.Prijselasticiteit van de vraag

Antwoord: Q = 6428 stuks

Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.

Verhouding van de prijzen

P2/P1 = 12/10 = 1,2

Nieuwe hoeveelheid

Q = 8 000·1,2−1,2 = 8 000·0,8035 = 6428

Antwoord

Q = 6428
3.Economische begrippen

Antwoord: B · De tragedie van de meent (tragedy of the commons)

Waarom dit het antwoord is

Als een gemeenschappelijke hulpbron rivaliserend is maar mensen niet kunnen worden uitgesloten, negeert elke gebruiker de kosten die hij anderen oplegt, wat tot overgebruik leidt.

Antwoord

B · De tragedie van de meent (tragedy of the commons)
4.Economische begrippen

Antwoord: B · Gelijk blijven, omdat MO en MK niet veranderen

Waarom dit het antwoord is

Een vaste belasting werkt als vaste kosten: ze verlaagt de winst maar verandert MO en MK niet, zodat de optimale hoeveelheid en prijs gelijk blijven (tenzij het bedrijf uittreedt).

Antwoord

B · Gelijk blijven, omdat MO en MK niet veranderen

ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics