Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €10,00 naar €6,00, verandert de weekafzet van 100 naar 130. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De (inverse) vraag naar een product is P = 120 − 0,1Q, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E als er 240 stuks worden verkocht.
In land A kost de productie van 1 auto 2 ton tarwe; in land B kost 1 auto 4 ton tarwe. Welke uitspraak is juist?
De wet van Okun beschrijft:
Antwoord: E = −0,5217
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −4
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: C · A heeft een comparatief voordeel in auto's en B in tarwe
A geeft per auto minder tarwe op, dus het moet zich specialiseren in auto's; de alternatieve kosten van tarwe zijn voor B (1/4 auto) lager dan voor A (1/2 auto), dus B specialiseert zich in tarwe.
Antwoord: B · Een negatief verband tussen productiegroei en veranderingen in de werkloosheid
Okun stelde vast dat de werkloosheid daalt als het reële bbp sneller groeit dan zijn trendmatige groei, en stijgt als de groei onder de trend ligt.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics