Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €12,00 naar €6,00, verandert de weekafzet van 400 naar 480. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 200 − 10P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €12.
Het beginsel van het afnemend grensnut stelt dat:
De Laffercurve illustreert dat:
Antwoord: E = −0,2727
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −1,5
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| > 1: de vraag is elastisch.
Antwoord: B · De extra bevrediging van elke extra geconsumeerde eenheid meestal afneemt
Naarmate de consumptie van een goed toeneemt, daalt het grensnut van elke extra eenheid meestal, wat helpt de dalende vraaglijn te verklaren.
Antwoord: C · Voorbij een bepaald punt het verhogen van belastingtarieven de totale belastingopbrengst kan verlagen
Zeer hoge tarieven ontmoedigen de belaste activiteit of moedigen ontwijking aan, zodat de opbrengst bij een tarief tussen 0 en 100% piekt; waar die piek ligt, is omstreden.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics