Prijselasticiteit van de vraag
- Prijselasticiteit (middelpuntmethode)
- E = (ΔQ/Q̄)/(ΔP/P̄)
- Elastisch / inelastisch
- |E| > 1 elastisch, |E| < 1 inelastisch
- Omzet
- TR = P·Q
Formuleoverzichten, de belangrijkste methodestappen voor elk onderwerp en 4 oefenopgaven, met volledige oplossingen achterin.
Als de prijs van een kaartje verandert van €8,00 naar €8,50, verandert de weekafzet van 1000 naar 880. Gebruik de middelpuntmethode (boogelasticiteit) om de prijselasticiteit van de vraag E te berekenen.
De vraag naar een product is Q = 40 − 2P, met P in euro. Bereken de prijselasticiteit van de vraag E bij een prijs van €8.
Een collectief goed is:
In het groeimodel van Solow komt blijvende langetermijngroei van de productie per werknemer voort uit:
Antwoord: E = −2,106
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
Antwoord: E = −0,6667
Prijselasticiteit van de vraag meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid op de prijs reageert: E = (% verandering hoeveelheid)/(% verandering prijs). Voor normale goederen is die negatief. |E| > 1 is elastisch (de omzet daalt als de prijs stijgt), |E| < 1 is inelastisch.
|E| < 1: de vraag is inelastisch.
Antwoord: B · Niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar
Collectieve goederen kunnen door velen tegelijk worden gebruikt en niemand is makkelijk uit te sluiten; dat leidt tot freeriders en een te laag aanbod door de markt.
Antwoord: B · Technologische vooruitgang
Een hogere spaarquote verhoogt het steady-state-niveau van de productie per werknemer, maar niet de groeivoet op lange termijn; alleen technologische vooruitgang zorgt voor voortdurende groei.
ExamProblems · examproblems.com/courses/microeconomics