Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €4,00 naar €3,50, verandert de weekafzet van 1000 naar 1080. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product heeft een constante prijselasticiteit van −3, dus Q = A·P^−3. Bij een prijs van €20 worden 5 000 stuks verkocht. Hoeveel stuks Q worden er verkocht bij een prijs van €22,00?
Volgens de bestedingsbenadering is het bbp gelijk aan:
In het Bertrandmodel verkopen twee bedrijven identieke producten met dezelfde constante marginale kosten en concurreren ze op prijs. De evenwichtsprijs is:
Antwoord: E = −0,5769
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: Q = 3757 stuks
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: B · C + I + G + (X − M)
Het bbp is consumptie plus investeringen plus overheidsbestedingen plus netto-export (export min import).
Antwoord: C · Gelijk aan de marginale kosten
Onderbieden gaat door tot de prijs gelijk is aan de marginale kosten, zodat zelfs twee bedrijven de concurrentie-uitkomst bereiken; bij Cournot-concurrentie op hoeveelheid blijft de prijs boven MK.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics